Een rotte lucht in de financiële fruitmand

De historische vergelijking is snel gemaakt. Waar in de Tweede Wereldoorlog de politieke elite – geïnterneerd in het Brabantse Sint-Michielsgestel – plannen smeedde voor een ‘Doorbraak’ om na de oorlog eensgezind aan de wederopbouw te werken, kwamen vorige week in datzelfde Sint-Michielsgestel vertegenwoordigers van de financiële elite bijeen om over hún toekomst te spreken. Althans, om te luisteren naar wat Theodor Kockelkoren, bestuurder van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), daarover dacht.

Kockelkoren spaarde de bankiers en verzekeraars niet. Het vertrouwen in de sector is bijzonder laag en hoewel er veel goed gaat (goedkoop betalingsverkeer, veilige financiële infrastructuur), gaat er ook nog steeds heel veel fout. Het bankbelang prevaleert al te vaak boven het klantbelang. Gedupeerde klanten die vervolgens klagen, zijn daarvan het gevolg.

Banken en verzekeraars, stelde Kockelkoren, maken nog steeds gebruik van het feit dat de consument bij financiële producten de knollen niet van de citroenen kan onderscheiden. Het is met de financiële sector net als met de biologische landbouw. Als consument weet je heus wel dat biologisch beter is voor mens en natuur, en daarom ook vaak duurder. Dus is bij iedere gang naar de supermarkt de verleiding groot om toch voor de kiloknaller te gaan.

Met financiële producten is dat net zo. Een spaarrente van 2 procent is gezien de Europese rentestanden ‘normaal’, maar veel spaarders gaan op zoek naar 4 procent of meer. Een hypotheekadvies kost 1.200 euro, maar velen kiezen ervoor om een hypotheek te nemen met de advieskosten geïntegreerd in de aflossingssom. Dat geeft banken en verzekeraars de vrije hand, omdat marktdruk ontbreekt.

Daarom hebben banken en verzekeraars een bijzondere taak, aldus de AFM’er. Stel de klant centraal en richt je bedrijf zo in dat duurzame winstgevendheid leidend wordt.

Een ding liet Kockelkoren onbesproken: de rol van de toezichthouder. Juist vanwege de financiële ongeletterdheid van de consument moet de toezichthouder streng zijn om excessen te voorkomen. Dat geldt voor de AFM als het op financiële producten aankomt, en voor DNB als het om de financiële stabiliteit van de banken gaat. Bij DSB was onlangs weer goed te zien dat de wisselwerking tussen producten en stabiliteit een blinde vlek is bij beide toezichthouders.

Ruim zestig jaar geleden slaagde de politiek er uiteindelijk niet in een doorbraak te forceren. Vooralsnog zijn de signalen uit de financiële wereld ook weinig hoopgevend.

Egbert Kalse