Een paar maten te groot voor Maastricht

Een ingeslapen woningcorporatie, een ambitieuze directeur en een gebrekkig toezicht. Ingrediënten voor een drama.

Niet in, maar voor het academisch ziekenhuis ligt de patiënt die Maastricht het meest zorgen baart: de universitaire campus in aanbouw. ‘We werken hier veilig of we werken niet’, meldt een bord bij de bouwsplaats. ‘Aantal gewerkte dagen: 344. Aantal gewerkte uren: 34020. Aantal ongevalvrije dagen: 344.’ Eind mei is de bouw stilgelegd. Sindsdien wordt er niet meer gewerkt.

De bouwkosten van het project waren opgelopen van de begrote 165 miljoen tot meer dan 200 miljoen euro en over de exploitatie stond nog geen harde afspraak op papier. Niet ongewoon voor corporaties, zei directeur Leks Verzijlbergh van de verantwoordelijke woningstichting Servatius. Nog niet eerder meegemaakt, zegt Tjeu Blommaert, specialist in risicomanagement en hoogleraar bedrijfseconomie aan de Universiteit Maastricht.

Normaal is volgens Blommaert dat je voor de aanvang van een project „afnamegaranties hebt voor 70 tot 80 procent van het volume. Het is tekenend voor Servatius: ambities genoeg, maar de financiële onderbouwing hing er maar een beetje bij.”

Blommaert was lid van de raad van toezicht van Servatius en beoogd voorzitter, maar stopte ermee toen hem al snel duidelijk werd dat hij in een andere organisatie was terechtgekomen dan hem was voorgespiegeld. „Al tijdens mijn eerste vergadering bleek het te gaan over de schorsing van de directeur, zonder dat ik dat wist.”

De directeur is inmiddels weg. Net als de raad van toezicht. En vandaag is het hele campusproject stopgezet.

Servatius stond al onder curatele van Den Haag. Duco Stadig, die ervaring heeft in de Amsterdamse corporatiewereld en de Amsterdamse gemeentepolitiek, houdt toezicht namens minister Eberhard van der Laan van Wonen, Wijken en Integratie. Voor 35 miljoen euro aan fundering zit al in de grond. Burgemeester Gerd Leers van Maastricht schatte dat stopzetting tot claims zou leiden tot wel 60 miljoen euro.

Een jaar geleden kreeg de campus nog alle handen op elkaar: het markante kubussencomplex van de wereldberoemde Spaanse architect Santiago Calatrava zou stad en universiteit op de wereldkaart zetten. Nu blijkt dat de combinatie van honderden studentenkamers, gastenverblijven, kantoren, winkels en sporthal er nooit zal komen. De Spaarbouw-Vereeniging St. Servatius werd meer dan een eeuw geleden opgericht door zes leden van de katholieke metaalwerkersvereniging Door Rechtvaardigheid Tot Bloei. De katholieke, Limburgse sfeer uit die tijd hing nog een beetje rond de corporatie toen Leks Verzijlbergh op 1 augustus 1998 aantrad als directeur. Hij was de tweede ‘Hollander’ op die post. Wat hij aantrof was een logge, bureaucratische organisatie. Typisch Limburgs vond hij het gebrek aan directheid. Introvert en een beetje ingeslapen was Servatius ook. „We stonden ver van de huurders af. De cultuur van de koffieautomaat heerste. Men was erg met zichzelf bezig en veel minder met de stad en de bewoners.”

In korte tijd bezorgde de ambitieuze sociaal-democraat Servatius een heel ander aanzien. De Maastrichtse woningstichting groeide uit tot het brutaaltje van corporatieland. „Samenlevingsopbouw door vastgoedontwikkeling” zag de directeur als zijn belangrijkste taak. De ene poot van Servatius moest het traditionele corporatiewerk doen. De andere het meer commerciële. Verzijlbergh: „Met een directeur in een wat schizofrene rol daarboven. Door managen voorkomen dat het twee botsende culturen worden, de snelle jongens die het geld verdienen versus de geitenwollen sokken die het alleen maar uitgeven, liefst aan onduidelijke speeltjes.”

Herstructureringsprojecten in wijken als Heugemerveld en Wittevrouwenveld, alom geprezen om de inbreng van bewoners en het resultaat, werden onder Verzijlbergh gecombineerd met gedurfde, omstreden projecten als bouwen over de grens, in Luik (bevochten tot aan het Europees Hof). Naar buiten toe zocht hij vaak de confrontatie. De Maastrichtse wethouder van stadsontwikkeling en ruimtelijke ordening, Luc Winants: „De projecten onder Verzijlbergh waren prachtig, maar er werden ook voortdurend streken uitgehaald waarvan je dacht: potverdorie, moet dat nu zo? Bij het campusproject werden bomen gekapt zonder vergunning. En zonder dat wij het wisten bleek het ontwerp van de campus plotseling met koper bekleed. Terwijl wij als coalitie in Maastricht juist hadden ingezet op duurzaamheid, het zoveel mogelijk terugdringen van het gebruik van metalen in de bouw.” Tjeu Blommaert: „Dat was de stijl van Verzijlbergh. Hij zocht voortdurend ruzie met iedereen die de door hem voorgestane dynamiek in de weg kon staan. Vooraf had hij zich wel ingegraven, zodat hij niet meer terug kon. Gesprekken, bijvoorbeeld op VROM, waren dan misschien niet leuk, maar hij kreeg wel zijn zin.”

Hij ontkent dat hij uit principe de strijd opzocht. Verzijlbergh, volgens het laatst verschenen jaarverslag goed voor een beloning van 212.918 euro: „Status of functies imponeren me niet. Een overheid heeft niet alleen maar gezag, omdat het de overheid is. Ik ben gevoelig voor de kwaliteit van argumenten. Als die er niet is, probeer ik mijn gelijk te halen.” Volgens hem blonken Haagse ambtenarij en Haagse politiek de laatste jaren uit in inconsequent handelen. „Door te privatiseren werden corporaties op afstand gezet, maar meteen daarna probeerde men ze met regelgeving, beperkingen, bemoeienis weer terug te halen. Gekscherend heb ik wel eens gezegd, dat de laatste stalinisten van Nederland op VROM werken.”

‘Verzijlbergh vooruit’ was jarenlang het motto bij Servatius, zegt Blommaert. „Ook de raad van toezicht werkte naar Verzijlberghs smaak maar vertragend. Hij begon maar vast aan zaken. Stop een miljoen euro in een vooronderzoek of voor vijf miljoen in een fundering, dan gaat het project wel door.” Op die manier ging Servatius steeds verder. „Meer revolutie dan evolutie”, zegt Blommaert. „De raad van toezicht heeft verzuimd om de rijdende auto zo af en toe eens aan de kant te zetten om het oliepeil te controleren. Voor echt toezicht zaten de meesten er ook niet.” Blommaert schetst het beeld van een gesloten kringetje van mensen die elkaar steeds weer tegenkomen in het Zuid-Limburgse. „Toezicht houden is een bijbaantje. Goed om het netwerk te onderhouden. Maak het elkaar niet lastig. Duik niet te diep in de dossiers. De feestjes en recepties zijn belangrijker.”

Harry Fekkers was tien jaar lid van de raad van toezicht, waarvan de laatste jaren als vicevoorzitter. Hij vindt dat Blommaert een karikatuur maakt van de raad. Als er een onderzoek komt naar bestuurdersaansprakelijkheid, zoals minister Van der Laan heeft gesuggereerd, zal blijken dat de raad van toezicht deed wat hij moest doen, gelooft Fekkers. „We hadden in 2007 en 2008 hooguit wat vaker door moeten vragen over het campusproject en om second opinions moeten vragen. Nu hebben we alleen architect Calatrava op afstand gezet bij het Campusproject, toen bleek dat de kosten van het door hem ontworpen TGV-station in Luik een paar keer over de kop gingen.”

Het was uiteindelijk de raad van toezicht die in maart van dit jaar Verzijlbergh schorste. „Ze hadden moeite om koers en ambitieniveau van de organisatie bij te houden”, zo verweert de weggestuurde directeur zich. „Er was bij de meesten sprake van een gebrek aan inhoud en visie. Dat leidde tot onzekerheid, die zich manifesteerde in een toenemend wantrouwen.”

Doordat eind mei de bouw van de campus werd stilgelegd wegens te grote financiële risico’s, ontstond de indruk dat Verzijlberghs vertrek rechtstreeks verband hield met de oplopende kosten van dat project. Onterecht, zegt de oud-directeur. Zijn vertrek draaide om een machtsstrijd. Financieel was alles nog in orde. Fekkers bestrijdt dat. „Pas na het besluit tot bouw van de campus, in het najaar van 2008, kreeg de raad signalen over stijgende kosten en over cruciale afspraken die niet op papier zouden staan. Begin dit jaar tekende de volle omvang zich af. Toen was het ook snel: ho, dit kan niet meer.”

Wat het zoeken naar een oplossing voor de campus compliceerde was dat in opdracht van de minister een onder Verzijlbergh opgezette en door de oude raad van toezicht goedgekeurde constructie wordt teruggedraaid. 40 procent van het woningbezit van Servatius is ondergebracht in een dochterbedrijf, waarmee de meerwaarde te gelde kon worden gemaakt. Daarvoor had toestemming gevraagd moeten worden aan Den Haag en die zou nooit gegeven zijn.

Alles overziend concludeert Blommaert dat het campusproject een paar maten te groot was voor Servatius. „Als je zo ondernemend wilt zijn, om zo’n stap te nemen, dan moeten gezien de risico’s de garanties ook dubbel zo goed zijn. Dat was niet het geval.”