Dopingcontroles bij dertienjarige

De Dopingautoriteit wil buiten wedstrijdverband extra dopingcontroles uitvoeren bij een dertienjarige schaatsster. Zij is de jongere zus van een vijftienjarige schaatser die bij een dopingtest is betrapt op de spierversterkers anabole steroïden. Volgens directeur Herman Ram maakt de Dopingautoriteit „zich ernstig zorgen om dat meisje” en wil hij haar bij verrassing kunnen controleren.

De zaak tegen de vijftienjarige schaatser heeft de tuchtcommissie van de schaatsbond (KNSB) nog in behandeling. Hij is voorlopig geschorst, maar vecht de uitslag van de dopingcontrole aan.

Aangezien de dertienjarige schaatsster tot de naaste kring van de verdachte schaatser behoort, de Dopingautoriteit veel tegenwerking van de ouders zegt te ondervinden en het meisje volgens Ram „opvallend goed presteert”, werd gezocht naar een middel om haar te kunnen testen. Om die reden is zij opgenomen in de speciale groep van topsporters – in Nederland ongeveer 450 – die in aanmerking komt voor de whereabouts, de verplichting om dagelijks de verblijfplaats op te geven.

Advocaat Paul Scholten, die de familie bijstaat, verzet zich daar tegen. Hij verwijst naar de antidopingcode waarin letterlijk staat dat alleen top-level athletes voor controles buiten competitieverband in aanmerking komen. „En daar bedoelen ze toch echt de wereldtop mee”, zegt Scholten. Maar Ram werpt tegen dat de code geen leeftijdsgrens vermeldt en het meisje in haar klasse top level is.

Intussen heeft de kwestie geleid tot Kamervragen. Helma Neppérus (VVD) wil van staatssecretaris Jet Bussemaker (Sport) weten hoe de maatregel zich verhoudt tot de Europese privacyrichtlijn en of zij bereid is met de Dopingautoriteit en WADA te overleggen om dit soort zaken anders aan te pakken.