Domme gans begrijpt niet waar hij welkom is

Hoe verwelkom je twee miljoen ganzen zonder dat ze het gras van de koeien wegvreten? Ze laten zich moeilijk verjagen. „Het beleid is mislukt.”

Honderden ganzen grazen op een weiland langs De Fluessen, een meer in Zuidwest-Friesland. „Ze zitten wel erg kort op de weg, hè”, merkt Hans Peeters van Vogelbescherming Nederland op. Ganzenbeschermer Toon Voets denkt te weten waarom de ganzen niet bang zijn. „Ik vermoed dat dit een foerageergebied is, waar ze niet worden verjaagd of afgeschoten.”

Vanaf begin november trekken twee miljoen ganzen uit het hoge noorden naar Nederland om hier te overwinteren. Dat doen ze het liefst in gebieden met grote wateren en voldoende voedsel. Hans Peeters haalt een telescoop tevoorschijn. Kolganzen zitten er. Zwart-witte brandganzen. Grauwe ganzen. „Hoor ze keffen!”

Met de komst van de ganzen is ook het debat over het ganzenbeleid opgelaaid. Hoe heet Nederland ganzen welkom zonder dat ze het gras voor koeien wegvreten? Maandag bespreekt de Tweede Kamer het onderzoek naar de effecten van het ganzenbeleid.

In de eerste jaren van deze eeuw mocht niet op ganzen worden gejaagd en kregen boeren schade vergoed. Dat kostte het Rijk zo’n 7 miljoen euro per jaar. Toen de aantallen ganzen flink stegen, eiste de Kamer dat ze weer mochten worden afgeschoten. Zo ver kwam het niet. Er zijn gebieden aangewezen waar ganzen zich ongestoord aan gras en wintertarwe tegoed kunnen doen. Boeren met land in deze opvanggebieden krijgen daar subsidie voor. Ganzen buiten deze gebieden mogen worden verjaagd. Met linten, een hond, luchtdrukpistolen of lichtkogels. En als dat niet helpt, mogen ze worden afgeschoten. „Het idee hierachter is dat de ganzen geleidelijk leren waar ze welkom zijn en waar niet”, schrijft een topambtenaar van minister Verburg (Landbouw en Natuur, CDA) in het onderzoek.

Het ‘nieuwe beleid’ heeft weinig effect gehad, blijkt uit onderzoek naar de jaren 2005-2008. Ongeveer 60 procent van alle ganzen zit in opvanggebieden of natuurgebieden waar boeren geen last van ze hebben. De rest zit daarbuiten, en veroorzaakt evenveel schade als voorheen. „Ganzen en smienten laten zich tot nu toe moeilijk verjagen naar de opvanggebieden”, stellen de onderzoekers. „De ligging van een aantal opvanggebieden is bovendien niet optimaal. Het reduceren van de schade buiten de opvanggebieden is tot op heden niet gelukt.” Het nieuwe beleid kost het Rijk 17 miljoen euro per jaar.

Wat nu? De onderzoekers stellen voor de opvanggebieden nauwkeuriger te begrenzen. Er moeten „rustzones” omheen komen. Buiten deze gebieden moet meer werk worden gemaakt van het afschrikken van ganzen. Om boeren daartoe te „prikkelen” moet de vergoeding van schade door ganzen „minder aantrekkelijk” worden, aldus de onderzoekers.

De boeren zijn sceptisch. Met het aanwijzen van nieuwe foerageergebieden kunnen ze wel leven, maar het „minder aantrekkelijk” maken van schadevergoedingen wijzen ze af. Boerenorganisatie LTO Nederland spreekt van een „onzalig plan”. Woordvoerder Jack Luiten: „Alsof boeren nu al niet heel veel doen om ganzen te verjagen, met linten en dergelijke. Maar je kunt als boer niet voortdurend achter ganzen aan zitten. Je draait je om en ze zitten er weer. Nederland is aan het verganzen.”

Ook de jagers vinden het „raadzaam” het nieuwe beleid nog een kans te geven. Algemeen secretaris Andreas Dijkhuis van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging: „Het opvangen en verjagen van ganzen naar de opvanggebieden werkt, als je het maar goed organiseert. Ganzen zijn te sturen, ze hebben leervermogen.” De jagers stellen voor om regelmatiger en vaker ganzen te verjagen. Dijkhuis: „Dat zouden boeren en jagers samen moeten doen. En laat ook de vogelbeschermers eens een handje helpen.”

Vogelbescherming Nederland heeft een ander voorstel: stoppen met dit beleid. „Het beleid is mislukt”, zegt Toon Voets. Want de schade neemt niet af, en er worden veel meer ganzen afgeschoten dan een paar jaar geleden: 109.000 ganzen en smienten in de winter van 2007-2008. Peeters: „Met zulke grote aantallen kun je niet meer volhouden dat er eerst ganzen worden verjaagd om ze pas dan af te schieten. Er wordt helemaal niet verjaagd. Het is gewoon plezierjacht.” Voets: „Je mag ganzen alleen schieten als ze schade veroorzaken. In de praktijk wordt er gewoon op overvliegende ganzen geschoten.”

Nederland moet terug naar het oude beleid, vinden de vogelaars. Verbied het afschieten van ganzen en vergoed gewoon alle schade. Voets: „Dat kost maximaal 10 miljoen euro per jaar. Zet dat af tegen twee miljoen ganzen. Vijf euro per gans. Dat moeten we er toch voor over kunnen hebben. Dat is een kwestie van beschaving.”

De jagers spreken deze voorstelling van zaken tegen. Dat nu jaarlijks ruim honderdduizend ganzen worden geschoten, is niet bijzonder, zegt Dijkhuis. „Dat waren er vroeger even veel. En toen waren de populaties nog veel kleiner. De huidige populaties worden door het afschieten geenszins bedreigd.”

In het algemeen klopt het beeld niet dat jagers simpelweg zo veel mogelijk ganzen afknallen, stelt bioloog en jager Siebren Siebenga van de Jagersvereniging. Want hoe gaat het? Een boer doet verwoede pogingen de ganzen te verjagen. Dat lukt niet. Hij belt een jager. En die schiet dan met een hagelgeweer twee ganzen per groep. Meer niet. De geschoten ganzen gaan naar de boer of de jager of naar de poelier. Siebenga: „Het is prima vlees. Als je ecovlees zoekt, dan moet je bij ganzen zijn.”