De financiële opleving zet voorlopig nog wel even door

Ze zeggen wel eens dat de liefde grillig is. De liefde van beleggers voor makkelijk verdiend geld kan dus altijd nog verdwijnen, maar lijkt voorlopig van geen wijken te willen weten.

De recente uitbraak van beleggerseuforie – de Europese en Amerikaanse beurzen zijn in minder dan twee weken tijd met 5 procent omhoog gegaan – zou iets te maken kunnen hebben met de reële economie. Maar het recente nieuws is nou niet bepaald om over te juichen.

Bezuinigingen en ontslagen hebben de bedrijfswinsten op peil helpen houden, maar de omschrijving die mobieletelefonieconcern Vodafone van Europa gaf – dat „economische druk blijft voelen” – is van toepassing op het grootste deel van de wereld. Er staat een opleving voor de deur, maar die is onbetrouwbaar en wordt gesteund door een op de lange duur niet vol te houden fiscaal en monetair stimuleringsbeleid.

Makkelijk verdiend geld is feitelijk een betere verklaring dan economische hoop voor de stijgende prijzen en koersen van allerlei soorten financiële bezittingen. De afgelopen maand is de goudprijs met 5 procent gestegen en de olieprijs met 9 procent, en de ‘spreads’ (renteverschillen) bij ‘investment grade’ (de meest kredietwaardige) Europese obligaties met de zijn met 14 procent teruggelopen, hetgeen betekent dat leningen duurder zijn geworden. Zelfs de Britse huizenprijzen kruipen omhoog.

Er schuilt wel ironie in dit verhaal. De autoriteiten blijven maar geld in de economie pompen, omdat ze bang zijn voor een terugval in een diepe recessie, gekoppeld aan deflatie en nóg een financiële crisis. Maar de geldstromen naar de financiële markten zorgen ervoor dat veel prijzen en koersen stijgen alsof er een sterke en mogelijk met veel inflatie gepaard gaand herstel op til is.

Het meest recente steuntje in de rug voor de beleggerseuforie was het gebrek aan optimisme op de vergadering van de ministers van Financiën van de G20, het afgelopen weekeinde. Beleggers waren blij te horen dat politici en centralebankiers nog steeds te somber zijn om na te denken over een ‘exitstrategie’ uit ongekend hoge begrotingstekorten en monetaire stimuleringsprogramma’s.

De economie zou deze paradoxale beursrally nog steeds kunnen rechtvaardigen, als de nog zwakke groene loten van het herstel deze winter wortel schieten. Maar als het herstel niet doorzet, kunnen beleggers zich – net als jaloerse minnaars – van hun liefde afkeren. Dan zouden ze tot de slotsom kunnen komen dat het té makkelijk verdiende geld de wisselkoersen van munten heeft ondermijnd en de vooruitzichten op de langere termijn heeft vertroebeld.

Maar de komende paar maanden zal het mechanische effect van het makkelijk verdiende geld dat naar de markten toevloeit de angst waarschijnlijk naar de achtergrond drukken. Het financiële herstel lijkt dus voorlopig aan te houden.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com