Contact via de camera

Jarenlang lag het werk van de vroeg gestorven fotograaf Sanne Sannes opgeborgen op de zolder van zijn broer.

Nu staat zijn oeuvre weer volop in de belangstelling.

Hij had net die week zijn dertigste verjaardag gevierd. En omdat hij pas zijn rijbewijs had gehaald, reed fotograaf Sanne Sannes op de avond van 23 maart 1967 zelf terug naar huis. Hij had voor Libelle een modereportage gemaakt in de duinen bij Bergen. De modellen, die hij over mooie sportauto’s had gedrapeerd, hadden gerild in hun zomerkleding. Het borreltje na afloop had er goed ingehakt. Op een duinweg vloog hij met 120 km per uur uit de bocht. Zijn assistent en de drie modellen achterin overleefden het ongeluk, Sannes was op slag dood.

De jonge fotograaf had op dat moment nog maar één fotoboek gepubliceerd, maar daarmee al wel een cultstatus bereikt. Oog om oog (1964), met gedichten van Hugo Claus, bestond uit louter foto’s van jonge vrouwen die met een soms guitige, soms extatische blik de lens in keken. Sannes had zijn camera dicht over hun blote benen, buiken en borsten laten glijden, met intieme zwart-witfoto’s als resultaat. Het was een boek waar de erotiek vanaf droop, maar dat nooit schunnig werd. Geslachtsdelen bleven kuis buiten beeld.

Kort na zijn dood verschenen nog de fotoboeken Sex à Gogo (1969) en The Face of Love (1972), met alweer van die gruizige, voyeuristische vrouwenportretten. Maar daarna bleef het vier decennia stil. Tot zijn naam onlangs overal weer opdook. De Kahmann Gallery organiseerde vorig jaar al een tentoonstelling. Regisseur Frodo Terpstra maakte de documentaire De vrouwen van Sanne Sannes, die eind 2008 in première ging op het IDFA en onlangs op tv werd uitgezonden. Foam maakte een groot overzicht dat zojuist is geopend. Het Rijksmuseum kocht Dagboek van een erotomaan aan, een dummy voor een nooit gepubliceerde fotoroman. En het Nederlands Fotomuseum maakte vorige week bekend dat het de originele afdrukken van de foto’s uit Oog om oog heeft verworven en bovendien Sannes’ archief in beheer krijgt.

Dat Sannes’ oeuvre plotseling zo in de belangstelling staat, heeft veel te maken met die nalatenschap. Tot nu toe bevond zijn archief zich op de zolder van zijn broer Rob, een boekhouder met wie hij nooit een sterke band had, maar die zijn werk wel 42 jaar lang zorgvuldig bewaarde. „Ik denk dat Rob Sannes zich een beetje schaamde voor die erotische foto’s en niet goed wist wat hij ermee aan moest”, vertelt Marcel Feil, samensteller van de tentoonstelling in Foam. „Rob heeft er nooit veel werk van gemaakt om Sannes’ foto’s naar buiten te brengen.”

Flip Bool, senior onderzoeker bij het Nederlands Fotomuseum, vertelt dat hij al in 1991 contact zocht met Rob Sannes om te praten over de nalatenschap. „Maar Rob kon er maar moeilijk afstand van doen. Hij was bang dat het werk van zijn broer in een verkeerde context terecht zou komen, in seksblaadjes bijvoorbeeld. Hij heeft er zelfs over gedacht om het archief dan maar te vernietigen.”

Het was fotograaf en taxateur Willem Diepraam die Rob Sannes uiteindelijk overtuigde van de artistieke en financiële waarde van het werk. Toen de deur eenmaal openging, bleek zich in Robs krappe woning een ware schatkamer te bevinden, met honderden netjes in zuurvrij papier opgeborgen afdrukken, met kleurendia’s die Sannes in opdracht voor tijdschriften als Margriet en Panorama had geschoten, maar ook met correspondentie en notitieblokken vol nooit gerealiseerde filmscripts. „Alle negatieven zaten netjes opgeborgen in zelfgemaakte mappen van aan elkaar geniet karton”, vertelt Bool. „Ontroerend. Sannes was duidelijk een beginnend fotograaf, die nog niet veel geld had.”

Het archief, met zijn duizenden negatieven, geeft een goed beeld van Sannes obsessieve manier van werken, zegt Bool. Tijdens de fotosessies in zijn atelier schoot hij van zijn modellen, veelal vrouwen uit zijn directe omgeving, het ene rolletje na het andere vol. Vervolgens bewerkte hij die negatieven in de donkere kamer, door ze eindeloos door te drukken, te bekrassen of met chemicaliën te bewerken. Vaak ook maakte hij dubbelafdrukken, waardoor Picasso-achtige portretten ontstonden van vrouwen met twee paar ogen of dubbele navels.

„Kijkend naar al die negatieven zie je welke keuzes hij heeft gemaakt”, zegt Yvonne Feil, manager van de Kahmann Gallery. „Hij koos vaak niet de mooiste foto, maar het beeld dat de emotie het beste wist te vangen. Het is ongelofelijk hoe intiem en puur zijn foto’s zijn. In zijn privéleven was hij heel onhandig met vrouwen. Maar achter de camera kon hij alles bij zijn modellen gedaan krijgen.”

Het was alsof Sannes zijn werk vanuit een innerlijke noodzaak maakte, zegt Marcel Feil. „Hij was een stugge Groninger, ontzettend gesloten en misschien zelfs een beetje contactgestoord. Fotografie was voor hem een uitlaatklep, een manier om toch verbanden aan te gaan. Daarbij ging hij redelijk compromisloos te werk, hij was wars van wat mensen van hem vonden. Zijn werk was heel anders dan in die tijd gebruikelijk: niet verhalend of documentair, maar onlosmakelijk verbonden met zijn eigen persoon.”

Die eerlijkheid spreekt mensen nog altijd aan, denkt Feil. „Er is vaak gezegd dat Sannes’ werk typisch jaren zestig is, wegens de vrije seksuele moraal die eruit spreekt. Maar ik vind het tijdloos. Het gaat over de mens en zijn gevoelens. Sannes wist met zijn foto’s zo’n scala aan emoties te vangen dat iedereen er wel iets in kan herkennen. Zijn portretten kunnen angstaanjagend zijn, maar ook vrolijk of juist heel somber.”

Het is de vraag hoe goed en hoe groot Sannes was geworden als hij zich niet had doodgereden. Flip Bool denkt dat hij de kant van de film was opgegaan, net als zijn generatiegenoten Ed van der Elsken en Johan van der Keuken. „Hij was een typisch dubbeltalent.” Misschien was hij wel voor de televisie gaan werken, zegt Marcel Feil. „Sannes was wel klaar met de fotografie op het moment dat hij stierf. Maar hij was nog lang niet klaar met het leven.”

Sanne Sannes. Darkness & Light. T/m 9 dec in Foam, Amsterdam. Inl: www.foam.nl.