Arctic Monkeys nog altijd vernieuwend

Pop Arctic Monkeys. Gehoord: 10/11 HMH, Amsterdam. Herhaling: 11/11 aldaar.***

De opkomst van Arctic Monkeys lijkt nog altijd niet gestopt. Twee avonden maar liefst speelt de band deze week in de Heineken Music Hall, Amsterdam. Gisteravond raakte deze weliswaar niet uitverkocht, en de zaal was grotendeels gevuld met Britse aanhang. Maar de groep uit Sheffield, die in 2006 als een bliksemschicht de muziekwereld verraste met hun dwarse rockliedjes, legt nog steeds verrassende nieuwe muzikale accenten. Zo klinkt het grootste deel van de meest recente cd, Humbug, trager en intenser dan de eerste twee cd’s.

Gisteravond leek de groep echter niet de concentratie op te kunnen brengen voor passende uitvoeringen. Juist in de nieuwe nummers raakte zanger Alex Turner verdwaald in de noten, waardoor Dance Little Liar, met zijn Johnny Cash-achtige dreiging, een zwakke opening werd. De laag rommelende basgitaar en de roffelend bespeelde drums, waar de gitaarnoten als hagelstenen overheen ketsten, misten ook in My Propellor samenhang.

Het publiek reageerde uitgelaten op favorieten als The View From The Afternoon en I Bet That You Look Good On The Dancefloor. In de loop van het optreden bundelden de muzikanten hun krachten, en was Turner eindelijk wakker genoeg voor een uitgesponnen versie van het nieuwe The Jeweller’s Hands, waarin gitaar en orgel een lome dans uitvoeren. Met dit soort nummers hint de groep naar grooves uit de jaren zeventig.

Zelf zien de muzikanten, met hun T-shirts en lange kapsels, er intussen uit als 21ste eeuwse hippies. En ook vandaag de dag geldt: hoe langer het haar, hoe langer de solo’s.