'Aan scheldpartij mag je niet wennen'

Rotterdam besteedt jaarlijks 34 miljoen euro aan de bestrijding van overlast in het openbaar vervoer. Vandaag houdt de stad een ov-top.

Vrijwel elke zondag stapt hij in de tram of de metro. Niet als burgemeester, maar als burger van Rotterdam. Wat Ahmed Aboutaleb keer op keer opvalt? „De klantvriendelijkheid die het personeel ondanks alles aan de dag legt.” Met zo nu en dan nare gevolgen, zegt hij. „Een trambestuurder stopte laatst om een jongen alsnog toe te laten. Had hij beter niet kunnen doen; eenmaal binnen schoot de jongen een medepassagier in zijn been.”

Rotterdam maakt volgens Aboutaleb vorderingen in de strijd tegen overlast in het openbaar vervoer. Maar Rotterdam is nog niet tevreden. Het eigen personeel moet het nog maar al te vaak ontgelden. Samen met RET-directeur Pedro Peters heeft Aboutaleb vandaag een ov-top belegd. Politie en justitie schuiven aan voor aanvullende maatregelen.

Waarom deze ov-top?

Aboutaleb: „De agressie is stevig en hard. Personeel wordt soms zwaar toegetakeld, en het blijft vaak niet bij die ene keer. Ik ken één geval van een man die wekenlang thuis moest zitten. Uitgerekend op de dag dat hij weer begon, werd hij opnieuw het slachtoffer van geweld. Dat is funest.”

Peters: „Het aantal incidenten neemt af, maar de agressie verhardt. Het is gemener, venijniger. In 98 procent van de gevallen gaat het prima, het gaat om die kleine groep die het voor anderen verpest. Bedreigingen, urineren, graffiti, daar hebben we het over.”

Rotterdam kent op twee lijnen ‘op’ Zuid het ov-verbod. Werkt dat?

Aboutaleb: „Ja, het aantal incidenten is aantoonbaar afgenomen. Maar in de regeling zit één fout. Als iemand het verbod overtreedt, kan diegene niet zomaar worden aangehouden en beboet. Eerst moet het vriendelijke verzoek worden gedaan om de tram te verlaten. We hebben tegen de minister gezegd: dat is van de gekke, een overtreding dient bestraft te worden. De minister heeft gezegd ons tegemoet te komen.”

Wordt verbaal geweld nog gemeld?

Peters: „Steeds minder. Ik constateer een zekere gewenning onder het personeel. Toch roep ik tegen mijn medewerkers: blijf het melden, niet meebuigen, want wij moeten niet meedoen aan de normvervaging. Ook verbaal geweld kan uitermate kwetsend zijn. Spugen is bovendien zeer en zeer vernederend.”

De RET deed eerder dit jaar een oproep aan passagiers voortaan zelf in actie te komen.

Peters: „Ja, dat heb ik geweten. Met dank aan een misleidende kop in een van de kranten. Wat ik bedoelde te zeggen was dit: kijk niet de andere kant op, registreer het vergrijp en meld het. Het laatste wat ik wil is dat passagiers zichzelf in gevaar brengen. Je kiest altijd voor je eigen veiligheid. Dat geldt ook voor onze medewerkers.”

Aboutaleb: „Als Peters inderdaad had opgeroepen om letterlijk in actie te komen, had hij mij op zijn weg gevonden. De richtlijn is: hang niet de held uit, maar help daar waar mogelijk. Op lijn 23 is laatst een groepje mensen geweest dat iemand staande heeft gehouden en vastgehouden totdat de politie arriveerde. Prima.”

Op nog meer camera’s zit niet iedereen te wachten.

Aboutaleb: „Ik teken ook voor een ideale wereld. Maar we moeten niet naïef zijn. Cameratoezicht blijkt telkens opnieuw nodig. Criminaliteit gedijt bij anonimiteit. Uit onderzoek blijkt dat 85 procent van de Rotterdammers geen probleem heeft met cameratoezicht. Daardoor nemen we dagelijks vijftig incidenten waar die we anders niet zouden waarnemen. Alleen: zet het middel in daar waar nodig, en dat is dus niet overal.”

Is deze strijd te winnen?

Aboutaleb: „De strijd moet gewonnen worden. Maar het moet beter. Rotterdam heeft recht op veilig openbaar vervoer. Het zogeheten laaghangende fruit is nu wel geplukt. Voor elke procent winst zullen we nu een extra stap moeten zetten, met soms hoge kosten. Maar we zullen het binnen het huidige budget moeten doen.”

Peters: „Wij zouden graag meer toezicht willen, vooral ’s avonds. Dan is het gevoel van onveiligheid het grootst. Zeker bij ouderen. Maar meer controleurs, ook bij het regionale busvervoer, kost uiteraard geld.”