Vroom & Dreesmann zelf in de aanbieding

V&D was jarenlang een probleemdochter van winkelconcern Maxeda. Volgens de Britse topman McKeon is het tij inmiddels gekeerd. V&D is rijp voor de verkoop.

Warenhuisketen V&D wordt binnen „een tot drie jaar verkocht”. Dat zegt de Britse topman Mark McKeon van V&D, dat sinds 2004 in handen is van private-equityinvesteerders. Onder leiding van McKeon onderging het zieltogende V&D een vernieuwing om weer een aantrekkelijk warenhuis te worden. „Een koper kan beter niet wachten tot onze reorganisatie is voltooid.”

V&D is onderdeel van Maxeda, waartoe ook De Bijenkorf, Hunkemöller en Praxis behoren. Maxeda is het oude VendexKBB, dat in 2004 werd overgenomen door investeerders Kohlberg Kravis Roberts en Alpinvest. Zij haalden het concern van de beurs. In 2007 verkochten ze HEMA voor ruim 1,1 miljard euro aan Lion Capital, een andere private-equitygroep. V&D maakt zich op om de volgende te zijn.

V&D wil de vernieuwing van alle filialen versneld uitvoeren. De in totaal 62 winkels moeten nu in het voorjaar van 2010 zijn omgebouwd. Behalve een eigentijdser uiterlijk en een nieuw assortiment krijgen de warenhuizen daarbij ook vaak extra winkeloppervlakte doordat magazijnen worden opgedoekt. Een vernieuwde winkel levert volgens McKeon gemiddeld 6 procent meer omzet op. „En in het tweede jaar na de verbouwing komt daar nog eens 10 procent extra omzet bovenop.” McKeon: Het maakt het verschil tussen „slechter presteren dan de markt en beter presteren dan de markt”. Of V&D op dit moment alweer winst maakt, en hoeveel, wil McKeon niet zeggen. Maxeda geeft geen cijfers van afzonderlijke winkelketens.

De groei zal voorlopig met de 62 bestaande filialen gerealiseerd moeten worden. Want „in verband met de recessie” heeft V&D de plannen om in 10 tot 15 middelgrote plaatsen nieuwe warenhuizen te openen voorlopig tot 2012 uitgesteld.

McKeon verwacht wel een groei in de verkoop via internet. De webshop, die nu ruim een jaar open is, genereert nu dezelfde omzet als een gemiddeld V&D-filiaal. De site heeft 250.000 bezoekers per week. Het assortiment wordt nu snel uitgebreid en er zullen meer A-merken te koop zijn. McKeon noemt „een jaaromzet van 100 miljoen euro” voor de webwinkel expliciet als „haalbaar doel”, zonder te vermelden wat die omzet nu is.

McKeon zegt er bij V&D in geslaagd te zijn het tij te keren. Hij laat grafieken zien waaruit duidelijk wordt dat V&D twee jaar geleden nog op alle belangrijke punten onder de maat scoorde, maar het nu even goed of beter doet dan het Nederlandse gemiddelde. Het warenhuis haalde nieuwe merken in huis om vooral jonge, modebewuste klanten terug te winnen, zoals de kledingmerken Benetton, Mexx en Esprit, parfumerieketen Sephora en lingeriemerk La Senza.

De topman denkt dat hij nu „de ideale mix” heeft bereikt van 30 procent A-merken en 70 procent eigen merken. Bekende merken trekken klanten naar de winkel, maar ze moeten niet de overhand krijgen, „anders geven we marge weg”, aldus McKeon.

De belangrijkste verandering bij V&D is volgens McKeon echter psychologisch van aard. „Toen ik hier kwam was iedereen erg bezorgd over de toekomst. Het was een zwak bedrijf in een sterke markt. Maar het is ons gelukt weer nieuwe energie in het bedrijf te krijgen. Mensen vertrouwen elkaar weer. Als ik uiteindelijk vertrek is V&D een sterk bedrijf in een zwakke markt.”

Op de vraag of V&D op termijn ook expansieplannen heeft in het buitenland, zegt McKeon: „Niet zolang ik hier de baas ben.” Warenhuisformules zijn volgens hem „extreem lastig” te exporteren. „Kijk naar Lafayette dat het probeerde in Berlijn en Londen. Warenhuisformules hebben zo’n grote complexiteit, die heel nauw aansluit bij de wensen van de lokale bevolking. Dat geldt ook voor ons. Het Rotterdamse filiaal is bijvoorbeeld heel anders dan dat in Den Haag of Amsterdam.”

V&D is ook eigenaar van de succesvolle restaurantketen La Place. Het huisrestaurant heeft zijn vleugels al ver buiten het warenhuis uitgeslagen, met 107 locaties in Nederland. Binnenkort opent de tweede Belgische vestiging in Kortrijk. Zeggen dat La Place V&D een paar jaar terug heeft behoed voor de ondergang, gaat McKeon te ver. Maar hij wil wel toegeven dat de horecapoot destijds „de voornaamste stuwkracht” was voor het concern. La Place en V&D zijn volgens McKeon „heel synergetisch en complementair”. Het restaurant trekt extra klanten naar het warenhuis en andersom.

De twee ongelijksoortige bedrijfsonderdelen zijn volgens McKeon echter niet voor eeuwig getrouwd. Op termijn zouden het onafhankelijke bedrijven kunnen worden, denkt hij. „La Place heeft de potentie om zich echt te ontwikkelen tot een internationale formule, V&D zal waarschijnlijk een Nederlands bedrijf blijven.”