Veel nuljarigen van vandaag worden 100 jaar

Baby’s van nu worden honderd jaar of ouder, zegt een Amerikaanse demograaf.

Maar Nederlanders worden al lang niet meer het oudst. Door roken of euthanasie?

Nog even en het is heel normaal om een eeuw lang te leven. Meer dan de helft van de baby’s die nu worden geboren in geïndustrialiseerde landen, wordt ouder dan honderd, voorspelde de Amerikaanse demograaf James Vaupel vorige maand in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet.

Maar zal zijn voorspelling ook uitkomen voor Nederlandse baby’s? Hoewel Nederlanders best oud worden, scoorde Nederland de afgelopen decennia internationaal gezien matig op het punt van levensverwachting. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw gingen we nog aan kop. Sindsdien is Nederland afgezakt naar de dertigste plaats. Nederlandse mannen worden nu gemiddeld ruim 78, vrouwen ruim 82. Europees gezien is Nederland een middenmoter. Zweden en Fransen, maar ook Japanners en Australiërs leven 1 tot 3 jaar langer.

Hoe komt dat? Over die vraag, de raadselachtige verschillen in de levensverwachting per land, zullen internationale wetenschappers zich morgen buigen op de dies van de Leyden Academy on Vitality and Aging, een vorig jaar opgericht medisch kenniscentrum.

Zijn we ingehaald omdat andere landen nu beter doen wat Nederland al lang goed deed, volgens de wet van de remmende voorsprong? „Dat is vast een beetje waar”, zegt Johan Mackenbach, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Maar het is niet het hele verhaal. „Nederland is wel erg ver teruggevallen. En andere landen, zoals Noorwegen en Zweden, houden het veel langer vol aan de top.”

Kan het te maken hebben met immigratie? „Nee”, zegt Mackenbach. „Immigranten uit bijvoorbeeld Turkije en Marokko hebben geen sterk verhoogde sterfte ten opzichte van autochtonen. Marokkanen hebben zelfs een lagere sterfte.”

Begin jaren tachtig ging er in Nederland iets mis. De levensverwachting van 80-plussers steeg niet meer en begon zelfs te dalen.

Hetzelfde deed zich voor bij bijvoorbeeld Amerikanen, Denen en Noorse mannen, maar niet bij Noorse vrouwen en in Engeland, Frankrijk en Japan, bleek in 2005 uit een proefschrift van demograaf en epidemioloog Fanny Janssen.

Rookgedrag verklaart veel, zegt Mackenbach. Amerikaanse vrouwen zijn vroeg gaan roken, mogelijk onder invloed van Hollywoodsterren. Daardoor overleden vanaf de jaren tachtig relatief veel Amerikaanse vrouwen.

Nederland en Denemarken gingen later roken. Dat in die twee landen toch meer vrouwen doodgaan aan de gevolgen van roken dan elders, wijt Mackenbach aan het zwakke antitabaksbeleid. „De overheid in Nederland en Denemarken is daar altijd terughoudend in geweest wegens de ideologie van de vrije keuze.”

Roken verklaart veel, maar niet alles. Een bekend buitenlands vooroordeel is dat de legale euthanasie in Nederland oude mensen vervroegd de dood injaagt. Speelt dat een rol?

Nee, zegt Fanny Janssen, universitair docent demografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Euthanasie komt te weinig voor om de levensverwachting van de hele bevolking te beïnvloeden.

In 2001 bijvoorbeeld, ging aan 44 procent van de Nederlandse sterfgevallen een medische beslissing vooraf. Daarvan betrof slechts 2,6 procent euthanasie. 20 procent was een beslissing om niet verder te behandelen en nog eens 20 procent was pijnbestrijding met mogelijk levensverkortend effect. Janssen: „Het effect van alle medische beslissingen rond het levenseinde op de levensverwachting was in de jaren negentig minder dan één week.”

Japanse vrouwen breken nu de records: zij worden gemiddeld 86. En dat terwijl Japan in de jaren vijftig nog een levensverwachting had van 62. Hoe kan dat?

Een theorie van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en de Leyden Academy is dat het verschil tussen Nederland en Japan te maken heeft met de manier waarop de samenleving voor haar ouderen zorgt.

„Om voort te leven hebben de oudste ouden zorg nodig en goesting, zin in het bestaan”, zegt arts-epidemioloog Luc Bonneux van het NIDI, van Vlaamse origine. „Goesting wordt gevoed door het netwerk rond en het respect voor bejaarden.”

Volgens Bonneux en internist Rudi Westendorp, directeur van de Leyden Academy, is een cruciaal verschil tussen Nederland en Japan dat in Nederland relatief hoge percentages 65-plussers alleen wonen (van de vrouwen zelfs 47 procent) of in verpleeg- en verzorgingshuizen (9 procent van de mannen en vrouwen samen). Japanse ouderen zijn nog veel vaker omringd door hun familie.

Westendorp heeft vier jaar op een intensive care gewerkt. Hij weet hoeveel geld en inspanning het kost mensen 24 uur per dag te verzorgen. „Een leefweek duurt 168 uur. Daar passen 4 werkweken in. Als je iemand in een verpleeghuis opneemt, laad je dus vier werkweken op je, per week. Als je je dat realiseert, kun je je voorstellen dat we karige zorg leveren.”

Maar wat is het alternatief? Moeten mensen nog langer thuis blijven wonen, ten koste van mantelzorgers die nu al vaak overbelast zijn?

„Ik denk dat daar alle argumenten voor zijn”, zegt Westendorp. „We hebben veel verpleeghuisbedden, vergeleken bij het buitenland, maar dat helpt dus niet. De zorg is karig en gemeten naar sterftecijfers presteert het systeem slecht. Wie weet moeten we terug naar de jaren 30, 40, 50 wat betreft het nemen van verantwoordelijkheid voor ouderen.”

Mackenbach is niet overtuigd van het verband tussen sterfte en verblijf in instellingen. „Daarvoor moet je aannemelijk maken dat de oversterfte zich voordoet onder mensen die in instellingen wonen.” Dat onderzoek is nog niet gedaan.

De levensverwachting van Nederlandse ouderen stijgt sinds 2002 weer. De reden is actiever medisch beleid, weet Mackenbach door onderzoek van zijn groep. Zo nam het aantal ziekenhuisopnames van ouderen na 2002 toe, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat ze zieker werden. Het aantal niet-behandelbeslissingen bij ouderen nam af. Er wordt, zegt Mackenbach, meer moeite gedaan om oude mensen beter te maken.

Dit hangt samen, denkt hij, met een sterke groei van de uitgaven van de gezondheidszorg, ingezet door LPF-minister Bomhoff in het kabinet Balkenende-I. Doordat er meer geld kwam, was er minder noodzaak ouderen allerlei behandelingen te onthouden. Werkt dat dan zo?

„Ik denk het wel”, zegt Mackenbach. „Dat kun je zien aan richtlijnen voor behandelingen. Aan bijvoorbeeld het voorschrijven van cholesterolverlagers zat een leeftijdgrens. In de jaren 80 en 90, toen de Nederlandse gezondheidszorg strak gebudgetteerd was, was het heel gebruikelijk die boven een bepaalde leeftijd niet meer voor te schrijven.”

Zou het ook zo kunnen zijn dat Nederlandse artsen in die periode oudere mensen eerder dood lieten gaan dan hun buitenlandse collega’s?

„Ik denk dat het Nederlandse beleid rond levenseinde goed is, en het naar eer en geweten gebeurt”, zegt Mackenbach. „Tegelijk zou het kunnen dat bij sommige besluiten toch de beschikbaarheid van financiële middelen bewust of onbewust een rol speelde. Maar dat is speculatie.”

Bekijk de top-224 van landen qua levensverwachting (nr. 224: Swaziland met 31,88 jaar) in het CIA World Factbook én een demografische wereldkaart via nrcnext.nl/links