Springen, spelen en sporten met Nijntje

‘What’s the deal, baby?’ vraagt de mooie assertieve Chinees. Hij zit op zijn knieën bij de rups-op-waggelende-poten in de speeltuin en knuffelt 11. 11 is mijn hond maar dat is hier een detail. Mijn aandacht gaat nu uit naar de Chinees met prachtige kaalgeschoren kop. Chinezen zie je niet zo vaak zonder menukaart of koksmuts hier in Brussel, en zeker niet in parken. Chinezen werken eindeloos door.

De mooie assertieve Chinees is een Japanner, vertelt hij. Hij torst een bontjas die van drie mammoeten gemaakt moet zijn. Het wil zweten, zegt hij, eindeloos zweten, tot hij zo licht is als een sprietje. ‘Sprietjes worden vertrappeld’, merk ik intelligent op. Hij doet het voor de sport en legt zijn arm om mij heen. ‘Ah, dat soort sport’, zeg ik. Dit park herbergt een heel diverse fauna, een sportende Japanner kan er nog wel bij. De fauna beoefent hier vaak de horizontale bedsport tussen de flora, met of zonder boerka of geweer, met elkaar of met originele huisdieren als een lama. 11 en ik voelen ons hier een beetje domme wichten, even dom als het meisje dat in een Belgische verkeerscampagne doodleuk en bloedserieus verklaarde: snel rijen is even dom als snel vrijen.

‘Nee, niet dat soort sport tussen de struiken’, grinnikt hij. ‘Ik ben zelf een sport aan het uitvinden.’

‘Je moet gek zijn om vandaag nog te willen sporten’, zeg ik, ‘meer regels dan spel.’

‘Dat bedoel ik’, gaat de Japanner verder, ‘ik wil een nieuwe sport zonder regels, waar mensen echt beter worden. Een vrije sport. Geen bekeuringen of schorsingen. Geen dopingcontroles en geen gezeik over whereabouts. Geen restricties op je dieet en geen ouders die aan de zijlijn staan te schreeuwen dat het nooit wat wordt als je niet onmiddellijk stopt met roken. Kijk eens goed om je heen, zie jij nog sporters die niet opgefokt zijn?’

‘Japanners, steeds op zoek naar nieuwe rages’, lach ik.

‘Precies, meisje’, zegt hij. Hij spreekt meisje eerder uit als mesje. ‘En voor mijn onderzoek zou ik jou en je hond iets willen vragen.’

‘Hier gaan we weer’, denken 11 en ik gelijktijdig. Het is alsof er op onze T-shirts staat geschreven: ‘Betrek ons alsjeblieft alsjeblieft in je leven, dankje.’

‘Ik zou graag hebben dat zij met mij gaat wandelen. En dat ik haar huisdier ben.’ De Japanner wijst naar 11. ‘Als kind kroop ik zo graag op handen en voeten door ons appartementje in Kyoto en niemand die mij kwam controleren of schorsen.’

Ik vraag zijn nummer en beloof hem dat 11 met hem zal sporten. Maar ik waarschuw de mammoet met glanzende kop ook. Het Vlaamse jachtseizoen op sporters is geopend.

Saskia de Coster