Politie pleegt 'doodzonde' en verstrekt La S. daderinformatie

Het onderzoek naar liquidaties in de onderwereld dreigt vast te lopen door een juridische faux pas. Kroongetuige Peter la S. kreeg gevoelige informatie van de politie.

Mag je een getuige informatie verstrekken over een zaak waarover deze getuige moet verklaren? Het antwoord op die vraag is simpel, aldus recherchechef Bart Gietema van de Amsterdamse politie. Informatieverstrekking aan getuigen moet je voorkomen, stelt hij in een verklaring in juni van dit jaar.

Gietema werd gehoord in de Passage-zaak, het onderzoek naar liquidaties in de Amsterdamse onderwereld. „Er zijn in deze zaak capabele verhoorders ingezet. Die hoef je niet te vertellen wat ze wel en niet tijdens een verhoor kunnen opmerken, zo professioneel zijn ze”, aldus Gietema. Maar hoe professioneel zijn die verhoorders. Lees mee in een verhoor uit mei 2007, toen kroongetuige Peter la S. werd ondervraagd door twee van Gietema’s rechercheurs.

Peter la S.: „Ik heb even een vraag: is er geschoten?”

Rechercheur 2: „Sorry?”

Peter la S. „Is er geschoten of mag ik dat niet vragen?”

Rechercheur 1: „Ja hoor, dat mag je wel vragen.”

Peter la S. „Als er geschoten is dan weet je dat natuurlijk.”

Rechercheur 1. „Nee, dat is niet gebleken.”

Het feit dat Kees Houtman niet geschoten heeft op zijn moordenaars is onmiskenbaar daderinformatie: iets wat je alleen maar kunt weten als je erbij bent geweest. En die informatie krijgt Peter la S. hier van zijn verhoorders.

Uit het strafdossier blijkt dat het niet de enige keer is geweest dat dat gebeurde. Zo heeft La S. meerdere malen gevraagd of er hulzen gevonden waren van de kalasjnikov waarmee hij geschoten zou hebben. Die hulzen werden pas in het najaar van 2007 gevonden. Uit de verklaringen van La S. blijkt volgens de advocaten dat hij vóór de vondst van die hulzen een verhaal heeft verteld over hoe hij die zou hebben opgeraapt en weg zou hebben gegooid. „La S. is gestuurd met informatie”, zo betoogde advocaat Nico Meijering eerder dit jaar op zitting. „De kroongetuige heeft zijn verklaringen erop aangepast.” De advocaat vraagt zich af of La S. er wel bij was en waar hij dan gestaan zou hebben [zie tekening].

Het Openbaar Ministerie en de politie hebben tot deze zomer volgehouden dat de verhoren van La S. volgens de regels zouden zijn uitgevoerd. Het verstrekken van daderinformatie aan een getuige werd toen door een van de betrokken officieren van justitie als een „doodzonde” getypeerd.

Maar niet alleen het verstrekken van die informatie roept nu vragen op. Ook de wijze waarop de politie de verhoren met Peter la S. heeft geverbaliseerd is onderwerp van discussie. Er blijken namelijk zowel een korte als een lange versie van de uitgewerkte verhoren met Peter la S. te bestaan.

Uit vergelijkingen tussen die twee versies blijkt dat de antwoorden op de vragen van La S. in de korte versie zijn weggelaten. Van alle andere verhoren werden alleen de korte versie aan het dossier toegevoegd. Het leidt bij de advocaten van de verdachten tot het vermoeden dat politie en justitie het voeden van de kroongetuige hebben willen verbergen.

Die fout wordt hersteld. Alle verhoren worden op dit moment opnieuw letterlijk uitgewerkt en aan het dossier toegevoegd. Maar daarmee is de kwestie nog niet ten einde. De grote vraag is namelijk wie er verantwoordelijk is voor het verstrekken van informatie aan Peter la S. Officier van justitie Betty Wind, die de zaak samen met vier collega’s doet, moest gisteren terugkomen op een eerdere verklaring dat zij degene was geweest die de gewraakte informatie aan Peter la S. heeft gegeven.

Die onjuiste conclusie kwam haar op een publieke schrobbering te staan van rechtbankvoorzitter Frits Lauwaars: haar eerdere verklaring „sloeg nergens op”. Het is nog niet duidelijk wanneer Lauwaars zich gaat uitspreken over de gevolgen die de rechtbank zal verbinden aan de „doodzonde” .

Achtergronden op nrc.nl/onderwereld