Kijk niet weg als er lijken aanspoelen

Migranten die op weg naar Europa sterven, worden naamloos begraven. Dat mag niet doorgaan. Probeer op zijn minst te achterhalen om wie het gaat, betoogt Thomas Spijkerboer.

Sinds het begin van de jaren negentig voeren de Europese landen een gemeenschappelijk migratiebeleid. Een cruciaal onderdeel daarvan was de poging om migranten weg te houden bij hun grens. Er werd een visumplicht voor vrijwel alle arme landen ingesteld. En door een boetesysteem werden luchtvaartmaatschappijen bewogen om mensen zonder visum niet aan boord te laten.

Op de korte routes over zee (Adriatische Zee, Straat van Gibraltar) wordt steeds intensiever gepatrouilleerd. Sinds een paar jaar wordt dat gecoördineerd door het Europese agentschap Frontex. Deze grensbewaking heeft niet het beoogde gevolg (minder illegale migranten), maar leidt tot ontwijking van controles en verplaatsing van migratie.

Maar beleidsmakers blijven ervan dromen dat illegale migratie via zee onmogelijk wordt door meer technologie. Zo heeft Spanje een miljarden euro’s kostend detectiesysteem gekregen. De migratie is daardoor verplaatst naar Italië, Malta en Griekenland.

Als die landen ook zo’n detectiesysteem hebben, zal dit natuurlijk niet het einde van de illegale migratie zijn, maar een andere manier van opereren. Zo kunnen smokkelaars de bootjes in grote groepen tegelijk laten varen. Als de kustwacht de groep ontdekt, waaiert die uiteen, zodat één of twee bootjes gepakt worden en de andere door kunnen varen.

De intensievere grensbewaking heeft echter wel een niet-beoogd gevolg, namelijk een stijgend aantal slachtoffers. Als veilige routes worden afgesneden, en het gevolg niet is dat mensen thuisblijven maar dat zij gevaarlijker routes nemen. Er vallen dan ook steeds meer doden. Is Europa verantwoordelijk voor dit neveneffect? Het korte antwoord is: dat is moeilijk te zeggen, omdat Europa stelselmatig de andere kant op kijkt.

Allereerst moet worden vastgesteld dat de landen aan de Middellandse Zee weliswaar het vuile werk opknappen, maar dat landen op veilige afstand, zoals Nederland, evenveel verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen van het Europese beleid.

Sinds de bewaking aan de Europese binnengrenzen werd afgeschaft, is er aan de buitengrenzen sprake van gezamenlijke bewaking. Op de Middellandse Zee wordt dus ook de Nederlandse grens bewaakt, op basis van beleid dat mede door Nederland wordt gemaakt, met behulp van Frontex dat mede door Nederland wordt gefinancierd. De zuidelijke EU-staten knappen het vuile werk op, maar de andere staten zijn ten volle medeverantwoordelijk.

Maar nu de vraag zelf. Stel dat op Nederlandse snelwegen een nieuw soort geluidswerend asfalt werd ingevoerd, waardoor echter de kans op dodelijke ongevallen onder mensen die harder dan 150 kilometer per uur rijden sterk stijgt. Is de Nederlandse overheid dan verantwoordelijk voor dat stijgende aantal doden? Juridisch is dat een interessante vraag. Maar het is evident dat er, los daarvan, door beleidsmakers een afweging zou worden gemaakt tussen geluidshinder en slachtoffers.

Dat moet ook bij grensbewaking gebeuren. Dat gebeurt nu niet. Is er een verband tussen het grensbewakingsbeleid en het aantal doden? We weten het niet, want het aantal doden is onduidelijk. De tabel hiernaast is gebaseerd op berichten in landelijke media. Ook mensen die in een detentiecentrum zelfmoord plegen of de slachtoffers van de Schipholbrand zijn meegeteld. Maar beperkt onderzoek, waarin de tabel werd vergeleken met lokale media of met gemeentelijke cijfers, laat zien dat de aantallen in de tabel met zeker twee of drie vermenigvuldigd moeten worden.

Het is helemaal niet zo moeilijk om betrouwbaardere gegevens te krijgen. Er spoelen dagelijks mensen aan op de Europese kusten, en die worden geregistreerd in gemeentelijke statistieken en in de registers van begraafplaatsen.

Er wordt bovendien onzorgvuldig omgegaan met de geborgen lichamen. Als er een lijk in de gracht wordt aangetroffen, wordt vanzelfsprekend geprobeerd te achterhalen om wie het gaat, en hoe het zo ver heeft kunnen komen. Maar omgekomen migranten worden zo snel mogelijk begraven.

Dit mag zo niet doorgaan. Ook bij aangespoelde migranten moet gepoogd worden te achterhalen om wie het gaat en moeten gegevens (bijvoorbeeld dna) worden opgeslagen ten behoeve van de nabestaanden. Europese landen horen dus drie dingen te doen.

Ten eerste moeten zij de enorme technische en financiële middelen die worden ingezet om migratie te bestrijden, ook gebruiken om slachtoffers te identificeren.

Ten tweede moeten zij betrouwbare gegevens verzamelen over het aantal lijken dat aanspoelt.

En ten derde moeten zij zich afvragen of er een verband is tussen Europees beleid en het aantal doden, en zo ja bekijken of het beter kan.

Gezien de drama’s die zich dagelijks aan onze grenzen afspelen is dit een bescheiden conclusie. Anders dan Europese politici doen voorkomen is strengere grensbewaking geen onderdeel van de oplossing voor de grensdoden, maar onderdeel van het probleem. Als er elke dag doden vallen, en als dat mogelijk met het beleid te maken heeft, mag je niet wegkijken.

Thomas Spijkerboer is hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit.