Generatie-Mak is de wegbereider van Wilders

De elite wijt de de opkomst van xenofobe leiders als Wilders aan de amorfe massa, en nog steeds onvoldoende aan zichzelf, stelt Pieter Waterdrinker.

Met de verkorte versie van zijn – overigens sympathieke – toespraak bij de aanvaarding van de Otto von der Gablentz-prijs geeft Geert Mak het huidige discours een zwiep in de verkeerde richting (Opiniepagina, 4 november). Hij constateert dat Duitsland een „bijna voorbeeldig” zelfonderzoek achter de rug heeft, doelend op de gruwelen van het Naziregime, en dat Nederland op het gebied van gewetensintrospectie alom achterblijft. Hij spreekt in dit verband over een Nederlandse „mythe van onschuld”. Of het nu de wandaden in Nederlands-Indië betreft, de labbekakhouding van het gros der Nederlanders tijdens de bezetting, of onze zegen aan de NAVO-bombardementen op Kosovo.

Mak pleit voor meer onderzoek, temeer omdat „bepaalde processen” uit het verleden (al dan niet in kameleontische vermomming) zich plegen te herhalen, met als gevolg dat een volk wederom collectief in dezelfde val trapt. Hij noemt de naam niet, maar doelt natuurlijk op de opkomst van de moderne Rattenvanger van Hamelen, Geert Wilders. Nogmaals: zijn rede is sympathiek en zijn oproep is urgent. Maar als waarschuwer voor de pest van het herlevende nationalisme graait hij teveel in de boezem van vorige generaties. En te weinig in die van hemzelf.

Ik schrijf dit in het centrum van Moskou, op twintig minuten lopen van metrostation Koersk, waar een gevelleus die Stalin prijst als groot nationaal leider, onlangs in ere is hersteld. Op een zelfonderzoek als bij de Duitsers kunnen de Russen, wat de wandaden van het communisme betreft, niet bogen. Niettemin gist het in Rusland. Een Russisch nationaal mea culpa – al is het maar symbolisch – is noodzakelijk. Temeer omdat hier bij mij in de straat, evenals in Duitsland, nog steeds kampbeulen, moordenaars en verkrachters ongestraft naar de bakker schuifelen en naar de bank voor hun pensioentje.

Zeker, ook Nederland kent zijn collectieve wandaden, zoals de kwelling van de Javaan, de slavenhandel en Srebrenica. Maar wil men het gevaar waarop Mak zinspeelt effectief te lijf gaan, dan zou het onderzoek zich in eerste instantie misschien moeten bezighouden met de generatie intellectuele en politieke machthebbers tegen wie de volkswoede zich richt. De generatie waartoe ook Mak behoort. Men dient eerst de mythe van de eigen onschuld door te prikken.

Ik krijg het amper uit mijn strot, maar ‘de elite’ houdt in Nederland het volk voortdurend een spiegel voor. Die zegt: „Zie eens hoe lelijk jullie zijn”, terwijl de eigen houding nauwelijks ter discussie wordt gesteld. De intellectuele chic zoekt de oorzaak van de opkomst van xenofobe leiders als Wilders vooral bij de amorfe massa die deze aan de macht brengt; nog steeds onvoldoende bij zichzelf.

Men kan in Nederland uit de collectieve middelen topsalarissen eisen. Talkshowpresentatoren vragen voor een lezing met gemak een bedrag waarvoor een doorsnee mens een maand moet werken. Tegelijkertijd blijven ze in het openbaar moreel-normatieve uitspraken doen over de levenswandel van anderen.

Dit hypocriete gedrag heeft op een samenleving een veel grotere impact dan men vermoedt. Ik krijg de indruk dat veel Wilders-aanhangers zich hierover meer opwinden dan over de – doorgaans theoretische – bedreiging van de vreemdeling in het portiek. Om het op z’n Tolstojaans te zeggen: men kan van andere mensen pas vergen een goed en zuiver leven te leiden, indien het eigen leven goed en zuiver is. In deze voorbeeldfunctie van de elite wrikt het in Nederland. Ik roep niet op tot heksenjacht, maar met Mak tot bezinning en zelfonderzoek.

Veel van hen, die decennialang hebben gepleit voor de verheffing van het volk, zijn vooral bezig geweest met de verheffing van zichzelf. „Daarom zult gij de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdeling zijt gij geweest in het land van Egypte”, verordonneert Deuteronomium 10:19.

De meeste strijders tegen de nieuwe, gemuteerde nationalistische pest – bij wie ik mij aansluit – zijn de afgelopen jaren vooral vreemdeling geworden van zichzelf. Vreemdeling in het eigen geweten. Maar net als honden de dreiging van een aardbeving voelen, voelt de massa dergelijk spagaatgedrag bijna altijd feilloos aan. Sinds de moord op Fortuyn is er in dit opzicht niks veranderd. En dat is zowel een voedingsbodem voor huidige en toekomstige rattenvangers, als een schande.

Pieter Waterdrinker is romancier en woont in Moskou.