Europa is andersdoor immigratie. Maar beter?

De huidige omvang van de immigratie is historisch uniek meent Christopher Caldwell.

Volgens de auteur betekent dat voor Europa een ‘drama’ met problematische gevolgen.

Er is iets vreemds aan de hand met de ondertitel van het boek van de Amerikaanse schrijver/journalist Christopher Caldwell. Die is keer op keer veranderd. De eerste Amerikaanse uitgave hield het beschrijvend: Immigration, Islam and the West. Andere Engelstalige edities kregen prikkelender ondertitels mee. Can Europe be the same with different people in it? Of ook: The uncomfortable reality of mass immigration and islam. In het Nederlands is het wat stelliger geworden: Hoe de islam ons voorgoed veranderde.

Caldwell, even in Nederland om zijn boek te promoten, wuift het weg. Bedacht door de uitgevers, zegt hij. Hij had liever vastgehouden aan de eerste versie, want hij wilde vooral een beschrijvend, analyserend boek schrijven over de effecten van massa-immigratie. Maar hij heeft dat op zo’n manier gedaan dat het boek een aanklacht is geworden tegen de achteloosheid waarmee de meeste Europese landen zijn omgegaan met massa-immigratie en de effecten daarvan.

Die intentie komt ook terug in de titel: De Europese revolutie. Want om een revolutionaire verandering gaat het, volgens Caldwell. Al eerder in de geschiedenis zijn grote stromen mensen van het ene land naar het andere getrokken. In de zestiende eeuw ontvluchtten Joden het Iberisch schiereiland, een eeuw later vluchtten protestantse Hugenoten uit Frankrijk. „Maar dat was lang niet zo’n omvangrijke en gestage stroom immigranten als we nu zien”, zegt Caldwell.

Doordat de aantallen veel groter zijn, is de impact op de samenleving van het ontvangende land groter en passen historische vergelijkingen in zijn ogen niet goed. Daarbij komt dat de satelliet-tv integratie belemmert: je blijft gewoon je eigen zenders kijken. Een derde verschil, zegt Caldwell, is de culturele afstand. „Er bestaat een groot verschil tussen de islam en de post-christelijke Europese samenleving.”

In feite poneert Caldwell, die zich omschrijft als „niet zo ideologisch, maar sterk conservatief georiënteerd”, twee stellingen over wat hij noemt „het drama van de immigratie”. Eén: de Europese landen hebben nauwelijks een beeld van kosten en baten van immigratie – en compliceren het debat hierover door economische overwegingen te vermengen met argumenten van solidariteit. Twee: het feit dat veel immigranten moslims zijn, maakt het voor Europa problematisch om zijn bestaande opvattingen over democratie en mensenrechten te handhaven.

De gedachte dat je niet zou moeten proberen kosten en baten van immigratie te meten omdat het om mensen gaat, verwerpt Caldwell. „Waarom zou dat een verboden vraag zijn? De afgelopen twintig jaar is vaak gezegd dat immigranten een belangrijke bijdrage leveren aan de economie. Dan is het ook legitiem om je af te vragen hoeveel geld immigratie eigenlijk kost, hoeveel immigranten je verantwoord kunt toelaten, of je meer of minder immigranten moet hebben. Op dezelfde manier is het legitiem om je af te vragen of het immigratiebeleid uit het verleden wel heeft gewerkt. Wat niet legitiem is, is om het verleden op te rakelen en tegen een bepaalde groep burgers te zeggen dat het een vergissing is geweest om hen toe te laten. Dat kan niet in een democratie.”

Caldwell zet veel vraagtekens bij argumenten dat immigranten economisch nodig zijn. Hij wijst erop dat een land als Frankrijk ook veel immigratie heeft gekend toen de werkloosheid jarenlang in de dubbele cijfers zat. Misschien, zegt hij, moet veel meer worden gezet op de kaart van de seizoensarbeid en tijdelijk werk. „Spanje heeft zeker behoefte aan mensen om fruit te plukken. Maar als een samenleving arbeid nodig heeft, is de enige juiste prijs daarvoor dan burgerschap van een land? Kun je in deze geglobaliseerde wereld niet veel vaker het model kiezen van aangenomen werk: als het klaar is, ga je weer terug?”

Is immigratie nodig in verband met de vergrijzing? „Misschien op de korte termijn, omdat jongere mensen de staat relatief gezien niet veel kosten. Maar ook zij gaan trouwen, krijgen kinderen en zullen uiteindelijk evenveel van de staat terug willen krijgen als ze erin hebben gestopt. Tenzij je hen voor de gek wilt houden en hen mee laat betalen aan een genereuze verzorgingsstaat die later, als zij er een beroep op willen doen, heel sterk is afgeslankt, zal immigratie niet veel bijdragen om de verzorgingsstaat te redden.”

Caldwell vindt dat landen de vrijheid moeten nemen om een eigen immigratiebeleid op te zetten, en daarbij nuchter en pragmatisch moeten kijken naar kosten en baten. „Ik weet dat het controversieel is, maar als Nederland bijvoorbeeld denkt dat immigranten uit bepaalde landen het beter doen dan immigranten uit andere landen, kan het hun een voorkeursbehandeling geven.”

Is dat een impliciet pleidooi om minder moslims toe te laten? Caldwell antwoordt via een omweg. „Ik ben pessimistisch over de mogelijkheid dat de waarden van de islam samenleven met de traditionele Europese waarden van democratie en mensenrechten. Maar ik heb veel respect voor de rol van religie in het leven van mensen. Daarom herken ik me ook niet in de discussie die je hier wel in Nederland hoort, waarin een beschaafd, geavanceerd, seculier Europa wordt afgezet tegen bijgelovige achterlijke godsdiensten.

Ik vind dat je erg tolerant moet zijn. Juist daarom ben ik pessimistisch over de positie van de islam in Europa. Ik denk dat de islam veel te bieden heeft als een alternatief voor de seculiere visie op de samenleving. Ik weet dat sommige mensen denken dat je gelovigen kunt ‘opvoeden uit hun godsdienst’, dat het probleem vanzelf weggaat, als onderdeel van een bepaald soort vooruitgang. Maar in de Verenigde Staten zie je juist dat mensen vasthouden aan religie, dat die kan samengaan met een hoog opleidingsniveau. Als ik pessimistisch ben, is dat eerder uit respect dan uit minachting voor de islam.”

De meeste Europese samenlevingen zijn volgens Caldwell onzeker en onduidelijk over hun traditionele waarden. Hoe dat komt? „Mensen vragen me dat vaak en ik heb nog steeds geen helemaal bevredigend antwoord. West-Europa was gebaseerd op christelijke waarden en daar is bovenop een rationalistische, seculiere samenleving gekomen.

Decennialang hebben die traditionele en die rationalistische elementen samengeleefd. Maar ergens in de afgelopen vijftig jaar zijn ze in botsing met elkaar gekomen, en nu kunnen ze niet meer goed naast elkaar bestaan. Kijk naar de merkwaardige coalitie in de VS rondom de oorlog in Irak. Dat waren fundamentalistische christenen die het als een plicht zagen om orde te brengen in de wereld, en homo-activisten die boos waren dat Saddam hard optrad tegen homoseksuelen. Wat zijn dan de waarden die je uitdraagt?”

Waarom is immigratie in de VS veel minder een probleem dan in Europese landen? Caldwell ziet twee oorzaken: „Het verschil in belevingswereld en culturele achtergrond. De afstand tussen Nederlanders en mensen uit Noord-Afrika en Anatolië is groter dan die tussen Amerikanen en Mexicanen. Ten tweede: de harteloosheid van de Amerikaanse verzorgingsstaat en het feit dat veel immigranten illegaal zijn, leiden ertoe dat ze bijna allemaal aan het werk zijn. De arbeidsparticipatie van immigranten is veel hoger dan die van geboren Amerikanen. Dat is gunstig, want werk is de beste manier om te integreren. Bovendien zal je niet zo snel antibuitenlandergevoelens krijgen, of kritiek dat immigranten lui zouden zijn, niet zouden willen werken of crimineel zouden zijn. Amerikanen hebben nooit het gevoel dat immigranten van hen profiteren.”