Een warm Turks bad

Er bestaan jongeren die niet gewoon geduldig of matig geïnteresseerd zijn als een Belgische auteur een lezing houdt op hun middelbare school of universiteit. Er bestaan jongeren die wild enthousiast worden van culturele kennismakingen. Die jongeren wonen in Samsun, Turkije. Ze verdrongen elkaar haast om vragen te stellen, wilden met me op de foto en lieten hun schoolboeken signeren. Leraressen en bibliothecaressen drukten mij op het hart dat ik er heel mooi en jong uitzag. Een faculteitshoofd overhandigde mij mijn eerste oorkonde, als dank voor mijn belangrijke bijdrage aan de interculturele communicatie. Een warme novemberzon liet de Zwarte Zee schitteren.

Het onthaal gaf me het vage gevoel voor iemand anders te worden gehouden en dit alles niet te verdienen. Dat het ongeremde enthousiasme me tegelijk blij maakte en ontroerde, lag aldus een plaatselijke krant in mijn ogen te lezen. Volgens deze krant sprak ik ook Bulgaars, maar goed, dat van die blijdschap klopte wel.

„It’s really something”, zo drukten de beide Claudia’s van het Goethe-instituut mij op het hart. Een jaar lang strooien ze met andere Goethe-medewerkers, vertalers en gastauteurs in het Turks vertaalde Europese literatuur rond in Turkije. Op hun ‘boekenbus’ staat ‘Yollarda’ te lezen. Onderweg. Samen bruggen bouwen. Mij best.

Al is het natuurlijk ook een kwestie van roeien met de riemen die men heeft. Terwijl de medewerkers van het Goethe-instituut efficiënt en met volle inzet culturele bruggen bouwen, krijgen Turken het steeds moeilijker Europa binnen te komen. Over reizen wordt hier voornamelijk gedroomd, over het verkrijgen van een visum ook. Veel jonge mensen hebben niet het gevoel onderweg te zijn. Ze weten zich gevangen.

Vandaar ook waarschijnlijk dat de studenten herhaaldelijk vroegen wat een Europese auteur over Turkije en de Turken denkt, en welke Turkse auteurs zij heeft gelezen. De namen Ohran Pamuk en Elif Shafak maken spanning en verdeeldheid voelbaar. Europeanen worden ervan verdacht deze schrijvers op handen te dragen omdat zij zo Turkije-kritisch zijn. Andere studenten knikken zachtjes maar instemmend als ik zeg dat een buitenstaander niet zo zeer de indruk heeft dat deze auteurs de vuile was buiten hangen, maar eerder dat zij alle bevolkingsgroepen die in Turkije leven een stem geven.

„Literatuur helpt verschillende culturen met elkaar te verbinden en laat ons wereldburgers worden”, zo vermeldt mijn oorkonde in het Turks en in het Engels. Ik neig dat te geloven. Nu de grenzen nog.