Dat Spaanse banken slagen voor hun stresstests, zegt niet zo veel

De malaise op de Spaanse huizenmarkt is duidelijk een probleem voor de banken van dat land, maar de vraag is: hoe groot? De Spaanse centrale bank wil de kwestie ‘in perspectief’ plaatsen. Een stresstest, waarvan de centrale bank toegeeft dat hij simplistisch is, duidt erop dat het systeem in staat zou moeten zijn genoeg winst te genereren om verliezen tot 40 procent van de aan projectontwikkelaars geleende 324 miljard euro te kunnen opvangen. Dat zou waar kunnen zijn voor het systeem als geheel, maar de gevoeligheid van de diverse banken voor de vastgoedsector verschilt enorm.

Er zijn tenminste twee banken die ongeveer 45 procent van hun leningen hebben uitstaan bij projectontwikkelaars, aldus een grafiek in het jongste rapport van de Spaanse centrale bank over de financiële stabiliteit, en nog eens vijf met een gevoeligheid van meer dan 30 procent. Binnen het systeem loopt het percentage oninbare leningen als fractie van het totaal uiteen van ongeveer 2 tot 17 procent.

Onderwerp van de analyse van de centrale bank zijn onder meer BBVA en Santander – die zich in heel verschillende categorieën bevinden. De winst vóór voorzieningen van Santander over 2008 was groter dan die van alle spaarbanken van het land tezamen. Deze spaarbanken hebben ongeveer de helft van de Spaanse markt in handen. Als Santander de komende drie jaar de verwachtingen van analisten ten aanzien van de winst vóór voorzieningen waarmaakt, kan de bank in theorie meer dan vier maal de 15 miljard euro aan kredieten voor projectontwikkelaars afschrijven.

Maar de spaarbanken scoren veel minder goed bij de stresstest van de Spaanse centrale bank. Hun gezamenlijke winst vóór voorzieningen zou op grond van de veronderstellingen van de test de komende drie jaar 37 miljard euro bedragen, tegen 70 miljard voor Santander. Dat is dan net voldoende om 21 procent van de leningen van de spaarbanken aan projectontwikkelaars af te schrijven.

De spaarbanken kunnen ook een beroep doen op ongeveer 24 miljard euro aan algemene voorzieningen. Maar de projectontwikkelaars zijn slechts een onderdeel van het grotere probleem van het systeem, omdat ook bij andere soorten kredieten de ‘slechte’ leningen toenemen. Dat is de motivatie voor het door de regering ingestelde noodfonds van 99 miljard euro, waar tot nu toe nog niemand gebruik van heeft hoeven maken. Het lijkt erop dat de banken dat ook niet willen, tot het water hen echt aan de lippen staat. Maar nu de werkloosheid in rap tempo stijgt naar de 20 procent, en de ‘slechte’ leningen nog moeten pieken, zou het binnen een paar maanden wel eens zo ver kunnen zijn.