Bloemen houden ook van God

In: hal van de Utrechtse Jaarbeurs Aanwezig: twintig vrouwen Dienst: Liturgisch bloemschikken

In een van de enorme hallen van de Utrechtse Jaarbeurs zijn zo’n duizend mensen broodjes aan het eten. Er zijn kraampjes, er is rumoer, en toch is alles tot in de puntjes geregeld. De meneer van de pers vangt ons op en brengt ons naar de organisator van de werkgroep waarvoor wij ons hebben aangemeld, en zij brengt ons naar de twee dames die de werkgroep geven – zo vlot en soepel allemaal dat je het vermoeden krijgt dat ze dit al langer doen. Sinds 1888 om precies te zijn, met uitzondering van de wereldoorlogen: de landelijke diaconale dag, met dit keer het jeugddiaconaat als thema. Veel jeugd loopt er niet rond, en dat klopt ook wel, want de dag is bedoeld voor de diakens die christelijke jongeren begeleiden. Zij wisselen vandaag ervaringen uit en minister Rouvoet houdt een inspirerend praatje.

Maar wij zijn er voor de workshop ‘Liturgisch Bloemschikken’. We moesten een lachje onderdrukken toen we het hoorden. Dat gebeurt wel meer, iets horen en denken dat het hilarisch wordt. Zoals twee weken geleden in deze rubriek over de zegening van jachthonden in Groningen. Maar als je het allemaal aanschouwt, krijgt het iets natuurlijks, bijna logisch. Ook al is die logica verzonnen.

Om twee uur wordt het rustig in de hal. Ongeveer twintig vrouwen van middelbare leeftijd zitten aan een lange tafel, ieder met een ronde schaal met daarop een flinke witte kaars voor zich. Anneke de Boer houdt de inleiding: onze kapellen worden vaak opgefleurd met bloemstukken. Op hoogtijdagen zoals Kerst en Pasen spelen bloemen een belangrijke rol, ook begrafenissen zijn moeilijk denkbaar zonder kransen. Maar zelden realiseren we ons welke betekenis bloemen hebben, ja, dat je met bloemen, takken en bladeren een verhaal kan vertellen. Anneke de Boer geeft een paar voorbeelden: klimop staat voor Gods eeuwige trouw, ze blijven groen en groen is de kleur van hoop. Het bruin van herfstbladeren staat voor chaos.

Het bloemstuk dat men vandaag gaat maken, heeft als thema ‘God, Ik, De Ander en De Wereld’. Via de symbolische betekenissen van getallen, kleuren, vormen, materialen en het lijnenspel wordt het bloemstuk ‘veelzeggend’, als je maar weet wat die getallen en kleuren en vormen te zeggen hebben.

Vraagje: is dat niet wat arbitrair? Ik bedoel: waarom verwijst groen naar hoop en bruin naar chaos en niet andersom? Nee, zo willekeurig is het blijkbaar niet. In de geschriften en in allerlei joods-christelijke tradities worden bloemen, getallen, kleuren en spullen genoemd die voor iets speciaals staan, bijvoorbeeld de witte kaars: er is maar één van in het bloemstuk, omdat er maar één schepper is. Als je twee kaarsen gebruikt, wordt het onzin. De kaars is wit en wit betekent zuiverheid. De pit is de brandende liefde en de vlam de goddelijkheid.

Het klinkt allemaal erg precies, maar hoe voorkom je vergissingen? Een stukje met gipskruid (= verwarring) en doornen (= tegenslag) en cyclaampjes (het verdriet van Maria), een appel (dood), gele bloemen (het verraad van Judas) en dorre takken (de ondergang) – kan je van zo’n stukje niet zomaar zeggen dat het staat voor geloof, hoop en liefde? Nee dus. De betekenissen zijn vastgelegd in het gezaghebbende werk van Tini Brugge, Bloemen Geven Zin (Kok, 2002), en er is eigenlijk geen enkele reden voor bloemisten om er een potje van te maken. Want dat gebeurt helaas wel vaak, een echte liturgische bloemisterij is er nog niet. Het is, om het oneerbiedig te zeggen, een gat in de markt.

Reacties en suggesties: ramdas@nrc.nl