Bibaboerderij beboet

Het verzuilde omroepbestel in Nederland is al sinds de jaren zestig een karikatuur van zichzelf. Het oude idee dat een omroep moet bogen op een maatschappelijke achterban, of die nu religieus of sociaal is, werd in 1964 voor het eerst ondermijnd. In dat jaar werd de TROS opgericht, een reactie op de wetgeving tegen en bestorming van het commerciële REM-eiland in de Noordzee dat in 1964 kort programma’s als ‘Mr. Ed het sprekende paard’ uitzond.

De TROS was de eerste postverzuilde omroep die toetrad tot het bestel. De omroep zit er nog steeds in en moet zich dus onderwerpen aan de Mediawet die onder meer bepaalt dat de mede met belastinggeld gevulde zendtijd niet mag worden gebruikt om voor derden winst te maken.

Programma’s voor kinderen mogen zelfs niet gesponsord worden. De TROS heeft dat met de serie ‘Bibaboerderij’ wel gedaan. Supermarkt C1000 betaalde het programma. Het Commissariaat voor de Media heeft de omroep nu een boete opgelegd van 270.000 euro. Dat is de hoogste geldboete in de geschiedenis van de toezichthouder.

Deze sanctie lijkt een vorm van daadkracht. Maar hoe hoog het bedrag ook moge zijn, het commissariaat doet niet veel meer dan speldenprikken uitdelen, in de hoop dat andere zendgemachtigden zich voortaan twee keer bedenken. De echte vraag die nu al bijna een halve eeuw gesteld, maar nooit beantwoord wordt is een andere. Is het bestel nog wel te handhaven of wordt het meer en meer een aanfluiting?

Minister Plasterk (OCW, PvdA) ziet toekomst. Vorige week heeft bij, enthousiast omhelsd door een gelukkige nieuweling, twee omroepen toegelaten: PowNed, dat gelieerd is aan website GeenStijl, en Wakker Nederland (WNL), opgezet door dagblad De Telegraaf, dat op zijn beurt indirect GeenStijl bezit. De nieuwelingen moeten een publiek bedienen dat nu wordt verwaarloosd, mede omdat TROS en AVRO maatschappelijk gezien bleke zenders zijn geworden.

Het valt niet te ontkennen dat een publieke omroep zich rekenschap moet geven van het publiek, dat het bestel met belastinggeld betaalt. Politieke of culturele eenzijdigheid ondermijnt het systeem dus. Maar dat gebeurt ook als het bestel juist ongebreideld kan uitdijen met omroepen, zonder dat er noemenswaardige oude verdwijnen.

In de Tweede Kamer wordt een vast aantal zetels verdeeld. In Hilversum wordt voor elke nieuwe groep die kennelijk aan de voorwaarden voldoet, een stoel bijgeschoven. Behalve nu met Llink, wordt er nooit een stoel ontruimd. Als straks de verkiezingen daartoe aanleiding geven, rukt de publieke omroep dan een heel bankstel aan om zich in te dekken?

Het publieke bestel bezwijkt zo onder zijn eigen gewicht. Ook minister Plasterk moet inzien dat het huidige hybride bestel, met zijn commerciële belangen en politieke dwarsverbanden, vlees noch vis is en dus de naam publiek niet meer kan dragen. Aan dat feit verandert niets door de deur open te zetten voor nieuwelingen of steeds hogere boetes uit te delen. Het bestel zelf is gewoon niet meer te handhaven.