Bankroetimmigranten overspoelen Kent

Wie failliet gaat kan in het Verenigd Koninkrijk terecht: snel, geruisloos en, zo wordt vermoed, ideaal om wat crediteuren te ‘vergeten’.

De Britten hebben volgens de laatste berekeningen misschien wel een miljoen illegale immigranten, veelal van heel ver weg. Maar sinds kort zien ze een nieuwe categorie: de Europese bankroetimmigrant. Ieren, Duitsers, Oostenrijkers vooral, maar ook Nederlanders die in eigen land failliet dreigen te gaan, komen naar het Verenigd Koninkrijk om hun faillissement daar te regelen. Het gaat er sneller, het gaat geruisloos en het is binnen een jaar voor elkaar. Formeel is dat toegestaan. Maar de autoriteiten vermoeden gesjoemel en gaan strenger toezien op de praktijk.

„Het grote Britse publiek houdt niet van misbruik van dit soort mogelijkheden”, zegt Karol Sanderson van de Insolvency Agency, de overheidsdienst die toezicht houdt op alle faillissementen in Engeland en Wales. „En we hebben een aantal voorbeelden gehad waarbij kennelijk gelogen is tegen de rechtbank.”

In 2004 werd een Europese richtlijn van kracht die grensoverschrijdende erkenning van faillissementen in de verschillende lidstaten regelde. Sindsdien is er met name in het zuidoosten van Engeland een ware industrie in bankroetimmigratie ontstaan. Wie in eigen land in financiële moeilijkheden komt en de bui ziet hangen, kan in Kent terecht bij gespecialiseerde bedrijfjes die het de cliënt zo gemakkelijk mogelijk maakt naar Engeland te verhuizen om daar zijn schulden af te wikkelen.

Een van die bedrijfjes is de Duitse Insolvenz Agentur, een onderneming van het echtpaar Markus en Claudia Kray. Zij bieden hun cliëntèle desnoods onderkomen bij hen thuis, regelen huisvesting, helpen bij het kiezen van domicilie en begeleiden de afwikkeling van de schuldsaneringsprocedure. De meeste klanten komen naar hun zeggen uit Duitsland en Oostenrijk, waar die procedure soms wel twaalf tot vijftien jaar kan duren. Maar ze hebben op dit moment ook een aantal cliënten uit Nederland, waar drie tot vijf jaar voor de procedure geen uitzondering is.

„Wij zitten hier ontzettend handig”, zegt Claudia Kray. „Vlakbij de Kanaaltunnel en bij de Eurostar. Je bent met de auto zo weer terug in Duitsland of Nederland. Al adviseren wij in het prille begin om dat maar liever niet te doen als je hier nog niet officieel bent ingeschreven.” Als je kortom wel wilt volhouden dat je je hele financiële hebben en houden naar het Verenigd Koninkrijk hebt verplaatst.

De Nederlandse cliënten van dit bureau laten via Kray weten dat ze in geen geval met een journalist willen praten, ook niet anoniem, „omdat iedereen ons aan de omstandigheden zou herkennen.”

De Insolvency Agency zegt bij monde van Karol Sanderson dat ze inmiddels alert is op frauduleus uitbuiten van de soepele faillissementsmogelijkheden in Engeland. Die soepelheid heeft de Labourregering geïntroduceerd naar Amerikaans voorbeeld. Minister Peter Mandelson (Handel en Industrie) was na een bezoek aan de VS gecharmeerd van de manier waarop daar bedrijven zonder al te veel stigma te gronde kunnen gaan en vervolgens in andere gedaante en zonder al te veel belemmeringen weer kunnen herrijzen – het levende voorbeeld van een ‘get up and go-attitude’. Je schulden niet meer kunnen betalen moet in die gedachtegang gezien worden als een risico van ondernemen, niet als een schandvlek die eeuwig blijft kleven aan de schuldenaar. Geen wonder dus dat de Engelse regeling aantrekkelijk is voor buitenlanders.

Vanuit de schuldeisers gezien is de regeling minder aantrekkelijk. Vertrek naar het buitenland van een schuldenaar – vaak onverhoeds en zonder dat daaraan ruchtbaarheid is gegeven – maakt het verhalen van een vordering lastiger. Een curator in een faillissement waarin (ogenschijnlijk) niet veel meer valt te halen, zal evenmin geneigd zijn goed geld naar kwaad geld te smijten.

„Als je hier surseance van betaling aanvraagt, neemt de rechtbank voor zoete koek aan wat je aanbrengt”, zegt Sanderson. Daarna gaat de hele zaak over in handen van de official receiver. Die ondervraagt de aanvrager, telefonisch of in een persoonlijk gesprek. En tegenwoordig: als iemand uit een ander land komt, dan zien we er heel nauw op toe dat iemand werkelijk hier woont en hier zijn belangrijkste bron van inkomsten heeft. We zijn inmiddels geattendeerd op een aantal gevallen waarin daarmee door de aanvrager werd gesjoemeld. Dat loopt nog niet in de tientallen; minder dan 20 op een aantal van meer dan 70.000 faillissementen. Maar we hebben meer van dat soort gevallen in onderzoek. Als mensen deze regeling misbruiken, dan zijn zij niet meer welkom.”

Markus en Claudia Kray adviseren hun cliënten om ten minste de eerste honderd dagen na vertrek uit het vaderland Engeland niet te verlaten en pas na twaalf maanden terug te keren naar hun vaderland. Op de vraag of hun cliënten dan weer terug verhuizen, is het antwoord niet ondubbelzinnig. In interviews elders heeft Markus Kray gezegd dat volgens zijn indruk 85 procent van zijn klanten zich blijvend in Engeland vestigt. Op zijn website biedt hij de cliëntèle behalve bemiddeling bij het vinden van een huis en het aanvragen van – bijvoorbeeld – kinderbijslag, ook hulp bij het zoeken van een baan aan.

Claudia Kray: „Veel van onze klanten zijn arts of apotheker. Aan hen heeft de National Health Service grote behoefte. Het zijn vaak oudere mensen, die hun hele leven hard hebben gewerkt en die vaak buiten hun schuld in grote moeilijkheden zijn geraakt. Omdat het geen zakenmensen waren, omdat hun secretaresse hen heeft bestolen en ze geen mogelijkheid hebben voor hun 65ste weer voldoende terug te verdienen. Ook al spreken ze geen Engels, dan vinden ze het toch prettiger om hierheen te komen.”

Acht soortgelijke bedrijfjes als die van de Krays – hij is makelaar, zij is accountant – zijn inmiddels gedwongen tot sluiting omdat ze betrapt zijn op het bijstaan van individuele rechtspersonen in het valselijk claimen dat hun belangrijkste werk- en verblijfplaats in Engeland is. De definitie van ‘belangrijkste werk- en verblijfplaats’ is volgens de Insolvency Agency het adres waar iemand leeft en werkt ‘en waar crediteuren geacht worden hen te kunnen bereiken.’

Navraag bij faillissementsexperts in Londen en in Nederland leert dat men daar (nog) geen ervaring heeft met bankroettoerisme naar Engeland, maar wel zeer geïnteresseerd is in het fenomeen.

Neil Smyth, partner bij het Londense kantoor van Taylor Wessing en een vooraanstaand expert op het gebied van faillissement, zegt aan de telefoon dat ook Taylor Wessing, via zijn kantoren in Duitsland en Brussel, te maken kreeg met particulieren „die op het internet gelezen hadden dat failliet gaan in het Verenigd Koninkrijk gemakkelijker is. Maar als ze alleen hier naartoe komen omdat ze zo uit de schulden denken te komen, is dat niet iets waarmee wij te maken willen hebben.”

Smyth zegt dat de grootste gaten daar vallen waar particulieren niet eens een advocaat raadplegen, maar zich zelf melden bij de Engelse rechtbank „en dan maar zien wat er gebeurt.” In de wetenschap dat er geen rechter is die wat hij aan gegevens voor zich krijgt niet voor zoete koek aanneemt, want zowel de rechtbanken als de ambtenaren van de Insolvency Agency komen om in de faillissementsaanvragen. Vijf maal zoveel als een jaar geleden, zegt hij. In die omstandigheden is het voor de aanvrager van een faillissement, die weet dat hij toch niet wordt gecontroleerd, heel goed mogelijk een aantal crediteuren te „vergeten”.

Eerder liet Smyth zich nog scherper uit. Het probleem kon alleen maar erger worden naarmate meer en meer mensen in Europa werkloos zouden worden en de verschillen leren. De snellere afhandeling van betalingsmoeilijkheden had het stigma van een faillissement enigszins verzacht. „Maar in zekere zin denk ik dat het ook de morele verplichting die mensen voelen ten opzichte van hun schuldeisers heeft ondermijnd.”