Zonder onzekerheid op weg naar Winterspelen

Sven Kramer wint in Berlijn de 5 kilometer en plaatst zich direct voor de Winterspelen.

Kramer vreest zijn grote rivaal Håvard Bøkko niet echt.

Ontspannen lachend stond Sven Kramer zaterdag, na de eerste wereldbekerwedstrijden van het olympische schaatsseizoen, in het nauwe halletje naar de ijsbaan van Berlijn de media te woord . Kramer had net de vijf kilometer gewonnen, zoals hij die al twee jaar wint. Met een geruststellende voorsprong van tweeënhalve seconde op zijn grootste rivaal, de Noor Håvard Bøkko.

Kramer was twee seconden sneller dan vorig jaar; hij reed in de Duitse hoofdstad naar een tijd van 6.14,69. En als regerend wereldkampioen is hij door een nieuwe regel van de schaatsbond na zijn eerste internationale zege op zijn favoriete afstand al direct zeker van deelname aan de Olympische Spelen van Vancouver in februari. „Ben ik daar maar meteen vanaf”, klonk het nonchalant uit de mond van de Friese schaatser. Niet belangrijk? „Ik slaap er niet beter van ofzo.”

Voor de buitenwereld mag het misschien lijken alsof de zoveelste demonstratie de 23-jarige heerser op de lange afstanden nauwelijks moeite kostte. Maar zijn lichaamstaal voor de race verraadde anders. Vorige week vertoonde Kramer bij de NK afstanden kleine tekenen van kwetsbaarheid. Hij reed een moeizame vijf kilometer en werd slechts tiende op de 1.500 meter, die hij vorig seizoen nog won. Hoe zou hij ervoor staan ten opzichte van de internationale concurrentie? Coach Gerard Kemkers gaf na afloop in Berlijn toe dat er sprake was van „een zekere mate van onzekerheid.”

Kramer imponeerde zijn tegenstanders in het Berliner Sportforum in de aanloop naar de eerste internationale confrontatie met een aantal knalharde temporondes, net zoals ploeggenoot Carl Verheijen dat probeerde. Bij het inrijden voor de race verstrakte zijn gezicht. Even een getergde blik omhoog naar zijn vader en oud-schaatser Yep op de tribune, zoals altijd wanneer er een belangrijke race wacht. En dan los.

Zijn doorkomsttijd na anderhalve ronde was iets langzamer dan Bøkko twee ritten ervoor. Kramer liep in de buitenbocht mee met tegenstander Bob de Jong en kruiste op het rechte eind direct naar de binnenbaan. Bijna raakten de twee landgenoten elkaar. De ervaren De Jong raakte zichtbaar van slag. Kramer zette zijn actie resoluut door en liet zijn directe tegenstander kansloos, zoals zijn voorbeeld Lance Armstrong in de Tour de France soms Jan Ullrich elimineerde. Als een roofdier, dat in zijn beste vorm verheven lijkt boven factoren als geluk of pech.

„Vlekkeloos was het niet”, zei Kramer na afloop over het incident op de tweede kruising. „De binnenbocht moet het oplossen, ik wilde gewoon zo snel mogelijk naar binnen.” De Jong en zijn coach Bart Schouten beten na afloop op hun tong om hun woede niet te uiten. „Ik maak er geen woorden meer aan vuil”, zei de regerend olympisch kampioen op de tien kilometer. „Daarmee maak je het alleen maar erger en voor je het weet raak je in de war. Maar ík maakte zeker geen fout.”

Na de bijna-botsing liepen de rondetijden van De Jong even op, maar in het tweede deel van de race verloor hij nauwelijks op Kramer. De 32-jarige ‘diesel uit Leimuiden’, sinds 1995 een vaste waarde in de wereldtop, oogt sterk aan het begin van het olympisch seizoen. Na een tweetal tweede plaatsen bij de NK afstanden eindigde hij in Berlijn in 6.19,22 als derde. Maar vanwege zijn mindere start liggen zijn olympische kansen eerder op de tien dan op de vijf kilometer. „Ik lig er niet wakker van”, reageerde Kramer op de race van De Jong.

Tussen de twee Nederlanders eindigde Bøkko, die zijn race snel begon en goed volhield. Met 6.17,17 was hij bijna vier seconden sneller dan vorig jaar bij de seizoensopening in Berlijn. „Behoorlijk goed”, vond de 22-jarige allrounder. „Ik voelde me na afloop niet moe, alleen kon ik nog niet sneller.” Kramer neemt zijn Noorse tegenstander serieus. Maar vrezen? „Sven kon zijn versnellingen elke keer counteren”, zei coach Kemkers.

Dus sprak Kramer na afloop weer als de superieure kampioen. Onzeker na vorige week? „Ik voelde me echt niet fit, ik was gewoon ziek. Deze week voelde ik me met de dag beter worden. Dit was een goede race.” Ook zijn ploeggenoten reden sterk. Verheijen eindigde na een snelle start als vierde, Wouter Olde Heuvel als vijfde en debutant Koen Verweij als zevende, in een nieuw persoonlijk record van 6.24,22.