Welletjes

Scheidsrechter Roelof Luinge blies op zijn fluit. De twee grensrechters holden van de zijlijn naar hem toe. Het arbitrale trio liep het veld af. De wedstrijd tussen ADO Den Haag en PSV werd gestaakt, wegens kwetsende spreekkoren.

Luinge, na afloop: „Ik vond het op een goed moment welletjes.”

Welletjes. Het gebruik van dit woord is voorbehouden aan mensen met macht. Politici nemen het graag in de mond. Agenten, burgemeesters, ouders. En scheidsrechters, niet te vergeten. Er spreekt enig ouderwets aandoend dedain uit.

Luinge had voorafgaande aan het duel nog laten zien dat hij het beste voor had met de supporters in het Haagse stadion. Hij liep voor de tribune Midden-Noord langs, tijdens de warming-up. Hij oogde een beetje stram in de heupen – scheids Roelof is niet de jongste meer van het elitekorps, maar vooral niet bang.

Na een kwartier in de eerste helft had Luinge al vijf gele kaarten uitgedeeld, vooral aan ADO-spelers. Ze leken me volkomen terecht. De eerste gaf hij al na twintig seconden. En na die twintig seconden kreeg hij van Haagse fans te horen dat zijn moeder een hoer was.

Ik ken Roelof Luinge niet persoonlijk. Zijn moeder ook niet. Ik weet ook niet of ze nog leeft. Maar een vergelijking met een levende of een dode hoer, wat dondert het, dat klinkt niet fijn uit de mond van duizend dwazen.

Luinge deed aanvankelijk nog of zijn neus bloedde en liet doorspelen. Tot het in de tweede helft ‘welletjes’ was.

Vlak voor Luinge de wedstrijd tijdelijk staakte, stuurde hij een ADO-speler met rood van het veld. De voetballer was zo over zijn toeren dat hij Luinge bij het weglopen verrot schold. „Flikker op, kutscheids.”

Eerst hoer, dan flikker en kut. In een bioscoopfilm van Quentin Tarantino mag de hoofdrolspeler die woorden om de zin roepen. In een stadion klinkt het anders. Het verschil is: regisseur Tarantino maakt fictie, alles op het voetbalveld is realiteit.

Luinge bleef een kwartier in de kleedkamer. Zijn moeder een hoer? Wat dachten die supporters wel? Dit was een typisch geval van welletjes. Dan maar even stoppen met voetbal.

PSV-spits Ola Toivonen vertelde dat hij in zijn geboorteland Zweden nog nooit had meegemaakt dat een wedstrijd werd onderbroken wegens ‘spreekkoren’. Het is echt een Hollands tafereel. Een tikje braaf en correct zijn we wel. Ik zie het in een Argentijns stadion in een wedstrijd tussen rivaliserende clubs nog niet gebeuren.

Ik had aanvankelijk te doen met Luinge; hij was de loser die werd uitgejouwd. Toen keek ik eens wat beter naar de mensen op de tribune. Oververhitte mannenkoppen, het spuug rond de mondhoeken, de middelvinger omhoog. Zielig volkje.

Luinge wachtte in zijn kleedkamer. Pas na een kwartier kwam hij weer het veld op. De afkoelingsperiode werkte. Het publiek bleef kalm, ADO maakte zowaar een keurig doelpunt. Af en toe zag ik nog een paar Haagse koppen in beeld. De stoerheid was er vanaf. Zonder zingen en schreeuwen wezen de groeven in de stille gezichten allemaal naar beneden.

Ik hoopte dat alle Haagse hoeren een dagje vrijaf kregen om de mannen op de tribune lekker aan hun borst te kunnen drukken. Als heuse moeders.

Al vrees ik dat de Haagse pooiers dat snel welletjes hadden gevonden.