Rotterdamse afvalverbrander gaat dicht

Van Gansewinkel sluit de afvalcentrale in Rotterdam-Zuid. Overcapaciteit speelt het bedrijf parten. Maar een project om met industriële restwarmte huizen te verwarmen, lijkt gered.

Afval- en milieuconcern Van Gansewinkel sluit per 1 januari 2010 de afvalverbrandingsinstallatie aan de Brielselaan in Rotterdam-Zuid. Nederlands grootste afvalverwerker denkt het merendeel van de circa 130 werknemers bij een andere werkgever te kunnen onderbrengen, met behulp van onder meer de gemeente Rotterdam. De vakbonden zijn dit weekeinde ingelicht.

Het bedrijf uit Eindhoven, sinds 2007 eigendom van de Angelsaksische private-equitypartijen KKR en CVC Capital, spreekt van „een onvermijdelijke beslissing”. De in 1992 opgeknapte Afval Energie Centrale aan de Brielselaan (1910) moest gemoderniseerd worden om een nieuwe milieuvergunning veilig te stellen. Het beoogde investeringsbedrag van 250 miljoen euro is gelet op de huidige marktomstandigheden „niet langer verantwoord”, aldus een woordvoerder. Wereldwijd is door een teruglopend aanbod sprake van dalende prijzen voor afvalverwerking.

Zoals veel afvalverwerkers kampt Van Gansewinkel daarnaast met overcapaciteit omdat het bedrijf eerder dit jaar enkele langlopende contracten verloor aan concurrenten als Sita en Twence. Zo mag het bedrijf, dat ontstond uit een fusie van AVR en Van Gansewinkel met ingang van volgend jaar niet meer het huishoudelijk afval verwerken van Arnhem (90.000 ton brandbaar afval per jaar), Delft (130.000), Zoetermeer (40.000) en het Westland (25.000). Dat scheelt het bedrijf naar schatting ruim 40 miljoen aan inkomsten. Het aanbestedingscontract in de gemeente Den Haag (150.000 ton) is inzet van een juridische strijd. Eind deze maand bepaalt de rechter wie de opdracht krijgt: Van Gansewinkel of Sita.

Volgens bestuursvoorzitter Ruud Sondag van Van Gansewinkel hebben de recente oplevering van nieuwe verbrandingsovens in Nederland en de overcapaciteit in met name Duitsland gevolgen voor de gehele afvalverwerkingsindustrie. Zijn bedrijf (omzet 1,2 miljard euro) durft als eerste te saneren. „Dat is bitter voor de mensen die het direct raakt, maar noodzakelijk voor het gezond houden van de onderneming”, aldus Sondag.

De sluiting van de vestiging aan de Brielselaan hing al enkele maanden in de lucht, en zorgde voor spanning op het stadhuis. De centrale ‘op’ Zuid speelt een sleutelrol in de hernieuwde opzet van het Warmtebedrijf Rotterdam (WBR). Het stadsbestuur heeft tot dusver 16 miljoen euro gestoken in het duurzaamheidsproject, waarbij industriële restwarmte wordt gebruikt om 50.000 woningen en gebouwen te verwarmen. Het WBR is een van de pijlers van het Rotterdamse klimaatplan, dat vooral beoogt om de CO2-uitstoot fors te reduceren. Het project vergt een investering van 145 miljoen euro, die moet worden terugverdiend met de restwarmte.

Milieuwethouder Rik Grashoff (GroenLinks) heeft vanmiddag een brief verstuurd aan de Rotterdamse gemeenteraad. Daarin meldt hij dat het WBR is gered doordat de Van Gansewinkel-vestiging in het havendorp Rozenburg de plaats inneemt van de Brielselaan. „De pijpen worden wat langer dan gepland, maar het warmteverlies blijft uiteindelijk beperkt door technische aanpassingen van de installatie in Rozenburg”, zegt hij. Die extra investering wordt geraamd op 30 miljoen euro en komt voor rekening van Van Gansewinkel.

Grashoff is vooral opgelucht dat „we nu eindelijk de definitieve klap hebben kunnen geven, ook al is de sluiting van de Brielselaan een trieste zaak”. Al twee keer dreigde een faillissement van het in 2005 opgerichte WBR, en dus een miljoenenstrop voor de gemeente. Voornaamste oorzaak: het bleek simpelweg te duur om de restwarmte vanuit de haven naar woningen in Rotterdam te transporteren. Om die reden trok olieraffinaderij Shell zich vorig jaar terug, gevolgd door de banken, die weigerden om nog langer garant te staan. Eerder was het Havenbedrijf al afgehaakt.

Grashoff verwacht dat de gemeenteraad in januari een oordeel zal vellen over de vandaag gepresenteerde opzet van het gemeentelijk warmtebedrijf. Indien de raad akkoord gaat, zal het WBR op zijn vroegst per 1 januari 2012 warmte leveren aan de eerste van de in totaal 50.000 huishoudens in Rotterdam. Dat is een jaar eerder dan in het vorige plan was voorzien. Ook het Maasstad Ziekenhuis in Zuid wordt aangesloten op de nieuwe vorm van stadsverwarming.

Rotterdam, door de haven een van de grootste vervuilers van Nederland, heeft zich ten doel gesteld dat alle woningen, kantoren en andere gebouwen in 2025 alleen nog duurzame energie gebruiken. Volgens de gemeente leidt aansluiting op het restwarmtenetwerk op termijn tot een lagere energierekening.