RATATAA-BOEM -TSSJJ-BOEM

Optreden in de openbare ruimte vindt Matias Aguayo interessanter dan in clubs.

Het geeft hem meer muzikale vrijheid en levert veel nieuwe geluiden op.

Een zwoele zomeravond in Buenos Aires. De Duits-Chileense danceproducer Matias Aguayo gaat met een groep vrienden stappen. Maar de sfeer in de club is gezapig en de muziek voorspelbaar, en dus staan ze al snel weer buiten. Ze hebben echter nog geen zin om naar huis te gaan. Een van hen heeft een gettoblaster en een iPod bij zich en daarmee bouwen ze op straat hun eigen feestje. Al snel staan er tientallen passanten te dansen op het trottoir. Een slimme straatverkoper verhuist zijn kar met bier naar de feestende meute. En daar dansen ze, de hele nacht, met een magnifiek uitzicht over Buenos Aires en een hemel vol sterren boven hun hoofd.

„Het was zo’n bijzondere avond dat we besloten om vaker zulke feesten te geven, maar dan iets beter georganiseerd”, zegt Aguayo nu, een paar jaar later, over het ontstaan van zijn BumBumBox-feesten. Het doel van de feesten is om dansmuziek uit haar normale context te halen: uit de club dus. Een professioneel geluidssysteem wordt vervangen door een paar gettoblasters, een dj door een iPod, platen en cd’s door mp3’tjes, een dansvloer door de straat en een homogeen clubpubliek in dure T-shirts door toevallige voorbijgangers.

De spontaniteit en levendigheid van de BumBumBox-feesten heeft Aguayo gevangen op het album Ay Ay Ay, dat vorige maand is uitgekomen. De plaat staat vol met Latijns-Amerikaanse riddims, waarin de stem van Aguayo de hoofdrol vertolt. De nummers zijn vrijwel geheel opgebouwd uit samples van zijn stemgeluid: hij beatboxt, bromt de baslijn, klakt met zijn tong en zingt daar weer overheen. Hierdoor klinkt Ay Ay Ay als een levendig straatcarnaval.

„De sound van het album is het gevolg van mijn keuze om radicaal anders muziek te gaan maken”, zegt Aguayo, die vorige week even in Amsterdam was voor een optreden in Trouw. „Ik wilde bij het produceren zo spontaan mogelijk te werk gaan. Het probleem met elektronische muziek is dat je te snel met productie bezig bent, in plaats van met ruwe ideeën. Vandaar dat ik nu alles met mijn stem doe. Ik heb alleen een laptop en een goede microfoon nodig. Als er nu een goede beat in mijn hoofd schiet, pak ik mijn microfoon en...” Hij begint te beatboxen: RATATAA-BOEM-TSSJJ-BOEM.

Bovenal is het album de weerslag van een aantal jaren BumBumBox-feesten geven in heel Latijns-Amerika. Problemen met de autoriteiten heeft hij daarbij nooit gehad. „Je komt er achter hoe verschillende steden werken”, zegt Aguayo. „In Santiago de Chile is de politie strenger. Daar hebben we ons goed verstopt en was het feest alleen overdag. In Sao Paolo is er een regel dat het na elf uur ’s avonds rustig moet zijn. In Medellin in Colombia kwamen er veel straatkinderen op ons feest af, die werden weggestuurd door agenten met getrokken pistolen.”

De BumBumBox-feesten waren voor Aguayo en zijn vrienden een nieuwe uitdaging. Ze traden al jaren op in clubs, dus het was inspirerend om eens een feest op straat te geven. Aguayo: „Veel hedendaagse clubs zijn echo’s uit het verleden: ze willen alleen maar lijken op de clubs van vroeger. En de bezoekers zijn vooral consumenten. Ze hebben betaald om binnen te komen en verwachten ook wat terug. Bovendien zijn clubs in deze tijd van controle aan allerlei irritante regels gebonden. Je mag niet eens meer roken.”

Openbare ruimtes vindt Aguayo daarom veel interessanter. „Er komt een totaal ander publiek op af, mensen met een totaal verschillende leeftijd en achtergrond. Onze feesten trekken ook mensen aan waar ik normaal bang voor ben, de zwervers en de macho’s die op de hoek van de straat straat staan. Maar tot nu toe hebben we geen problemen gehad.”

De feesten zijn ook een uitdaging voor Aguayo vanwege de muzikale vrijheid die ze hem geven. De subtiele minimal die hij vroeger draaide werkt niet op straat. „Dus ging ik rauwere platen draaien en vermengen met Latijns-Amerikaanse dansmuziek die ik op mijn reizen was tegengekomen. Ik heb veel lokale markten afgestruind, op zoek naar nieuwe geluiden zoals reggaeton, dancehall en baile funk.” Het album is vooral sterk beïnvloed door cumbia, een Colombiaanse muziekstijl die vaak alleen bestaat uit complexe percussie en zang.

Door zijn muzikale ontdekkingstocht heeft hij als halve Europeaan veel meer respect gekregen voor de Latijns-Amerikaanse muziektraditie. „Mensen gaan op het zuidelijke halfrond heel anders met muziek om. In Europa draait muziek veel meer om auteurschap: de traditie is die van de introverte dichter en troubadour. In Latijns-Amerika is muziek iets om met anderen te delen. Het draait hier om hoe de muziek in dialoog gaat met andere mensen.”

Hij vindt dan ook dat muziek in Europa soms veel te serieus wordt genomen, ook in de technoscene. „Ik wil het noordelijke halfrond niet te veel bekritiseren, maar muziek wordt daar vaak beter gevonden als het serieus is. Als muziek fun is, dan is het vluchtig en oppervlakkig. Maar serieuze muziek raakt niet per se diepere emoties, en is ook niet per definitie beter gemaakt.”

’s Nachts in Trouw zet Aguayo zijn woorden kracht bij, want zijn optreden is een explosie van vrolijke energie. Terwijl hij cd’s draait met rauwe ritmes houdt hij de microfoon stevig in zijn hand geklemd. Daar maakt hij allerlei geluiden in, met zijn mond, met een tamboerijn, met een fluit – alles wat maar geluid kan maken houdt hij voor de microfoon, samplet hij en gooit hij direct in de mix. Het publiek laat zich gewillig opzwepen, maar Aguayo merkt het nauwelijks op. Hij is te druk bezig.

Het album Ay Ay Ay van Matias Aguayo is 27 oktober verschenen bij Kompakt.