Ondervragers spelen met je zwakheden

Vandaag krijgt Shadi Sadr in Den Haag de Tulip Award 2009, de mensenrechtenprijs van de Nederlandse regering.

Ze wordt beschouwd als een van de belangrijkste strijders voor vrouwenrechten in Iran.

De Iraanse activist Shadi Sadr is „heel optimistisch” over de democratische toekomst van Iran. „Het is een lang proces, de kosten zullen hoog zijn. Maar je ziet aan de demonstratie van vorige week dat de regering het zich niet meer kan permitteren om een moment te ontspannen. De veiligheidsdiensten – de Revolutionaire gardisten, de Baseej – traden gewelddadiger op dan ooit te voren en de andere kant, de oppositie, was moediger dan ooit tevoren. Er heerst angst, er is onderdrukking, maar toch gingen de mensen weer de straat op.”

Shadi Sadr (35) is advocaat en mensenrechtenactivist. Met de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, Shirin Ebadi, wordt ze beschouwd als de belangrijkste strijder voor vrouwenrechten in de islamitische republiek. Ze richtte Raahi op, een inmiddels door het regime gesloten organisatie die vrouwen zonder middelen juridisch advies verschafte, en voert campagne tegen steniging, een straf die hoofdzakelijk tegen vrouwen wordt toegepast. Vandaag krijgt ze in Den Haag de Tulip Award 2009, de mensenrechtenprijs van de Nederlandse regering.

In Iran zijn sinds het massaprotest tegen de herverkiezing van president Mahmoud Ahmadinejad na de presidentsverkiezingen van 12 juni honderden mensen gearresteerd en kortere of langere tijd vastgezet. Sadr zelf werd een maand later aangehouden en bijna twee weken gevangen gehouden in de beruchte Evin-gevangenis. Ze werd niet alleen over de demonstraties ondervraagd en over haar strijd voor vrouwenrechten, maar over alles – „conferenties, contacten met buitenlanders, mijn hele leven”, zei ze gisteren tijdens een vraaggesprek in Den Haag. „Ik werd gekenschetst als een van de leiders van de vrouwenafdeling van de fluwelen revolutie.” De Iraanse autoriteiten beschuldigen de oppositie ervan protesten op instigatie van het buitenland te hebben georganiseerd om in een ‘fluwelen revolutie’ het regime omver te werpen.

Het staat vast dat gevangenen tijdens verhoor zijn doodgefolterd; de oppositie beschuldigt de autoriteiten van verkrachting van arrestanten. Sadr heeft dat niet meegemaakt; ze zat in een speciale afdeling van de gevangenis waar de gevangenen alleen in een cel zaten en niet met elkaar konden communiceren.

Zelf werd ze niet fysiek mishandeld. „Maar ik werd op een gegeven moment ondervraagd terwijl voor me zeker vijftien jonge mannen werden mishandeld. Dat was ook voor mij werkelijke foltering. Na een half uur kon ik niets meer. Ik zat in een nachtmerrie.”

Verscheidene gevangenen hebben tijdens hun proces bekend wat de autoriteiten wilden dat ze bekenden. „Dat is het resultaat van witte foltering”, aldus Sadr. „Je wordt geïsoleerd, het licht is altijd aan, je draagt speciale kleding, komt alleen drie keer per dag je cel uit voor wc-bezoek, praat met niemand behalve met de ondervragers. Je familie wordt bedreigd. In de verhoren spelen de ondervragers met je zwakheden – die iedereen heeft.”

Volgens Sadr was haar vrijlating resultaat van binnen- en zware buitenlandse druk. Ze heeft een borgtocht van omgerekend 250.000 euro moeten betalen, en de autoriteiten gaan er vanuit dat ze weer terugkomt. Voorlopig woont ze in Duitsland waar ze een beurs heeft gekregen voor een half jaar wetenschappelijk onderzoek.

Moet de internationale gemeenschap de Iraanse oppositie steunen? „Jazeker, ik denk dat het zeer, zeer belangrijk is dat de buitenwereld telkens weer de schendingen van de mensenrechten aan de orde stelt, in de media, in onderhandelingen, waar het maar kan. Er wordt heel veel gepraat over het Iraanse nucleaire programma, er zijn sancties afgekondigd om Iran op dit punt onder druk te zetten. Maar er is weinig in de media over mensenrechten en er zijn al helemaal geen sancties om verbetering af te dwingen.”