Niemand vraagt om hogere straffen

Rechtbanken openden zaterdag hun deuren om het publiek kennis te laten maken met de rechterlijke macht. „Als de bevolking om bloed vraagt, dan is de rechter er voor de nuance.”

Bomvol zit de Coninck Westerbergzaal in het gerechtsgebouw aan de Parnassusweg in Amsterdam.

Een zeventienjarig Afghaans meisje, dat sinds haar zevende in Nederland woont en geheel is ingeburgerd, moet van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) terug naar Afghanistan. Haar ouders hadden slechts een tijdelijke verblijfsvergunning.

Aan de orde is een nagespeelde rechtszaak.

Het meisje wil in Nederland studeren en is bang in Afghanistan als vrouw geen kansen te krijgen. Volgens haar advocaat is ze totaal verwesterd. De advocaat van de IND vindt dat Afghanistan op dit moment veilig genoeg is en er geen enkele reden is om aan te nemen dat het meisje zich niet meer zal kunnen aanpassen. Het meisje snikt.

Dan legt de rechter de zaak stil en vraagt het publiek te stemmen. De zaal is praktisch unaniem: het meisje mag blijven! Eén vrouw waagt het voor uitzetting te pleiten: „Als je zo redeneert kun je nooit meer iemand uitwijzen.” Een ander riposteert: „Dit meisje heeft precies gedaan wat Rita Verdonk wil: ze is een totaal ingeburgerd lid van de maatschappij.”

Zaterdag openden rechtbanken en gerechtshoven in het hele land hun deuren voor het publiek. Meer dan 46.000 mensen (veel kinderen) kwamen kijken. De Amsterdamse rechtbank aan de Parnassusweg trok alleen al 1.500 mensen. Ze woonden nagespeelde rechtszaken bij, konden vragen stellen aan rechters, advocaten en officieren van justitie, beluisterden mediation-zaken en keken rond in het cellencomplex waar verdachten op hun voorgeleiding wachten.

De rechter van de Vreemdelingenkamer deed geen uitspraak over het Afghaanse meisje, maar liet doorschemeren dat het politieke beleid van het moment („Afghanistan is veilig genoeg”) meestal de doorslag geeft. „Hebt u het daar niet moeilijk mee?” vroeg een bezoeker verbaasd.

Het is heel anders als je er bij bent, zegt Ans Bouwes, werkzaam in een verpleeghuis, die net een zaak bijwoonde over een vijftienjarige jongen die een oudere dame had beroofd. Moest hij vast blijven zitten of niet? „Had ik het in de krant gelezen, dan had ik gedacht: laat maar lekker vastzitten. Maar als je ervoor staat en het wordt van alle kanten belicht, is het moeilijk om een beslissing te nemen.”

Vorige week publiceerde de Raad voor de Rechtspraak een onderzoek: 85 procent van 800 ondervraagden vindt dat rechters te laag straffen. De publieke opinie wil hogere straffen, zegt gastheer en strafrechter Peter Pulles, plaatsvervangend president van de rechtbank. „Maar er wordt al veel harder gestraft dan vroeger. En Nederland straft strenger dan de rest van Europa.” Pulles heeft er geen moeite mee. „De straffen zijn zo hoog als de maatschappij, onder leiding van de rechters, vindt dat ze moeten zijn. Je past je aan aan de communis opinio. Maar als de bevolking om bloed vraagt, dan is de rechter er voor de nuance.”

Er is veel kritiek op rechters en het Openbaar Ministerie. Er zijn geruchtmakende voorbeelden van gerechtelijke dwalingen, de Schiedammer parkmoordzaak, de zaak-Lucia de B., de ontsnapping van mensensmokkelaar Saban B. die door de rechter op verlof was gestuurd. De rechterlijke macht heeft lering getrokken uit die missers, zegt Pulles. Er wordt meer geïnvesteerd in opleiding, forensische expertise, permanente educatie om tunnelvisie te voorkomen. Ook denkt de rechtbank erover grote strafzaken op internet te zetten.

Met het opendeurbeleid probeert de rechtbank het publiek te betrekken bij de moeilijke afwegingen die dagelijks in de rechtzaal worden gemaakt. „Niemand in de zaal vroeg om hogere straffen”, zegt bezoeker Mook Visser, die een taakstraf en verplichte behandeling hoorde eisen tegen een jongen met een kort lontje, die zijn leraar een klap in het gezicht gegeven had. „De vragen uit de zaal waren eerder verzachtend.”

Verwarring bij het publiek in de zaak tegen een winkelier die een zeventienjarige jongen met een honkbalknuppel neersloeg, omdat hij een greep in de kassa deed. De winkelier was al eerder overvallen en had een honkbalknuppel klaarstaan. De jongen had een schedelbasisfractuur, lag enige tijd in coma, zijn knie was verbrijzeld. De officier van justitie noemde het poging tot doodslag en zware mishandeling en eiste 36 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk en verplichte behandeling.

De zaal mocht stemmen: poging tot doodslag of noodweer. En koos voor het laatste. „De verdachte is eigenlijk slachtoffer”, zei een aanwezige. „Hij heeft al genoeg straf gehad.” Zo stimuleer je overvallen, vond een ander. De rechter achtte poging tot doodslag bewezen en vonniste 36 maanden, waarvan 18 voorwaardelijk. „Er is hier sprake van een bijzonder ernstig levensdelict met zeer ernstige gevolgen. De verdachte heeft voor eigen rechter gespeeld.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Ontslag rechters

De kop van het kader bij het artikel Niemand vraagt om hogere straffen (9 november, pagina 3) vermeldt dat ontslag van rechters „onmogelijk” is. Rechters kunnen echter onder bijzondere omstandigheden worden ontslagen via een procedure bij de Hoge Raad.