'Lijn Obama helpt Ahmadinejad'

In Iran heerst angstvoor het regime, maar tegelijk is de oppositie moediger dan ooit tevoren, zegt Shadi Sadr, advocaat en activist voor de mensenrechten.

De Iraanse activist Shadi Sadr is „heel optimistisch” over de democratische toekomst van Iran. „Het is een lang proces, de kosten zullen hoog zijn. Maar je ziet aan de demonstratie van vorige week dat de regering het zich niet meer kan permitteren ook maar een moment haar aandacht te laten verslappen. De veiligheidsdiensten – de Revolutionaire gardisten, de Baseej – traden gewelddadiger op dan ooit te voren en de andere kant, de oppositie was moediger dan ooit tevoren. Er heerst angst, dat kan je niet ontkennen, er is onderdrukking, maar toch gingen de mensen weer de straat op.”

Shadi Sadr (35) is advocaat en mensenrechtenactivist. Met de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2003, Shirin Ebadi, wordt ze beschouwd als de belangrijkste strijder voor vrouwenrechten in de islamitische republiek. Ze richtte Raahi op, een inmiddels door het regime gesloten organisatie die vrouwen zonder middelen juridisch advies verschafte, en voert campagne tegen steniging, een straf die hoofdzakelijk tegen vrouwen wordt toegepast. Vandaag krijgt ze in Den Haag de Mensenrechtentulp 2009, een prijs van de Nederlandse regering, voor haar „buitengewone moed” in een klimaat van „zeer zorgelijke en herhaalde schendingen van mensenrechten”.

In Iran zijn sinds het massaprotest tegen de herverkiezing van president Mahmoud Ahmadinejad na de presidentsverkiezingen van 12 juni honderden mensen gearresteerd en kortere of langere tijd vastgezet. Sadr zelf werd een maand later aangehouden en bijna twee weken gevangen gehouden in de beruchte Evingevangenis.

Ze werd niet alleen over de oppositieprotesten ondervraagd en over haar strijd voor vrouwenrechten, maar over alles – „conferenties, contacten met buitenlanders, mijn hele leven”, zei ze gisteren in een vraaggesprek in Den Haag. „Ik werd gekenschetst als een van de leiders van de vrouwenafdeling van de fluwelen revolutie.” De Iraanse autoriteiten beschuldigen de oppositie ervan haar protesten op aangeven van het buitenland te hebben georganiseerd om in een ‘fluwelen revolutie’ het regime omver te werpen.

Het staat vast dat gevangenen tijdens verhoor zijn doodgefolterd; de oppositie beschuldigt de autoriteiten van verkrachting van arrestanten. Sadr heeft dat niet meegemaakt; ze zat in een speciale afdeling van de gevangenis waar de gevangenen allemaal alleen in een cel zaten en geen gelegenheid hadden met elkaar te communiceren. Zelf werd ze niet fysiek mishandeld. „Maar ik werd op een gegeven moment ondervraagd terwijl voor me zeker vijftien jonge mannen werden mishandeld. Dat was ook voor mij werkelijke foltering. Na een half uur kon ik niets meer. Ik zat in een nachtmerrie.”

Verscheidene gevangenen hebben tijdens hun proces bekend wat de autoriteiten wilden dat ze bekenden. „Dat is het resultaat van witte foltering”, aldus Sadr: „je wordt geïsoleerd, het licht is altijd aan, je draagt speciale kleding, komt alleen drie keer per dag je cel uit om naar de WC te gaan, je praat met niemand behalve met de ondervragers. Je familie wordt bedreigd. In de verhoren spelen de ondervragers met je zwakheden – die iedereen heeft.”

Zeven jaar geleden, toen een aanzienlijk aantal van Sadrs vrienden en collega’s werd opgepakt en zij ook verwachtte te worden aangehouden, bezocht ze een psycholoog die bekend was met deze verhoortechnieken. „Toen ik destijds inderdaad werd opgepakt, kon ik me heel goed verweren; dit keer minder.” Hoe werkt dat? „Veel mensen die in de gevangenis terechtkomen kennen de wet niet. Ik ben advocaat en begin een discussie over wat ze kunnen vragen en wat niet. Het helpt ook als je echt gelooft in je ideeën – als feminist heb ik ideeën waarin ik geloof.”

Volgens Sadr was haar vrijlating resultaat van binnen- en zware buitenlandse druk. Ze heeft een borgtocht van omgerekend 250.000 euro moeten betalen, en de autoriteiten gaan er vanuit dat ze weer zal moeten terugkomen. „Ik wil ook terug, maar ik wil niet terug in de gevangenis.” Voorlopig woont ze in Duitsland waar ze een beurs heeft gekregen voor een half jaar wetenschappelijk onderzoek.

De Amerikaanse regering heeft vorige maand het Iran Democracy Fund, opgericht door het bewind van toenmalig president George W. Bush om door steun voor oppositiegroepen regimewijziging af te dwingen, zo goed als ontmanteld. Veel Iraanse activisten, onder wie Sadr, waren tegenstander van dergelijke buitenlandse regeringssteun omdat die hen kwetsbaar maakte voor beschuldigingen dat ze buitenlandse agenten waren. Tijdens de processen van de afgelopen maanden hebben de aanklagers financiële steun van de Nederlandse organisatie HIVOS voor onder andere Sadrs organisatie Raahi in verband gebracht met de ‘fluwelen revolutie’.

Maar Sadr is het nu niet eens met de Amerikaanse maatregel. „Dit betekent wat mij betreft dat ze niet alleen de financiering stopzetten, maar ook ophouden te denken over mensenrechten. De VS willen betrekkingen aanknopen met de regering van president Ahmadinejad. Dat stelt Ahmadinejad in staat de druk op de oppositie te versterken.”

„Ik denk dat het zeer, zeer belangrijk is dat de buitenwereld steeds weer de schendingen van de mensenrechten aan de orde stelt, in de media, in onderhandelingen, waar het maar kan. Er wordt heel veel gepraat over het Iraanse nucleaire programma, er zijn sancties afgekondigd om Iran op dit punt onder druk te zetten. Maar er is weinig in de media over mensenrechten en er zijn al helemaal geen sancties om verbetering af te dwingen.”