Kramer imponeert als vanouds

Door zijn zege op de vijf kilometer bij de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen plaatste Sven Kramer zich ook voor de Olympische Spelen in Vancouver. „Ben ik daar maar meteen vanaf.”

Maarten Scholten

Ontspannen lachend stond Sven Kramer in het nauwe halletje naar de ijsbaan van Berlijn na de eerste wereldbekerwedstrijden van het olympische schaatsseizoen de media te woord. De vijf kilometer gewonnen, zoals hij die al twee jaar wint. Een geruststellende voorsprong van tweeënhalve seconde op zijn grootste rivaal, de Noor Håvard Bøkko. Twee seconden sneller dan vorig jaar: 6.14,69. En als regerend wereldkampioen is hij door een nieuwe regel van de schaatsbond na zijn eerste internationale zege op zijn favoriete afstand direct zeker van deelname aan de Olympische Winterspelen van Vancouver. „Ben ik daar maar meteen vanaf”, klonk het nonchalant. Niet belangrijk? „Ik slaap er niet beter van of zo.”

Voor de buitenwereld mag het lijken alsof de zoveelste demonstratie de 23-jarige heerser op de lange afstanden nauwelijks moeite kostte. Zijn lichaamstaal voor de race verraadde anders. Vorige week vertoonde Kramer bij de NK afstanden kleine tekenen van kwetsbaarheid. Een moeizame vijf kilometer, slechts tiende op de 1.500 meter die hij vorig seizoen nog won. Hoe zou hij staan ten opzichte van de internationale concurrentie? Coach Gerard Kemkers gaf na afloop in Berlijn toe dat sprake was van „een zekere mate van onzekerheid”.

Kramer imponeerde zijn tegenstanders in het Berliner Sportforum in de aanloop naar de eerste internationale confrontatie met een aantal knalharde temporondes, net zoals ploeggenoot Carl Verheijen dat probeerde. Bij het inrijden voor de race verstrakte het gezicht. Even de getergde blik omhoog naar zijn vader en oud-schaatser Yep op de tribune, zoals altijd wanneer een belangrijke race wacht. En dan los.

Zijn doorkomsttijd na anderhalve ronde was iets langzamer dan Bøkko twee ritten ervoor. Kramer liep in de buitenbocht mee met zijn tegenstander Bob de Jong en kruiste op het rechte eind direct naar de binnenbaan. Bijna raakten de twee elkaar. De ervaren De Jong raakte zichtbaar van slag. Kramer zette zijn actie resoluut door en killde zijn tegenstander, zoals zijn voorbeeld Lance Armstrong in de Ronde van Frankrijk soms Jan Ullrich elimineerde. Een roofdier, dat in zijn beste vorm verheven lijkt boven factoren als geluk of pech.

„Vlekkeloos was het niet”, zei Kramer na afloop over het incident op de tweede kruising. „De binnenbocht moet het oplossen, ik wilde gewoon zo snel mogelijk naar binnen.”

De Jong en zijn coach Bart Schouten beten na afloop hun tong af om hun boosheid niet te uiten. „Ik maak er geen woorden meer aan vuil”, zei de regerend olympisch kampioen op de tien kilometer. „Daarmee maak je het alleen maar erger en voor je het weet raak je in de war. Maar ík maakte zeker geen fout.”

Na de bijna-botsing liepen de rondetijden van De Jong even op, maar in het tweede deel van de race verloor hij nauwelijks op Kramer. De 32-jarige diesel uit Leimuiden, sinds 1995 een vaste waarde in de wereldtop, oogt sterk bij het begin van het olympisch seizoen. Na twee tweede plaatsen vorige week bij de NK afstanden in Heerenveen eindigde hij in Berlijn in 6.19,22 als derde. Maar vanwege zijn mindere start liggen zijn olympische kansen eerder op de tien dan op de vijf kilometer. „Ik lig er niet wakker van”, oordeelde Kramer over de race van De Jong.

Tussen de twee Nederlanders eindigde Bøkko, die zijn race snel begon en goed volhield. Met 6.17,17 was hij bijna vier seconden sneller dan vorig jaar bij de seizoensopening in Berlijn. „Behoorlijk goed”, vond de 22-jarige allrounder. „Ik voelde me na afloop niet moe, alleen kon ik nog niet sneller.”

Kramer neemt zijn Noorse tegenstander serieus. Maar vrezen? „Sven kon zijn versnellingen elke keer counteren”, zei coach Kemkers.

Dus sprak Kramer na afloop weer als de superieure kampioen. Onzeker na vorige week? „Ik voelde me echt niet fit, was gewoon ziek. Deze week voelde ik me met de dag beter worden. Dit was een goede race.” Ook zijn TVM-trainingstrein reed sterk: Verheijen werd na een snelle start vierde, Wouter Olde Heuvel vijfde en debutant Koen Verweij zevende, in een nieuw persoonlijk record van 6.24,22.