Hawthorne imponeert ook zonder hoge noten

Pop Mayer Hawthorne & The County. Gehoord: 8/11 Rotown, Rotterdam. Herhaling: 9/11, Paradiso, Amsterdam.****

Bij binnenkomst in het uitverkochte Rotown schalde de stem van Marvin Gaye bezoekers al tegemoet, daarmee was de toon gezet. Mayer Hawthorne is ’s werelds nieuwe soulsensatie, met het uiterlijk van een blanke kostschooljongen maar het innerlijk van een zwarte soulzanger. Vorige maand kwam zijn debuutalbum uit, A Strange Arrangement, waarop hij alle instrumenten zelf bespeelt. Dat werd onder superlatieven bedolven: sterren als Justin Timberlake en Mark Ronson roemen eensgezind zijn muziek.

Mayer Hawthorne’s variant op de aloude Motownsoul paart een gebroken hart aan opgewekte blazers, glorieuze orkestraties en zoete doo-wop koortjes. Maar het opvallendste is zijn falset, al eerder vergeleken met die van Curtis Mayfield. Die vergelijking kon hij gisteren niet waarmaken; de hoge registers moest hij live soms noodgedwongen laten voor wat ze zijn.

Dat mocht de pret niet drukken. Hawthorne zette een aanstekelijke set neer. Dat die ‘rockender’ klonk dan op de plaat, ligt vooral aan de kosten; blazers en achtergrondzangeressen zijn vooralsnog te duur om mee op tournee te nemen. Het getuigde van lef dat Mayer Hawthorne met het meest verslavende nummer van het album begon, Maybe So, Maybe No, een cover van The New Holidays. Daarna bleef er nog genoeg over, zoals het slepende Just Ain’t Gonna Work Out en het voortrazende The Ills. En net op het moment dat de suikerzoete ‘doo-wops’ het glazuur dreigde te breken, speelde hij een retroversie van Mr. Blue Sky van ELO. Toen kwam die blanke kostschooljongen toch nog even om de hoek kijken.