Eetafspraak

Ik ben veel te laat voor een eetafspraak met studievrienden. Doordat ik stevig heb door gefietst, loop ik met een enigszins rood gelaat het restaurant binnen. Bijna alle tafeltjes zijn bezet. Het duurt even voor ik mijn gezelschap druk pratend aan een tafel zie zitten.

Als ik een stoel pak, gaat er een jongedame van de bediening tussen mij en de beoogde tafel staan. Ze vraagt of ze me ergens mee van dienst kan zijn.

Ik zeg: „Ik wil graag bij die mensen aan tafel gaan zitten.” Aandachtig neemt ze me op, fronst haar wenkbrauwen en zegt: „Dat zult u dan toch eerst aan hen moeten vragen.”

J. van Hoof