De leraar in het oosten is er nog niet klaar mee

Oost-Duitse jongeren hongeren naar kennis over de voormalige DDR, maar komen op school nauwelijks aan hun trekken. ‘De onwetendheid is enorm.’

„De geschiedenislessen over de DDR zijn te beperkt”, zegt Benjamin Jähn uit het Oost-Duitse Brandenburg aan de Havel die net het gymnasium afrondde. Andere jonge Oost-Duitsers zeggen: „Het thema DDR is bij ons nauwelijks behandeld” en: „De leraren zijn teveel met hun eigen verleden bezig om aan ons duidelijk te kunnen maken wat er destijds is gebeurd.”

Het zijn uitlatingen van de kinderen van de mensen die de Muur hebben zien vallen. Jong, zelfbewust en vrij. Ze groeien op in de voormalige DDR, waar de verwerking van het dictatoriale verleden geen theorie is, maar soms moeizame praktijk. De vreedzame revolutie van november 1989 en alles wat daaraan vooraf ging, heeft op jongeren een onverwachte uitwerking. Ze willen er veel meer over weten. Ze hongeren naar kennis over ‘toen’.

Moritz Harms (17), Benjamin Jähn (19), Jacob Schrot (19) en Antonia Wünschmann (17) zijn (oud-)gymnasiasten. Ze wonen in Brandenburg aan de Havel, ten westen van Berlijn. Ze behoren tot de jeugdige elite die zich weet te roeren; die goed opgeleid is, welbespraakt, en in die zin niet representatief. Maar hun mening over wat ze op school over de DDR leren, is wél representatief, zo blijkt uit een recente studie. Ze voelen zich eerder Duitser dan Oost-Duitser en hebben minder last van de (voor)oordelen over oost en west dan de generatie van hun ouders.

Het gesprek vindt plaats in het Brandenburgse Von Saldern Gymnasium. Moritz en Antonia zitten in de een na hoogste klas. Benjamin en Jacob deden dit jaar eindexamen. Met Jacob Schrot, die al eens eerder door deze krant werd geïnterviewd, spreken we afzonderlijk. Antonia, Benjamin en Moritz nemen deel aan een buitenschoolse activiteit: leren over de DDR. Het is een soort bijles. Bij het gesprek is ook rector Hanswalter Werner (62) aanwezig, begeleider van de bijscholing, Arbeitsgruppe DDR geheten.

De les is niet verplicht. Er wordt van alles in behandeld: van het dagelijks leven in de DDR tot de gevolgen van de communistische dictatuur. Waarom is zo’n speciale werkgroep eigenlijk nodig? Wordt de DDR niet in de geschiedenislessen behandeld? Benjamin Jähn zegt: „We hebben als scholieren veel te weinig over de geschiedenis van de DDR geleerd”.

Vervolg Ossi's: pagina 4

Duitse jeugd weet niets over de DDR

Duitsland Dominostenen symboliseren de Muur; leven in DDR onderbelicht in Duits onderwijs

Pas na de tiende klas wordt op Duitse scholen het onderwerp ‘DDR’ behandeld. De meeste leerlingen zijn dan zestien jaar. Daarna kiezen ze tussen beroepsonderwijs of doorleren op een schooltype als havo of gymnasium.

Antonia Wünschmann: „Pas vanaf de elfde klas hebben we de DDR behandeld. Ik weet nog veel te weinig – vandaar dat ik me nu laat bijscholen. Maar ik ben een uitzondering, net als de anderen hier”.

Moritz Harms: „Dat je pas in de elfde klas iets leert over hoe het hier vroeger was, betekent dat er massa’s leerlingen van school gaan zonder onafhankelijke historische kennis over de DDR”.

Rector Hanswalter Werner zegt dat het leerplan over de geschiedenis van de DDR wordt opgelegd door het ministerie van Onderwijs van de deelstaat Brandenburg. Het thema, beaamt hij, is niet bijster geliefd bij de docenten.

Moritz Harms zegt het zo: „De leraren zijn teveel met hun eigen verleden bezig om het onbevooroordeeld aan ons te kunnen vertellen”.

Rector Werner: „Dat kan kloppen. De docenten geschiedenis zijn vrijwel allemaal vijftigers, die in Oost-Duitsland zijn geboren en getogen. Ze hebben als jonge leerkrachten in de DDR gewoon gefunctioneerd en kregen na de systeemwisseling problemen met de verwerking van hun achtergrond. Bij een aantal is de nieuwe tijd nog niet aangebroken”.

Wat horen de jongeren thuis over toen? Benjamin Jähn: „Mijn ouders zeggen dat er destijds ook goede dingen waren. Het is niet zwart-wit. Zo was er werk voor iedereen”. Moritz Harms repliceert: „Er was veel verborgen werkloosheid. Het probleem is: als iets goed was in de DDR moet je je afvragen waarom dat zo was. De sport, bijvoorbeeld, was een topprioriteit. Maar dat kwam omdat het een uithangbord voor de communisten was”.

Antonia Wünschmann hoort thuis „weinig” over vroeger. Ze woont bij haar moeder. In veel gezinnen, weet ze, „wordt helemaal niet over het verleden gesproken”. Moritz Harms: „En dat terwijl jongeren juist grote belangstelling hebben voor hoe het hier vroeger was”. Hij is van mening dat de belangrijkste taak voor voorlichting over de DDR bij de scholen ligt. „Als het thuis niet gebeurt, moet het onderwijs het overnemen”.

Het oordeel van de 19-jarige Jacob Schrot over wat hij tijdens de geschiedenisles over de DDR heeft geleerd, is harder dan dat van zijn voormalige schoolgenoten. Waar de anderen nog wel eens nuanceren, klaagt Jacob aan. Hij zegt: „De deelstaatpolitici zijn er schuldig aan dat wij zo weinig over de DDR leren. Zij moeten dat veranderen”. Hij haalt een onderzoek aan waaruit blijkt dat in veel geschiedenisboeken de DDR alleen in de marge wordt behandeld. „De lesboeken belichten nauwelijks de repressieve kant van het leven.”

De studie waar Jacob Schrot naar verwijst, is van de Berlijnse hoogleraar Klaus Schroeder. Hij toonde vorig jaar aan dat 64 procent van de scholieren in het westen van Duitsland en 71 procent in het oosten van mening is dat het onderwerp DDR „te weinig” of „helemaal niet” in het onderwijs voorkomt. Schroeder rapporteerde onder andere dat veel scholieren denken dat onder DDR-dictator Erich Honecker vrije verkiezingen mogelijk waren.

De belangrijkste klacht van Jacob Schrot is dat de lessen over de DDR niet concreet zijn en meestal over het weinig specifieke Oost-Westconflict gaan. „De onwetendheid onder jongeren is enorm over hoe het werkelijk in de DDR toeging. Over wat dictatuur en onvrijheid betekenden”. Jacob Schrot heeft „heel veel”, over de Tweede Wereldoorlog moeten leren, „en haast niets” over de DDR. „Het had voor mij meer in evenwicht mogen zijn”.

Het gebrek aan kennis over het eigen verleden leidt volgens hem tot het bagatelliseren van misstanden in de DDR. En tot stijgende populariteit onder jongeren van Die Linke, de uiterst linkse politieke partij die (mede) voortkomt uit de communistische eenheidspartij van de DDR.

Het gesprek met Jacob Schrot vindt plaats op 30 september. Op die dag twintig jaar geleden hoorden duizenden DDR-vluchtelingen in de West-Duitse ambassades in Praag en Warschau dat ze naar het Westen mochten uitreizen; het begin van het einde van het Oost-Duitse regime. „Ik wil wedden”, zegt Jacob Schrot, „dat niet één jongere die we hier in Brandenburg op straat aanspreken, notie heeft van deze historische dag.”

We vragen later acht willekeurige Brandenburgse jongeren ernaar. Jacob blijkt gelijk te hebben. Geen van hen kent de betekenis van 30 september 1989.