Daverende Editors lonken naar grote werk

Pop Editors. 8/11 Melkweg, Amsterdam. Herhaling 1/5/2010 HMH, Amsterdam.****

Als haringen in een ton was het publiek gisteren in de zuurstofarme en veel te hete Melkweg Max-zaal bijeen gepakt voor de Britse band Editors. De reprise voor volgend jaar mei, in de bijna vier keer zo grote HMH, is al aangekondigd. Het tekent de groei van de band uit Birmingham, die in 2005 zijn eerste cd uitbracht en sindsdien op alle grote festivals te zien was.

Het onlangs verschenen In This Light And On This Evening is hun ‘moeilijke’ derde album. De Editors slaan een nieuwe weg in door veel synthesizers, en praktisch geen gitaren meer te gebruiken. Hun karakteristieke eighties-sound is daarmee extremer geworden, met stuwende discobassen en toetsenpartijen die niet alleen terugwijzen naar Joy Division maar die ook de invloed van Kraftwerk en plattere popgroepen als Fiction Factory verraden.

Gebleven is de melancholie van zanger Tom Smith, die ondanks zijn nasale timbre heel krachtige melodieën kan neerzetten. Van zijn slungelachtig postuur heeft hij zijn kracht als performer gemaakt, met bewegingen die zo van van John Cleese’s ‘silly walks’ konden zijn afgekeken. Ware het niet dat Smith intens serieus is in zijn bedoelingen. Het succes van U2 is nu meer dan ooit een ijkpunt voor deze ambitieuze band, die met een indrukwekkende lichtinstallatie en grote gebaren lonkt naar een toekomst als stadionrockers.

In de Melkweg werd een mooie mix gepresenteerd van oud en nieuw materiaal, waarbij gitarist Chris Urbanowicz gemakkelijk switchte van gitaar naar ouderwets klinkende synthesizers en een handige sampler, waarop hij ter plekke gespeelde partijen kon manipuleren. Op het eerste gehoor werkten gitaarnummers als Racing Rats het best om het publiek in beweging te krijgen. Maar ook de nieuwe nummers Eat Raw Meat = Blood Drool en Bricks and Mortar pasten al meteen in de opbouw van een grootse rockshow.

Toen de basgitaar het door een technisch mankement even liet afweten, sprak Smith hardop uit dat deze band geen gitaren meer nodig heeft. Zo ver is het nog niet, want de indringende gitaarlijnen van Smokers Outside the Hospital Doors droegen wezenlijk bij aan de daverende climax van het concert.

Urbanowicz ontwikkelt zich steeds meer als een waardig vakbroeder van U2’s The Edge, met gitaar- en synthpartijen die in oorspronkelijke en monumentale klanksculpturen veranderen. Ondanks de zwaarte van al die donkere liedjes hadden ze een groot voordeel: ze lieten zich uitbundig meezingen door een publiek dat daar nog net genoeg lucht voor had.