Damesmode hangt vaak op de begane grond. Waarom?

Als Juliette de Swarte uit Amsterdam door de Kalverstraat loopt, valt het haar op dat de begane grond van kledingzakenvaak voor vrouwen is gereserveerd. Mannen moeten een verdieping naar beneden of naar boven. Waarom?

Vrouwen vormen voor kledingwinkelketens de belangrijkste doelgroep. Bij Mexx bijvoorbeeld genereert vrouwenkleding 55 procent van de omzet. 30 procent wordt op de herenafdeling verdiend en de overige omzet komt van kinderkleding, legt Jacco Senden uit. Hij is visual marketing manager bij Mexx.

Maar een vrouw koopt niet zómaar veel kleding, „Je moet haar prikkelen, ze doet impuls-aankopen”, zegt Senden. Daarom hangt de kleding ook zo dicht mogelijk bij de deur.

In de Verenigde Staten is het niet anders. De Amerikaanse psycholoog Paco Underhill, auteur van de bestseller Why we buy: The science of shopping vertelt: „Vrouwen zijn toevallige kopers die als ze langs een kledingzaak lopen, zomaar kunnen besluiten om een kijkje te nemen.”

De mannen zijn volgens Underhill veel doelgerichter. Als zij winkelen, hebben ze al de intentie om iets te kopen. Mannen vinden het dan niet erg om op een roltrap te gaan staan.

Mannen en vrouwen winkelen ook nogal eens samen. Ook voor dit type klanten geven modeketens voorrang aan dameskleding op de begane grond. „Vrouwen zijn de beslissers”, meent Harriët Noever van TMO, Hogeschool voor Modemanagement in Doorn. „Mannen worden meegesleurd naar boven of beneden. Als een vrouw eerst kleding voor haarzelf heeft gezien die haar aanstaat, gaat zij ervan uit dat het met de herenkleding ook wel goed zit.” 

Kledingketens houden over het algemeen vast aan de traditionele indeling van winkels, ondanks het feit dat mode voor jongere mannen en jongens vaak net zo belangrijk is als voor hun vriendinnen, vertelt Chris van Veldhuizen, docent fashion marketing aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI). „Experimenten om dit te veranderden blijken simpelweg niet te werken.”

Mark Beunderman