Commissaris Kroes

De Europese regeringsleiders buigen zich deze week over de vraag wie ze uit hun midden – of daarbuiten – tot permanente voorzitter van de Europese raad zullen benoemen. Met al dan niet oprechte zorg of juist vervuld van hoop volgen Nederlandse politici dat proces: maakt premier Balkenende een kans of niet?

Een andere eveneens interessante vraag blijft in de aandacht voor het diplomatieke en politieke steekspel rond de Europese benoemingen tot nu toe onderbelicht. Wie gaat Nederland als lid voordragen voor de Europese Commissie en welke portefeuille krijgt hij of zij?

De samenstelling van de Commissie is per definitie imperfect. De verdragsregels schrijven voor dat elk van de 27 lidstaten een commissaris mogen leveren, en ook niet meer dan één. In de landen speelt de politieke kleur van ‘hun’ commissaris een rol.

Dat is jammer, omdat commissarissen niet de afgezant van hun land zijn, maar, als uitvoerders van Europese politieke besluitvorming, het collectieve belang van Europa horen te dienen.

Het Nederlandse kabinet heeft besloten zich niet sterk te maken voor een herbenoeming van de huidige commissaris voor mededinging, Kroes. Onder meer speelt daarbij een rol dat na de VVD, met achtereenvolgens Bolkestein en Kroes als Europees Commissaris, nu een andere partij aan de beurt zou zijn. Bovendien, zo zegt men, is bij een eventueel voorzitterschap van Balkenende van de Europese raad de kans niet groot is dat Nederland dan ook nog een commissariaat met een zware portefeuille krijgt toebedeeld, al is er geen regel die dat formeel verhindert. Mededinging is zo’n zware portefeuille.

Of het ook een specifiek belang van Nederland is dat Balkenende voorzitter wordt dan wel dat een Nederlander een zware post binnen de Commissie krijgt, valt te betwisten. Het is prettig voor het prestige van diplomaten van dezelfde nationaliteit in het onderhandelingscircuit. Maar het is twijfelachtig of bijvoorbeeld het aanzien van Portugal zo is gestegen nu dat land voor de tweede maal zijn vroegere premier Barosso voorzitter van de Europese Commissie heeft zien worden.

Het echte belang is dat de hoge posten in Europa zoveel mogelijk door de beste man of vrouw worden bezet, ongeacht hun nationaliteit of politieke afkomst.

Voor commissarissen gaat het daarbij om uitvoering en toepassing van besluiten die via de Europese Raad en het Europees Parlement min of meer een democratische legitimatie hebben gekregen.

Het treft dat het Europese en Nederlandse belang veelal samenvallen. Dat is zeker met mededinging het geval; de open economie die Nederland is, met handelstromen die zich voor het overgrote deel binnen de grenzen van de Europese Unie voordoen, verdraagt zich slecht met protectionistische neigingen in de lidstaten.

Commissaris Kroes was de afgelopen jaren degene die ingreep als er op de vrije markt vals werd gespeeld. Zij toonde aan dat een overheid niet groot hoeft te zijn om krachtig te kunnen optreden. Voor de continuïteit van dat beleid is haar benoeming wenselijk. In het belang van Europa, en dus van Nederland.