Bitterheid, dat is wat er is overgebleven

Een meerderheid van de Oost-Europeanen vindt dat zij beter af waren in de tijd van het communisme.

Jongeren zijn positiever.

Twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur is het enthousiasme van Oost-Europeanen over ‘Die Wende’ flink getemperd. Een meerderheid vindt dat mensen beter af waren onder het communisme. De steun voor democratie en een vrije markt is afgenomen. De enigen die hebben geprofiteerd van de val van het communisme zijn politici en zakenlieden, vinden veel Oost-Europeanen.

Dat blijkt uit een opinie-onderzoek van het Pew Research Center. Het Amerikaanse onderzoeksbureau heeft 14.760 mensen in Polen, Hongarije, Bulgarije, Tsjechië, Slowakije, Litouwen, Oekraïne, Rusland en voormalig Oost-Duitsland gevraagd naar hun opvattingen over de val van het communisme, de overgang naar democratie en kapitalisme, democratische principes en de grootste problemen in hun land. De antwoorden werden vergeleken met een onderzoek van het Times Mirror Center uit 1991.

„Er is veel bitterheid en frustratie onder Oost-Europeanen”, zegt onderzoeksleider Richard Wike. „Er gaapt een groot gat tussen wat mensen zouden willen en wat ze hebben.” Neem de overgang naar democratie. „Veel Oost-Europeanen zijn gefrustreerd over de huidige stand van de democratie. Ze vinden dat die niet werkt: politici zijn corrupt en gaan vechtend over straat.”

Maar, nuanceert hij: „De democratische traditie is natuurlijk nog jong in Oost-Europa en de democratische instellingen zijn nog zwak.” Het gevolg: de aantrekkingskracht van een sterke leider is nog altijd groot, vooral in Rusland, Oekraïne, Bulgarije, Litouwen en Hongarije.

Ook het communisme heeft zijn glans nog niet verloren. Een meerderheid van de ondervraagden is nog blij met de overgang naar de vrije markt, maar dat zijn er beduidend minder dan twee decennia terug.

Wike: „Na de val van de Muur dachten veel Oost-Europeanen dat het rijke Westen welvaart zou brengen. Maar hun levensstandaard is er na de omwenteling vaak niet op vooruit gegaan. Tegelijkertijd is hun bestaanszekerheid weggevallen: een vaste baan en inkomen zijn niet vanzelfsprekend meer. Waar nog bijkomt dat veel Oost-Europese landen hard zijn geraakt door de economische crisis.”

De opvattingen van de ondervraagden over democratische principes lopen uiteen, blijkt uit het onderzoek. In Oekraïne, Litouwen, Slowakije en Rusland vindt een meerderheid vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie en persvrijheid niet zo belangrijk. Eerlijke verkiezingen daarentegen wel. In alle negen landen van het onderzoek vindt een ruime meerderheid van de bevolking onafhankelijke rechtspraak het belangrijkst. „De meeste mensen zien corruptie als het grootste probleem, dat heeft er zeker mee te maken”, zegt Wike.

In vrijwel alle negen onderzochte landen is er een gat zichtbaar tussen de opvattingen van jongeren, hoogopgeleiden en stedelingen aan de ene kant en ouderen, laagopgeleiden en plattelandsbewoners aan de andere. Jongeren (18 tot 29 jaar) staan positiever tegenover de val van het communisme, de overgang naar democratie en een vrije markteconomie dan ouderen. Ze zijn ook veel tevredener met hoe hun leven er nu voor staat. „Jongeren die net voor of na de omwenteling zijn geboren hebben minder last van nostalgie”, zegt Wike. „Ze zijn bovendien beter in staat zich aan te passen en de kansen te grijpen die hun geboden worden.”

Grote uitzondering in het onderzoek vormen de Oost-Duitsers. Ook zij zijn iets minder enthousiast over de val van de Muur dan twintig jaar geleden, maar de overgrote meerderheid is nog steeds positief over ‘die Wende’. De generatiekloof is er ook niet zo groot. Wat verklaart dit verschil? „Voor Oost-Duitsers was de situatie in 1989 anders dan in de rest van Oost-Europa”, zegt Wike. „Ze werden ineens onderdeel van een rijk land met een sterke democratische traditie. Problemen als corruptie en criminaliteit zijn er veel kleiner. Wel vinden veel Oost-Duitsers dat de Duitse eenwording te snel is gegaan.”