Als een vogeltje in de herfst

Wat kun je eigenlijk maar weinig appelen eten in een week. Nog steeds hangen de bomen vol, al vallen de vogeltjes steeds harder aan en pikken gaten in de vuurrode appels. Nu ja, hebben de vogeltjes ook wat. Sommige mensen hebben hun vogelhuisjes al weer buiten gezet, compleet met pindasnoeren. Lijkt mij hogelijk overdreven. Daar krijg je zeer verwende vogeltjes van. Er is nog van alles te eten, voor een vogeltje met kennis van zaken en enige ijver, overal zijn zaden, oudere insecten, noten en fruit te vinden. Voor vogels moet dit een heerlijke tijd zijn. En ze eten de gekste dingen, een poosje geleden ontdekte ik dat zwarte kraaien van paddestoelen houden. Reuzebovisten meer in het bijzonder. Dan zag ik die in het weiland staan, liep een eind om om sloten te vermijden, klom over hekken, holde begerig naar de witte voetballen en wie bleken ze al voor de helft opgepeuzeld te hebben?

Tot zover de natuurberichten. Dit is immers geen natuurrubriek en ook geen ‘wat eten de vogeltjes’-rubriek. Dit gaat over wat wij moeten eten. En net als de vogels hebben wij aan het begin van de herfst altijd veel zin in van alles, want dan zijn er talloze nieuwe leuke dingen: pompoenen, granaatappels, winterpostelein, wild, kweeperen, druiven, speculaas, banket, groene kool, peterseliewortel, aardpeer enzovoorts. Laatst aardpeer gegeten trouwens, gemengd met even voorgekookte aardappelen, een paar kerstomaatjes, plakjes citroen en wat peterselie. Half uurtje in de oven, met de dorade die ingekerfd was en besprenkeld met basilicumolie. Heerlijk maaltje. Herfstig en toch licht. Want dat is wel snel met herfsteten: de zwaarte en machtigheid nemen toe. Alsof het noodzakelijk is om dikker te worden als de winter nadert. Of we geen verwarming en geen trui hebben maar per se zelf spek moeten kweken.Neen!

Wij eten daarom een zeer frisse, zeer witte venkelsalade, die niet voor niets ‘dama bianca’ heet. De truc met venkel is dat-ie dun gesneden moet worden als je hem rauw wilt eten, hoe dikker, hoe onaantrekkelijker. Het beste is een zogenaamde mandoline: een rasp met verschillende vlijmscherpe messen waarmee je zowel superdunne sliertjes kunt raspen, met het sliertjesmes, als papierdunne plakjes, met het gladde mes. Het zijn geen mooie dingen meestal, die mandolines, plastic rommel om te zien, maar een thuiskok heeft er echt gemak van. En kunststof is wel heel makkelijk afwasbaar. En we hebben toch laden in de keuken? Nou dan.

Snijd de groene staken van de venkelknollen en bewaar het zachte venkelgroen als dat eraan zit. Snijd de knollen doormidden en verwijder de harde onderkant. Schaaf de venkel aan dunne plakjes op de mandoline, of snijd ‘m heel dun met een scherp mes.

Snijd de uiteinden van de selderiestengels af en hak ze in heel dunne plakjes. Doe bij de venkel.

Maak een dressing van het citroensap, peper en zout en de olijfolie en giet die over de venkel en de bleekselderie. Laat bij voorkeur een kwartiertje staan om de venkel ietsje zachter te maken. Maar hoe dunner de plakjes, hoe minder noodzaak tot zacht laten worden. Laat het nat van de mozzarella weglopen en droog de kaas even met keukenpapier. Snijd in dunne plakken.

Hak het eventuele venkelgroen fijn en leg de plakken mozzarella op de sla, bestrooi ze met venkelgroen en wat peper en besprenkel met een piezeltje olijfolie.