Afghanistan nekte eerst USSR, nu de VS

De vernedering voor de Sovjettroepen in Afghanistan leidde in 1989 de val in van het Sovjetrijk. De kansloze missie tegen moedjahedien toen doet denken aan de strijd van Amerikanen tegen Talibaan nu, stelt Victor Sebestyen.

De zwaar gedecoreerde generaal zat tegenover zijn opperbevelhebber en schetste de problemen waarmee zijn leger in de heuvels rond Kabul te kampen had: „Er is geen enkel stukje land in Afghanistan dat niet op een gegeven moment door een van onze soldaten bezet is geweest”, zei hij. „Toch blijft een groot deel van het grondgebied in de handen van de terroristen. Wij beheersen de provinciecentra, maar we kunnen niet de politieke controle handhaven over het grondgebied dat we innemen.”

„Dat is niet de schuld van onze soldaten. Die hebben onder ongunstige omstandigheden ongelooflijk dapper gevochten. Maar het heeft weinig zin om tijdelijk steden en dorpen te bezetten in zo’n uitgestrekt land, waar de opstandelingen gewoon in de heuvels kunnen verdwijnen.” Waarop hij om extra troepen en materieel verzocht. „Zonder dat, zonder veel meer manschappen, gaat deze oorlog nog heel erg lang duren”, zei hij.

Het zouden de woorden kunnen zijn die generaal Stanley McChrystal, de hoogste Amerikaanse commandant in Afghanistan, de afgelopen dagen of weken tegen president Obama sprak.

In werkelijkheid werden deze woorden op 13 november 1986 uitgesproken door Sergej Achromejev, bevelhebber van de Sovjetstrijdkrachten, tegen het politbureau van de Sovjet-Unie.

De Sovjettroepen waren toen in het zevende jaar van hun negenjarige strijd in Afghanistan en maarschalk Achromejev, held van het beleg van Leningrad in de Tweede Wereldoorlog, probeerde uit te leggen waarom een strijdmacht van bijna 110.000 goed uitgeruste soldaten van een van ’s werelds twee supermachten vernederd leek te worden door bendes ‘terroristen’, zoals de Sovjets de moedjahedien vaak noemden.

De notulen van de vergadering van Achromejev met het politburo werden onlangs onthuld door Amerikaanse en Russische Koude-Oorlogsonderzoekers – en deze en andere gegevens vergroten aanzienlijk onze kennis van die rampzalige veldtocht van de Sovjet-Unie.

Nu president Obama nadenkt over de eigen Amerikaanse toekomst in Afghanistan, zou hij er goed aan doen die veelzeggende stukken van het politbureau eens in te kijken. Ook zou hij de boeiende memoires moeten lezen van een aantal Sovjetgeneraals die daar gevochten hebben. Uit die bronnen blijken evenveel overeenkomsten als verschillen tussen beide oorlogen – en ze zouden weleens waardevolle adviezen voor de Amerikaanse regering kunnen bevatten.

De gevechten in de Sovjetoorlog met Afghanistan speelden zich voor een groot deel af op plaatsen die ons inmiddels vertrouwd zijn, zoals de provincies Kandahar en Helmand. De belangrijkste basis voor de Sovjetoperaties was Bagram, waar nu het Amerikaanse leger zijn hoofdkwartier heeft. In de loop der jaren wijzigden de Sovjets dikwijls hun tactiek, maar de meeste tijd probeerden ze tevergeefs het problematische zuiden en oosten van het land te pacificeren, veelal door middel van gewapende uitvallen langs de grens met Pakistan, waar veel guerrillastrijders zich – net als de Talibaan nu – ophielden.

Die oorlog kenmerkte zich door geschillen tussen militairen en politici. Uit Russische stukken blijkt dat de politici tegen het advies van de strijdkrachten opdracht tot de inval gaven. Sovjetstafchef maarschalk Nikolaj Ogarkov sprak kort voordat de Sovjettroepen op Eerste Kerstdag 1979 op pad werden gestuurd zijn twijfel uit. Hij zei tegen Dmitri Oestinov – sinds jaar en dag minister van Defensie en ooit nog gunsteling van Stalin – dat de ervaring van de legers van de Britten en de tsaren in de 19de eeuw tot voorzichtigheid zou moeten aanzetten.

Oestinov antwoordde: „Voeren de generaals tegenwoordig het beleid in de Sovjet-Unie? Jullie taak is om bepaalde operaties te beramen en uit te voeren. Kop dicht en bevelen gehoorzamen.”

Ogarkov ging hogerop in de commandoketen naar de communistische partijchef Leonid Brezjnev. Hij waarschuwde dat een inval „ons in onbekende, moeilijke omstandigheden zou kunnen brengen en het hele islamitische Oosten tegen ons zou opzetten.” Breznjev liet hem niet uitspreken: „Richt je op militaire zaken”, kreeg hij te verstaan. „Wij voeren het beleid wel.”

Kort na de inval beseften de Sovjetleiders dat ze zich vergaloppeerd hadden. Oorspronkelijk diende de operatie alleen ter ondersteuning van de communistische regering – het gevolg van een staatsgreep die Moskou aanvankelijk had proberen te voorkomen en daarna noodgedwongen wel moest steunen – en was de opzet binnen een paar maanden weer te vertrekken. Maar de jihad van de moedjahedien tegen de goddeloze communisten had een enorme steun onder de bevolking, in binnen- en buitenland. Geld en geavanceerde wapens stroomden binnen uit Amerika en Saoedi-Arabië, via Pakistan.

De Sovjets zagen een aftocht als mogelijke doodklap voor hun prestige in de Koude Oorlog, dus zakten ze steeds dieper weg in het moeras van hun mislukte bezetting. Met jarenlange zware beschietingen van steden en dorpen maakten de Sovjets duizenden burgerdoden en ze werden onder de Afghanen steeds gehater. Welke tactiek de Sovjets ook volgden, de uitkomst was hetzelfde: hernieuwde agressie van hun tegenstanders.

De moedjahedien legden bijvoorbeeld duizenden anti-tankmijnen tegen de Russische troepenkonvooien, zoals nu de Talibaan met behulp van zelfgemaakte bommen Amerikaanse soldaten op patrouille, maar ook Afghaanse burgers, aanvallen.

„Ongeveer 99 procent van de gevechten en schermutselingen die wij in Afghanistan leverden werd door onze kant gewonnen”, zei maarschalk Achromejev in november 1986 tegen zijn superieuren. „Het probleem is dat de situatie de volgende ochtend weer net zo is alsof er niet gevochten was. De terroristen zijn weer in het dorp waar ze een dag eerder – dat dachten we tenminste – waren vernietigd.”

Luister nu naar een woordvoerder van de coalitie die de problemen uitlegt waarmee zijn troepen in ruig terrein te kampen hebben en het zou moeilijk zijn een verschil te horen.

In Washington klinkt inmiddels een luid beroep op president Obama om zijn verlies te nemen en zich uit Afghanistan terug te trekken. Maar zelfs als hij hiermee zou instemmen, kon dit nog weleens tegenvallen. Toen Michail Gorbatsjov in maart 1985 Sovjetleider werd, noemde hij Afghanistan „onze open wond”. Hij verklaarde de beëindiging van die oorlog tot zijn hoogste prioriteit. Maar dat lukte hem niet zonder gezichtsverlies.

De Sovjetleiding was dodelijk verdeeld. Minister van Buitenlandse Zaken Eduard Sjevardnadze wilde zich onmiddellijk uit Afghanistan terugtrekken en de schuld voor de impopulaire oorlog bij zijn voorgangers in het Kremlin leggen. Zo ook Gorbatsjovs belangrijkste adviseur, de peetvader van de perestrojka- en glasnosthervormingen, Aleksandr Jakovlev.

Maar Gorbatsjov weifelde, op zoek naar iets wat hij zou kunnen aanduiden als een overwinning, of desnoods als die andere ongrijpbare prijs voor een leger in moeilijkheden: een eervolle vrede. „We breken ons het hoofd hoe we daar weg moeten komen”, klaagde Gorbatsjov volgens de notulen van het politbureau in het voorjaar van 1986. „We vechten er nu al zes jaar. Als we onze aanpak niet veranderen, zitten we er nog twintig, dertig jaar. We hebben niet geleerd hoe we daar oorlog moeten voeren.”

Gorbatsjov werd ook geplaagd door het beeld van de laatste Amerikanen die in paniek Saigon verlieten: „We kunnen niet in onze onderbroek vertrekken... of zelfs zonder”, zei hij tegen zijn hoogste buitenlandadviseur Anatoli Tsjernjajev, wiens dagboeken sinds kort beschikbaar zijn voor onderzoek. Tsjernjajev zelf noemde Afghanistan „ons Vietnam. Maar dan erger.”

De aftocht was een ellenlange lijdensweg. Toen in februari 1989 de laatste troepen vertrokken, waren er zo’n 15.000 Sovjetsoldaten en 800.000 Afghanen gesneuveld. „We moeten zeggen dat onze mensen hun leven niet vergeefs hebben gegeven”, zei Gorbatsjov tegen het politbureau. Maar zelfs zijn meesterlijke pr-capaciteiten konden niet de vernedering van de nederlaag verhullen. Sterker nog, dit bleek het begin van het einde voor het Sovjetrijk in Europa, toen in 1989 de revolutie door Oost-Europa raasde, en twee jaar later voor de Sovjet-Unie zelf.

In 1988 sloot Robert Gates, toen adjunct-directeur van de CIA, een weddenschap met Michael Armacost, onderminister van Buitenlandse Zaken. Hij wedde voor 25 dollar dat het Sovjetleger niet uit Afghanistan zou weggaan. Kort daarop bliezen de Sovjets een vernederende aftocht. Gates betaalde, mogen we aannemen.

Maar loopt er nu een gokker rond die zijn geld zou zetten op een even vernederende aftocht van het Amerikaanse leger? En zou de minister van Defensie die weddenschap aannemen?

Victor Sebestyen is een Britse schrijver en journalist, hij werkte voor meerdere kranten, waaronder de Evening Standard. Hij is de auteur van Revolution 1989: The Fall of the Sovjet Empire.

Op nrc.nl/1989 een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen uit het jaar van de omwenteling.