Verlopen stadsdeel op weg naar exclusief, creatief en hip

Het is nu even crisis, maar het wordt straks echt mooier en beter in het Amsterdamse centrum, zeggen politiek en ondernemers. Wallen en Rode Loper – van seks, drugs en mayonaise naar avontuurlijke chic.

De voetstappen van de werklieden bonken op de planken van de voormalige katholieke huiskerk, die in zijn huidige kaalheid nogal calvinistisch oogt. Het altaardoek van de achttiende-eeuwse schilder Jacob de Wit is tijdelijk buiten het monumentale pand aan de Oudezijds Voorburgwal opgeslagen. Op een muur zijn wat verflagen weggekrast: onder de okerkleur schemeren Pruisisch blauw en een soort oudroze. „Dat roze kwam vroeger vaak in kerken voor”, vertelt Hans Gramberg van het Amsterdamse museum Ons’ Lieve Heer op Solder: „Dat wordt de kleur hier.”

Slechts een wal verderop licht in de regenachtige duisternis de roze olifant op van sekstheater Casa Rosso. Terwijl binnen opvallend veel jongeren en vrouwen kijken naar verschillende live-acts – van mannelijke en vrouwelijke strippers tot paren die op een ronddraaiend bed de liefde bedrijven – komen in de gracht tientallen zwanen af op het voer dat eigenaar Jan Otten elke dag in het water gooit. De eigenzinnige Amsterdammer zegt over zijn erotisch entertainment: „Dit hoort bij Amsterdam. Als dit verdwijnt, gaan congresgangers liever naar Düsseldorf.”

De voormalige kerk en het sekstheater staan voor de twee werelden van de Wallen. Ons’ Lieve Heer op Solder is een oude cultuurvesting op de plek waar Amsterdam rond 1200 ontsproot aan de Zuiderzee. Casa Rosso is het uithangbord van het Red Light District, dat Amsterdam elders in de wereld het imago van een sodom en gomorra geeft. De net begonnen verbouwing van het museum past perfect in de gemeentelijke plannen om de Wallen meer grandeur te geven. De vergunningen die het het sekstheater deze week na jaren getouwtrek kreeg, passen bij de pogingen om het erotische vermaak op de Wallen te fatsoeneren.

Ronald Wiggers, directeur van NV Stadsgoed en nauw betrokken bij de herontwikkeling van de Wallen, is enthousiast over beide projecten. „Raamprostitutie en erotisch entertainment zijn onlosmakelijk verbonden met de Wallen en hebben grote economische betekenis, voor het gebied en Amsterdam. Maar door verwaarlozing van de buurt is seks de afgelopen twintig jaar gaan domineren.”

Amsterdam presenteerde vorig jaar december de nota ‘1012’, naar de postcode van het gebied dat behalve de Wallen ook de ‘Rode Loper’ – Dam, Damrak, Rokin en het stationsgebied – omvat. De komende decennia wil de gemeente het oudste deel van de stad omtoveren van een plat pretpark vol seks, drugs en mayonaise tot een even avontuurlijk als chic speelterrein dat de Fransen ‘bourgeois-bohémien’ noemen. Het aantal bordelen, coffeeshops en belwinkels wordt teruggebracht en geconcentreerd, terwijl exclusieve winkels, creatieve ondernemers en hippe horeca ruim baan krijgen.

„Een heel goed plan”, vindt Richard Dallinga van vastgoedadviseur Jones Lang LaSalle: „Damrak en Rokin zijn nu geen visitekaartje, maar moeten dat wel worden. Die potentie is er ook, want de Rode Loper is en blijft een toplocatie. Er komen dagelijks honderdduizenden mensen langs, een goede plek voor grotere projecten. Op de Wallen kun je met kleinere projecten dingen in beweging zetten. De renovatie van Ons’ Lieve Heer op Solder is een voorbeeld daarvan.”

Dit museum wordt de komende jaren voor 15 miljoen euro verbouwd. Een pand aan de andere kant van een smalle steeg wordt erbij getrokken met een ondergrondse passage, waarin een winkel, een cafetaria en een tentoonstellingsruimte komen. De bijna 100.000, veelal buitenlandse bezoekers zullen de buurt een impuls geven, zegt Gramberg. „Uit onderzoek blijkt dat ons publiek ook de potentiële klandizie is voor de betere winkels in de buurt.”

De verbouwing van het museum is een van de tien ‘sleutelprojecten’, die weer een van de drie pijlers vormen van operatie 1012. De andere twee: herinrichting van de straten, stegen en grachten en bestrijding van activiteiten die misdaad aanzuigen. De herinrichting kan Amsterdam zelf doen, bij de herontwikkeling wordt samengewerkt met NV Stadsgoed, die panden opkoopt.

Maar de sleutelprojecten vragen grote investeringen van particulier kapitaal, en het opschonen vereist medewerking van de ondernemers. „Onderhandelen met marktpartijen is lastig, doordat het bezit in 1012 erg versplinterd is”, zegt Dallinga. „Naast institutionele beleggers zijn er nogal wat particuliere eigenaren.”

Hoewel winkels, hotels en beleggers positief zijn over de plannen, komen de marktpartijen niet allemaal even makkelijk over de brug met geld. Neem de hotels Victoria en Krasnapolsky, allebei vol bouwplannen en trekker van een sleutelproject. Victoria ligt tegenover het CS, bij de entree van de binnenstad. Krasnapolsky ligt bij de Dam, gezicht naar de Rode Loper en rug naar de Wallen.

Victoria begint snel met de verbouwing van het voormalige kadastergebouw, dat er vlak naast ligt. Directeur Nico Evers: „Daar komt een Art’otel, zoals we die al hebben in onder meer Berlijn. Dit hotel krijgt honderd kamers en wordt een hommage aan een kunstenaar. Op de eerste twee verdiepingen komen culturele activiteiten, die zijn gericht op hip, trendy en eigentijds.”

Dit hotel moet in april 2011 opengaan. Bij het Victoria zelf wordt de serre vervangen door een overdekt terras. Evers: „Dan zie je meer van het prachtige monumentale pand.” In de tussenliggende Hasselaersteeg maken treurige toeristenwinkels plaats voor een koffiezaak en een kaaswinkel met kaasmakerij en museum.

Het opknappen van de steeg en het weghalen van de serre waren voorwaarden voor de toestemming tot uitbreiding, zegt Els Iping, voorzitter van stadsdeel Centrum. „We willen op het Damrak bij meer panden van die serres af, want die zijn geen gezicht.”

Bij hotel Krasnapolsky lopen de zaken minder voorspoedig. Het hotel gaat voor 40 miljoen renoveren. Daarbij worden ook de dichte gevels aan Warmoesstraat en Sint Jansstraat opengemaakt. Oorspronkelijk had het hotel de parkeergarage willen slopen en ondergronds brengen, om 150 kamers te kunnen bijbouwen. „Daar zien we voorlopig van af’”, zegt directeur Arco Buijs. „Met de huidige economische crisis kunnen wij de investering van 150 miljoen euro niet opbrengen, helaas.”

De economische crisis is een spelbreker bij het 1012-project, erkent Iping. „Dat merken we ook doordat partijen bijvoorbeeld de overname van panden moeilijker gefinancierd krijgen.” Toch blijft ze optimistisch over het welslagen: „Ik merk dat eigenlijk iedereen wel gelooft in de plannen. De crisis zorgt voor vertraging, maar niet voor afstel.” Dat zegt ook vastgoedexpert Dallinga: „Bij beleggers is er op zichzelf geld genoeg. Zeker de Rode Loper is met zijn grote passantenstromen aantrekkelijk voor investeerders. Als de projecten maar goed zijn.”

De ontwikkeling op het Damrak bevestigt die stelling. Met de komst van Esprit, in een oud kantoor van ABN Amro aan de Dam, en van een nieuw hotel worden de eerste verbeteringen zichtbaar. Grote doorbraak was hier de aankoop van de panden van de Israëlische zakenman Barazani. De tweede tranche komt volgende week in handen van de NV Stadsgoed.

Op de Wallen verloopt de vernieuwing moeizamer. Wiggers: „Voor het verplaatsen en concentreren van seksbedrijven moeten heel veel partijen het met elkaar eens worden. Dat vereist geduld, net als het transformeren van een bordeel tot een restaurant.” Overigens is hij blij dat Otten van Casa Rosso voor de Wallen behouden blijft. „De sociale controle die de Wallen in de jaren zeventig kende, is verloren gegaan. Iemand van de oude stempel als Jan Otten kan eraan bijdragen dat de sfeer van toen terugkeert. Dat is belangrijk voor het slagen van het project.”

Iping wil niet specifiek ingaan op onderhandelingen met ondernemers over aankoop of ruil van panden. „De gesprekken daarover verlopen goed, er wordt gesproken over voorstellen.” Als ondernemers blijven dwarsliggen, wacht de gemeente tot het bestemmingsplan is gewijzigd. „Dat houden we nadrukkelijk boven tafel. Als iemand niet meewerkt, zeggen we: oké, u komt achteraan te staan en straks bestemmen we u wel weg.”

De stadsdeelvoorzitter benadrukt overigens geen enkel bezwaar te hebben tegen bordelen: „We zijn niet tegen seks, alleen tegen uitwassen. Te grote concentraties van bordelen en coffeeshops trekken gewoon de verkeerde mensen. Maar we willen wel een vermenging van hoogwaardige winkels, woningen en bedrijven met de aloude ramen.”

Dat heeft het stadsdeel eerder ook duidelijk gemaakt aan Ons’ Lieve Heer op Solder. Aanvankelijk wilde het museum bruggen naar het pand aan de andere kant van de steeg. „Ze wilden niets te maken hebben met het steegje beneden, maar daarmee gingen wij niet akkoord”, zegt Iping.

Het museum stond vroeger inderdaad met de rug naar de buurt, erkent Gramberg: „Door de aankoop van buurpanden had het een soort cordon sanitaire geschapen. Nu staan we midden in de buurt, maar wel in een buurt met meer uitstraling.”