Vechters & vredestichters Document Nederland Uit het dagboek van Ad van Denderen

Fotograaf Ad van Denderen was een jaar lang onder militairen. Hij ging mee op missie in Afghanistan en Tsjaad. Hij zag hoe jongeren werden getraind voor vechtfuncties. En hij bezocht het thuisfront.

Het werk van Van Denderen verschijnt in deze twaalfde editie van Document Nederland, de jaarlijkse foto-opdracht van het Rijksmuseum en NRC Handelsblad. De tentoonstelling is te zien in Fotomuseum Den Haag van 7 november t/m 17 januari 2010.

Ad van Denderen (Zeist, 1943) is reportagefotograaf. Zijn werk is te zien geweest in steden als Parijs, Houston en Londen. Hij werd onder meer bekend met zijn meerjarige project GoNoGo, waarbij hij langs de grenzen van Europa reisde om vluchtelingen en asielzoekers in beeld te brengen.

Uit het dagboek van Ad van Denderen

10 oktober 2008

Uitreiking van rode baretten van de Luchtmobiele Brigade. Soldaten krijgen een rode baret na een opleiding van 23 weken, het kader na 7 weken. Met vijfentwintig kilo op de rug zijn ze om vier uur in de ochtend vertrokken voor een mars van twintig kilometer. Voorafgegaan door de militaire kapel marcheren ze rond negen uur, onder applaus van familie en vrienden, uitgewoond het kazerneterrein op. Iedere soldaat krijgt een blik bier dat op de appèlplaats wordt leeg gespoten.

Twee soldaten gaan in een teil met sop zitten. Ze steken een grote sigaar op. Ze hebben het gehaald.

27 oktober 2008

De eerste lichting van de Luchtmobiele Brigade komt op in de Oranjekazerne te Schaarsbergen. Sommigen zijn pas zeventien jaar, anderen achttien. Ze lopen op gymschoenen, een gevulde weekendtas hangt over hun schouder. De meesten komen uit de provincie, hun vooropleiding is veelal vmbo.

Met het legernummer voor hun borst worden ze in een camouflageshirt gefotografeerd. Hier nemen ze afscheid van hun burgerbestaan.

Een groepje instructiesergeants kijkt meewarig naar de gymschoenen van de nieuwe lichting. ‘Dat worden de eerste week weer vele middenvoets breuken’.

Een uur later staan ze met hun legeruitrusting als compagnie Alfa of Bravo op een stuk asfalt voor hun tentenkamp. Daar zullen ze twee weken verblijven.

Er heerst extreme discipline. Na enkele uren drillen wordt er al met twee woorden gesproken. Ja sergeant, nee sergeant. Soms zijn er incidenten, maar het groepsgevoel overheerst. De opleidingssergeants maken veel werk van de onderlinge band. Het peloton is zo sterk als de zwakste schakel.

1 december 2008

Persreis naar Tjaad. Onderweg naar Camp Ciara vlakbij Goz Beida doen we twee vluchtelingenkampen aan, in een ervan zitten ontheemde kinderen. Een jongetje gehuld in lompen staart wezenloos voor zich uit. Intuïtief loop ik erop af. Niet doen, denk ik nadat ik twee foto’s heb gemaakt. Blijf van het clichébeeld af.

Twintig kilometer voor Goz Beida begeeft een van de Landrovers het. De jeep moet worden gesleept. De leidinggevende officier verbiedt me om hier een foto van te maken.

3 februari 2009

Bijna driehonderd scholieren van diverse ROC’s met de opleiding Vrede & Veiligheid hebben een bivak van een week in de marinierskazerne te Doorn. Mobiele telefoons en sigaretten worden afgenomen, aan het eind van de week krijgen de leerlingen ze terug. Volgens de instructeurs valt de conditie van de scholieren mee, het probleem zit hem vooral in hun discipline, hun karakter. Soms vergeten ze hun taken uit te voeren, of ze doen het werk maar half.

Op een van de chemische toiletten werd ondanks het verbod toch gerookt. Alle studenten van tent 1 moeten aantreden. De dader moet naar de instructeurs aan de andere kant van het bivak tijgeren en zich minutenlang opdrukken. Een sergeant beveelt hem zijn jack uit te doen. Dan moet hij de sergeant met een boomstam van 2.20 meter tijgerend volgen. Daarna moet hij zich weer opdrukken.

Ik maak een foto, de sergeant schreeuwt naar de andere instructeur, geen foto’s. Waarom zegt hij dat niet rechtstreeks tegen mij? Na tien minuten laat de jongen zich zakken, hij houdt de opgedrukte stand niet langer vol. Zijn medescholieren willen hem te hulp schieten. „Opdonderen”, schreeuwt de sergeant als ze op hem af rennen. Er volgt een donderspeech: „Dit soort individuen”, hij doelt op de gestrafte jongen, „zijn een gezwel voor de samenleving. Ga daar niet mee om”.

31 maart 2009

Vertrek vanaf vliegbasis Eindhoven naar Uruzgan.

In de vertrekhal staan de militairen met hun familie te wachten. Onder hen het Logistic Support Detachement en het 42ste Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers uit Oirschot. Een van hen is Azdin Chadli die later zal omkomen tijdens een raketaanval op Kamp Holland. Tijdens het afscheid wordt veel gehuild. Niet alleen door de achterblijvers, ook de soldaten snikken flink. Om half twaalf gaan we aan boord van een Boeing van Martinair. Om half elf ’s avonds landen we op de luchtmachtbasis Minhad in de Verenigde Arabische Emiraten.

Tijdens het diner in de grote eetzaal gaat het alarm af, twee nieuwkomers gaan op de grond liggen terwijl de rest doorgaat waarmee ze bezig waren: eten.

Om de tijd te doden sluit ik mij aan bij een groep militairen die de IED-straat wil bezichtigen, een strook land waar verschillende soorten nepbermbommen in de grond zijn verstopt. Met twee trucks gaan we op weg. Na een half uur over het kamp rijden, we verdwalen vele malen, komen we aan bij de IED-straat. Onderweg passeren we enkele velden met Russische mijnen, overblijfsels uit de Afghaans–Russische oorlog.

In tegenstelling tot Kamp Kandahar blijkt Kamp Holland, waar ik de volgende dag naartoe vlieg, zeer geordend en goed beveiligd.

Ik kan meteen mee op patrouille naar de Baluchi-vallei, zo’n dertien kilometer van Kamp Holland.

Voor ik instap krijg ik van de Press Information Office een band waarmee ik mijn been of arm kan afbinden, voor het geval ik op een bermbom mocht stappen. Een emotioneel moment. Het vooruitzicht om me de mij resterende jaren op krukken te moeten voortbewegen, vind ik weinig aanlokkelijk. Ik stap in het gepantserde voertuig. Binnen twee minuten kan ik mijn band niet meer vinden. Dat probleem is opgelost.

9 juni 2009

Udenhout. Bezoek aan de familie Krist. De 24-jarige luitenant Tom Krist kwam om het leven bij de aanslag van een zelfmoordenaar op de bazaar van Deh Rawood op 10 juli 2007. Ik word heel hartelijk ontvangen. In de huiskamer een geschilderd portret van hun zoon en een steen met daarop de lijfspreuk van Tom (uit het Evangelie van Thomas, vers 77), ‘Splijt een stuk hout en ik ben er, pak een steen en ik zal er zijn’.