Twintig jaar na de val van de Muur roept Kopenhagen

„Voor de zoveelste keer voelde ik me een stralende idioot tussen geëngageerde en onder hun verantwoordelijkheid gebukt gaande mensen” Martin Šimek over zijn beleving van het vrije Westen

„De echte tijd van omwentelingen ligt nog voor ons”Joschka Fischer over de wereld na 1989.

Politicus, geboren in de Bondsrepubliek Duitsland (1948). Sinds september 2006 gasthoogleraar internationale crisisdiplomatie aan de universiteit van Princeton. Was van 1998 tot 2005 minister van Buitenlandse Zaken (Bündnis 90/Die Grünen) en vicekanselier van Duitsland. Minister van Milieu in de deelstaat Hessen van 1985 tot 1987 en van 1991 tot 1994.

Wie getuige was van die nacht 20 jaar geleden in Berlijn, of elders in Duitsland, zal nooit vergeten wat er toen gebeurde – die nacht dat de Muur viel.

Waar geschiedenis wordt geschreven, heerst maar al te vaak tragiek. Zelden komt er ironie bij kijken. 9 november 1989 was een van die zeldzame momenten van ironie, omdat het Oost-Duitse bureaucratische socialisme eindigde zoals het had bestaan – als een bureaucratische bende.

De woordvoerder van het Politburo, Günter Schabowski, had het besluit van dit orgaan gewoon verkeerd begrepen en gaf met zijn onjuiste informatie aan de bevolking over de opheffing van de reisbeperkingen zelf de aanzet tot de val van de Muur. Groucho Marx had Schabowski die avond niet kunnen verbeteren. Duitsland was overgelukkig.

Twintig jaar later liggen veel revolutionaire gevolgen van die nacht achter ons. De Sovjet-Unie en haar imperium zijn stilletjes verdwenen, en daarmee ook de internationale orde van de Koude Oorlog. Duitsland werd herenigd, Oost-Europa en de landen aan de rand van het Sovjetrijk verwierven hun onafhankelijkheid, het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind ging ten onder, tal van burgeroorlogen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika kwamen ten einde; Israëliërs en Palestijnen kwamen dichterbij vrede dan op enig moment daarna; en de verbrokkeling van Joegoslavië ontaardde in oorlog en etnische zuiveringen. In Afghanistan werd de oorlog onder andere omstandigheden voortgezet, met niet alleen ernstige gevolgen voor het gebied, maar voor de hele wereld.

Als zegevierende erfgenaam van de ineengestorte orde van de Koude Oorlog stonden de Verenigde Staten alleen en onbetwist op het toppunt van hun mondiale macht. Maar binnen twee decennia – na de oorlog met Irak en de financieel-economische crisis – hebben de VS deze bijzondere status vergooid.

De twee hoofdoorzaken van het verval van de enige overgebleven supermacht waren de arrogantie van de macht en de blindheid voor de werkelijkheid. De grootste schuld ligt weliswaar bij George W. Bush, maar er waren ook al tal van negatieve tendensen vóór hem. Hij heeft die alleen tot het uiterste doorgetrokken.

Na 11 september 2001 hadden de VS een tweede grote kans om met behulp van hun unieke kracht de wereld te reorganiseren. Na die verschrikkelijke misdaad waren ook landen in de Arabische wereld bereid vergaande stappen te zetten. Op dat moment had vrede tussen Palestijnen en Israëliërs, en dus een nieuw begin in het Midden-Oosten binnen bereik gelegen.

Zelfs een radicale ommekeer in het Amerikaanse energiebeleid, met een invoering van energiebelasting, zou onder de vlag van de nationale veiligheid mogelijk zijn geweest. Daarmee had de uitdaging van de klimaatverandering doeltreffender kunnen worden beantwoord. Maar ook die kans werd verknoeid.

Europa – en daarbinnen Duitsland – behoorde tot de grote winnaars van 9 november 1989. Het continent in vrijheid herenigd: Duitsland op 3 oktober 1990, Europa dankzij de grote uitbreiding van de Europese Unie op 1 mei 2004. De invoering van een gezamenlijke Europese munt was succesvol, de politieke integratie door middel van een grondwettelijk verdrag een mislukking. Sindsdien stagneert de EU, intern én extern. Europa heeft sinds 1989 onvoldoende gebruik van zijn mogelijkheden gemaakt – en zou ingrijpend aan invloed kunnen inboeten in de opkomende machtsstructuur van de eenentwintigste eeuw.

In Duitsland, dat zijn hereniging grotendeels dankt aan zijn stevige wortels in EU en NAVO, heerst een voelbare Europamoeheid. De generatie die nu in Berlijn aan de macht is denkt steeds meer nationaal in plaats van Europees. Nog nooit was dit zo duidelijk als in de beslissende dagen en weken van de financiële wereldcrisis.

Rusland, de grote verliezer van 1989, is twee decennia later nog altijd verstrikt in een mengeling van sociaal-economische crisis en politieke regressie en illusie. De levensverwachting blijft dalen; de investering in infrastructuur, onderzoek en onderwijs schiet te kort, de economie is amper in staat internationaal te concurreren en de sociale kloof tussen arm en rijk verdiept zich.

Economisch gezien is Rusland een exporteur van grondstoffen geworden, die afhankelijk is van de onzekerheden op de wereldenergiemarkt en die er tegelijkertijd van droomt met energie als instrument de post-Sovjet-orde in zijn omgeving te kunnen herzien.

De Russische elite denkt grotendeels nog altijd in de machtscategorieën van de negentiende en twintigste eeuw. Hierop berust het illusionaire en historisch regressieve element van het huidige Russische beleid. Het verlangen van Rusland om weer zijn rol als machtige speler op het wereldtoneel op te eisen is begrijpelijk en legitiem. Maar als het zijn toekomst in zijn verleden zoekt en meent dat het investeringen in de toekomst kan nalaten ten gunste van schaamteloze persoonlijke zelfverrijking, zal het terrein blijven verliezen.

9 november 1989 markeerde niet alleen het einde van de Koude Oorlog, maar ook het begin van een nieuwe golf van mondialisering. De echte winnaars van deze nieuwe wereldorde zijn de grote opkomende landen, allereerst China en India, die steeds meer het tempo van de economische en politieke ontwikkeling op de wereld bepalen.

De G8 is door de geschiedenis terzijde geschoven als club van westerse industrielanden; zijn plaats is ingenomen door de G20, waarachter de formule schuilgaat van de machtsverdeling binnen de nieuwe wereldorde: de G2 (China en de VS). In al deze veranderingen weerspiegelt zich een ingrijpende machtsverschuiving van het Westen naar het Oosten, van Europa en Amerika naar Azië, die vermoedelijk binnen de komende twee decennia een einde aan 400 jaar eurocentrisme zal maken.

In de afgelopen twee decennia heeft de wereld ook gaandeweg haar ecologische grenzen bereikt. Sinds 9 november 1989 heeft het grootste deel van de mensheid geprobeerd tot elke prijs de westerse levensstandaard te bereiken en daarbij te veel gevergd van het klimaat en de ecosystemen van de aarde.

De jaren sinds de val van de Berlijnse Muur waren rijk aan ingrijpende veranderingen, maar de echte tijd van omwentelingen ligt nog voor ons. De opwarming van de aarde is niet meer dan het topje van de ijsberg waarop wij welbewust, met wijdopen ogen, afkoersen. Het gaat er nu om dat landen mondiaal en eensgezind in actie komen. Twintig jaar na Berlijn roept Kopenhagen.