Sport in beeld

Reflex: je wilt lezen wat er staat. En wat doet dan de digitale mens? Die ‘haalt het bestandje binnen’, parkeert het op het bureaublad, opent het fotoprogramma, sleept het bestand naar binnen, klikt erop en klikt op ‘roteer’. (Ja ja, nerds krijgen dit vast ‘sneller dan hun schaduw’ voor elkaar.) Dat roteren gaat per kwartslag. Eén kwartslag is voldoende om de tekst op de sneeuwplank te lezen: lib technologies.

We nemen er kennis van – reclame, hartewens, dat ‘lib’ zal hoe dan ook verwijzen naar de vrijheid van deze vogel in de lucht. Waar het hier om gaat is de betovering die uitgaat van het digitale handelen. Ben je eenmaal aan het roteren geslagen, dan blijf je dat doen, nu ja, even. Mathieu buitelt door de lucht zoals hij dat in zijn stoutste dromen nog niet gedaan heeft. Iedere positie blijkt in dit geval goed, althans mogelijk, althans aannemelijk.

De fantasie wordt geprikkeld. Ineens sta je zelf weer op de piste, in een sneeuwstorm. Alles is wit, je weet niet meer waar je bent, erger, je weet niet meer of je op je hoofd staat of op de latten. De wereld is een baarmoeder geworden, waarin je als een foetus ronddobbert. Lawineslachtoffers kennen dat angstwekkende gevoel en dienen in hun broek te plassen om uit te vinden waar zich ‘boven’ bevindt en waar ‘beneden’. Zo stapelt zich ramp op ramp.

Terug met beide benen op de grond bedenken we met een schokje hoe moeilijk de computer ons leven maakt. Wat is simpeler dan de krant even rond te draaien? Geweldig niet, dat dat nog kan?