'Rijke landen vertragen een klimaatakkoord'

De ambities voor de klimaattop in december in Kopenhagen zijn naar beneden bijgesteld. Onderhandelaars lijken nu genoegen te nemen met een akkoord op hoofdlijnen.

„We kunnen het lot van de wereld toch niet in de handen leggen van één land?”, zegt Augustine Njamnshi telefonisch na afloop van een klimaatconferentie in Barcelona. Het land waar hij op doelt is de Verenigde Staten, dat hardnekkig blijft weigeren om zich te onderwerpen aan een internationaal klimaatakkoord.

De uit Kameroen afkomstige Njamnshi, lid van de Pan African Climate Justice Alliance, is verontwaardigd over de in zijn ogen doelbewuste poging van de rijke landen om de klimaatonderhandelingen te traineren. Hij verwijt de Amerikanen dat ze niet bereid zijn hun eigen belangen ondergeschikt te maken aan die van de hele wereld. En hij verwijt de Europeanen dat ze aarzelen over financiële steun aan arme landen die zelf niet de middelen hebben om klimaatverandering te bestrijden, maar die wel het hardst zullen worden getroffen.

Njamnshi heeft er weinig vertrouwen in dat er voor het einde van het jaar nog een akkoord komt. De conferentie in Barcelona, de laatste officiële onderhandelingsronde voor de klimaattop van december in Kopenhagen, was wat dat betreft ook niet bemoedigend. Dinsdag besloten de Afrikaanse landen uit frustratie over het gebrek aan voortgang alle geplande gesprekken te boycotten.

De Afrikanen roepen nu al maanden – opvallend eensgezind – dat een ambitieus, helder en bindend akkoord dringend nodig is. „De wetenschap heeft gesproken. Het klimaat verandert. Het bewijs ligt er”, aldus Njamnshi. „Het wordt tijd dat de geïndustrialiseerde landen hun verantwoordelijkheid nemen.” Dat kan volgens hem alleen in een Kyoto-achtig verdrag, dus inclusief bindende afspraken over de reductie van broeikasgassen en sancties voor wie zich daar niet aan houdt.

„Eerst spreek je internationaal iets af en dan vertaal je dat nationaal”, zegt Njamnshi. Hij heeft onvoldoende vertrouwen in de goede bedoelingen van politici om het zonder een wereldwijd akkoord te doen.

Maar de Amerikanen denken daar anders over. Volgens hoofdonderhandelaar Jonathan Pershing richt president Obama zich voorlopig op nationale wetgeving. „De VS hebben thuis nog geen akoord”, zei Pershing gisteren in Barcelona. „We wachten af hoe de zaak zich daar ontwikkelt, voordat we een besluit nemen over een internationaal standpunt.”

Intussen krijgen de Amerikanen steeds meer hun zin van Europa. ‘Kyoto’ is voor de EU niet langer heilig. Als de VS in een eigen wet duidelijke klimaatdoelstellingen formuleren, is dat voorlopig voldoende.

Ook de Nederlandse minister van Milieu, Jacqueline Cramer, koos deze week voor een pragmatische opstelling. Het heeft volgens haar geen zin de Amerikanen in een internationaal keurslijf te dwingen, dat vervolgens in eigen land op grote weerstand stuit. Een debacle als de afwijzing van het Kyoto-protocol moet koste wat het kost worden voorkomen.

Cramer gaat er niet langer van uit dat er in Kopenhagen een afgerond akkoord kan worden gesloten. Ze zegt tevreden te zijn als er aan het eind een politiek raamwerk ligt, met toezeggingen van landen over de reductie van broeikasgassen en met afspraken over de financiering van klimaatbeleid in ontwikkelingslanden. Dan is er nog tijd genoeg om die afspraken te verankeren in een juridisch bindend akkoord, voordat in 2012 het Kyoto-protocol afloopt.

Njamnshi betwijfelt of die tijd er is: „We zitten allemaal op de Titanic. En als er straks iets gebeurt, maakt het niks uit of je business- of economyclass zit.”