Rapport over Gaza-oorlog rammelt aan alle kanten

In tegenstelling tot wat Dries van Agt c.s. stelt (Opiniepagina, 3 november), rammelt het bewijs van het Goldstone-rapport aan alle kanten. De aanval op de Gazastrook was bepaald niet een ”opzettelijke disproportionele aanval, gericht op het bestraffen, vernederen en terroriseren van burgers”, maar uitsluitend het verder verhinderen van beschietingen vanuit de strook naar Israël, die veel rouw en leed veroorzaakten. Om het lijden van de burgers van Gaza te minimaliseren werden vanuit de lucht waarschuwingspamfletten gestrooid, circa 100.000 telefoongesprekken met hen gevoerd en werden zelfs sommige aanvallen geheel afgeblazen. Dat heeft Goldstone c.s. helemaal niet vermeld.

De opmerking van Van Agt dat Goldstone, vanwege zijn Joodse afkomst, geen gebrek aan integriteit kan worden verweten, is zowel onzinnig als smakeloos. Evenmin wordt vermeld dat Hamas-lieden burgerwoningen gebruikten als schietbases en het Al-Shifa hospitaal inrichtten als hoofdkwartier. Ook niet dat zij zich onherkenbaar maakten door zich met niet-militaire kleding onder de bevolking te mengen.

Van Agt noemt 1400 doden. Israël heeft het over 1166 Palestijnse doden, van wie 709 leden van de Hamas-beweging waren, 295 burgers en 162 niet-geïdentificeerde mannelijke slachtoffers. Het is duidelijk dat de burgerslachtoffers voornamelijk zijn gevallen doordat hun lichaam als dekking werden gebruikt door de Hamas-lieden. Zij waren dus bepaald geen doel, zoals hierboven gesteld.

Goldstone c.s. en dus ook niet Van Agt, noemen verder geen criteria voor de verhoudingen op andere strijdtonelen (Tsjetsjenië, voormalig Joegoslavië, Pakistan, Afghanistan, Irak e.d.) tussen militaire en burgerlijke slachtoffers. De conclusies slaan dus nergens op en kunnen terzijde gelegd worden.