OM vroeg heimelijk gegevens advocaat

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft twee jaar geleden in strijd met de regels bankafschriften opgevraagd van het kantoor van strafpleiter Peter Plasman. Dat gebeurde in het onderzoek naar liquidaties in de Amsterdamse onderwereld, zo blijkt uit dossierstukken die in het bezit zijn van deze krant.

Volgens de regels moet het OM voor het opvragen van gegevens die onder de geheimhoudingsplicht van een advocaat vallen, contact opnemen met de deken van de Orde van Advocaten. Die raadpleegt de advocaat in kwestie. De advocaat beslist zelf of gegevens onder zijn geheimhoudingsplicht vallen en of deze verstrekt mogen worden aan het OM.

Zonder tussenkomst van de deken of Plasman heeft het Openbaar Ministerie echter inzage verkregen in betalingen van Plasmans kantoor tussen 20 april en 31 december 2006. Plasman, die de in het liquidatieproces verdachte Fred R. bijstaat, spreekt van „een ernstige schending van het verschoningsrecht”. Hij wil de zaak maandag bij hervatting van de strafzaak aankaarten bij de rechtbank. Volgens Plasman heeft het OM ook verzuimd om afgeluisterde telefoongesprekken tussen hem en Fred R. te vernietigen.

In een brief die deze week aan de betrokken advocaten is gestuurd, stelt het OM dat financiële gegevens van advocaten niet per se onder de geheimhoudingsplicht vallen. Medewerkers van politie en justitie hebben volgens de brief nooit inzage gehad in de stukken, die in een enveloppe in een kluis werden bewaard. „Die enveloppe is deze week geopend om te constateren of er bankafschriften in zaten”, aldus de brief.