Namaak als vaderlandslievende plicht

China is berucht om zijn imitatie-industrie. Het kost het buitenland een vermogen, Nederland niet op de laatste plaats. Wat is ertegen te doen?

Twintig in Peking, honderddertig in Shanghai, honderdvijftig in Guangzhou. De introductie van Apple’s nieuwste 32G-iPhone in Chinese miljoenensteden is deze week met de verkoop van amper vijfduizend exemplaren geflopt.

„Pffff, ik heb er natuurlijk geen een verkocht’’, zegt Huang Min, standhouder in de Pacific Digital Plaza, de grootste elektronicasupermarkt van Shanghai. „Veel te duur, er zit niet eens wifi op. Iedereen koopt liever shanzhai, net zo goed, soms beter zelfs, en altijd goedkoper.”

Shanzhai betekent ‘versterkt bergdorp’ en slaat op dorpen waar bandieten zich verscholen, maar staat nu in Chinese straattaal voor piraterij, diefstal, kortom voor namaakproducten.

Huang heeft in zijn vitrine prullen liggen die voorzien zijn van het Applelogo en allerhande technische snufjes, maar onmiddellijk herkenbaar als slechte nep, in het Chinees B-huo. Daarnaast liggen de slanke modellen met het touchscreen toetsenbord, nauwelijks te onderscheiden van het origineel, A-huo, kwaliteitsnep. Alleen de naam verschilt: HiPhone in plaats van iPhone. En de prijs natuurlijk: voor een volledig uitgeruste HiPhone betaal je bij hem 50 euro terwijl een nieuwe, echte iPhone 750 euro kost. Huang denkt dat die prijs over een paar weken is gehalveerd.

Uiteraard verkoopt hij ook Nokla’s, de piratenversie van de nieuwste Nokia’s. Shanzai, het stelen van intellectuele eigendommen (IP, intellectual property) is in China volkomen geaccepteerd en houdt de merknamen scherp, denkt hij. Van de politie hebben hij en zijn honderden collega’s nooit last. Voor de Nederlandse journalist hanteert hij een speciaal prijsje, want Holland is een mooi land, zijn jongere zus en een oudere broer wonen in de omgeving van Rotterdam.

„Shanzhai leidt tot pure IP-anarchie. Tot een jaar of tien geleden beperkte het probleem zich tot cd’s, dvd’s en textiel. Maar ik kan nu bijna geen product meer bedenken dat niet wordt nagemaakt. If the Europeans, the Japanese and the Americans can make it, the Chinese can fake it. De kwaliteit is ook enorm toegenomen”, legt Dominic Hui van het advocatenkantoor Vivian Chan&Partners in Shanghai uit.

Van mobiele telefoons en software tot baggerschepen en auto’s, van farmaceutica (vooral Viagra) tot tv-programma’s, van defensie-elektronica tot designmeubels, van golfclubs tot hotelketens (Hayiatt in plaats van Hyatt): shanzhai gebeurt in alle sectoren en is een ernstig economisch verschijnsel geworden. Zelfs Japanse, Koreaanse en Indonesische pop- en filmsterren worden gekopieerd. In Chongqing is inmiddels ook het Olympische Vogelneststadion van Peking nagemaakt.

Vanuit zijn kantoor in Sliedrecht kijkt de Nederlandse ondernemer Govert Hamers uit over de werf van IHC aan de benedenloop van de Merwede. Vonkenregens dalen neer in de scheepsloods. Buiten liggen boor- en slijpkoppen strak in de verf, klaar om op de nieuwe baggerschepen gemonteerd te worden. Hamers van IHC Merwede, maker van baggerschepen, spreekt uit ervaring over de praktijk in China. De scheepsbouwer heeft tientallen miljoenen euro’s schade geleden doordat complete baggerschepen in China nagemaakt worden.

Beschermt hij zich niet met patenten? Patenten hebben een groot nadeel, zegt Hamers. „Om bescherming te genieten, moet je veel informatie over je uitvinding deponeren bij het patentagentschap. De belangrijkste technische details zijn niet openbaar, maar veel informatie wel. De baggerwereld is klein en een paar slimme techneuten hebben snel door waar we mee bezig zijn.”

China is één grote bouwput, zegt Hamers. Dus moet er ook veel gebaggerd worden, maar de regering schermt volgens hem de Chinese markt af ten faveure van lokale baggeraars. „Als wij van China willen profiteren, moeten we aan Chinese baggeraars dus baggerschepen leveren.”

Hij vertelt hoe shanzai in zijn wereld werkt. „Een baggerschip verkopen en maken is een grote klus. Het is gebruikelijk de klant veel technische informatie te geven over onze schepen. Veel schepen worden op maat gemaakt voor een klant. Dan wisselen we constant technische details uit.” Waar het intellectueel eigendom van IHC Merwede gelekt wordt? „Overal en nergens”, zegt Hamers. Als een opdracht binnen is, wordt een groot deel van het ontwerp en de bouw uitbesteed aan onderaannemers. Die onderaannemers bezitten zodoende veel informatie waarmee ze schepen kunnen nabouwen, zegt Hamers.

En als een schip na een paar jaar in onderhoud gaat, is het heel eenvoudig om even te kijken hoe alles gebouwd is, zegt hij. „Een 3D-modelletje is dan zo gemaakt.” Snel benadrukt hij dat het probleem zich niet tot China beperkt. Ook in Zuid-Korea en in opkomende landen als Indonesië, Brazilië en India heeft IHC Merwede er last van. „Ik wil zeker geen China-basher zijn”, zegt Hamers diplomatiek, want China speelt een belangrijke rol in de orderportefeuille van IHC Merwede.

Hamers zegt dat hij jarenlang weinig deed aan het diefstal van IP. Maar IHC Merwede kreeg een jaar of vier geleden boze telefoontjes over kapotte onderdelen. „Dat bleken vervalsingen met ons logo en al. Dat levert toch imagoschade op”, zegt Hamers.

IHC Merwede poogt sinds het geleden miljoenenverlies, waarover Hamers niet in detail wil treden, het lekken te beperken. Scheepsbouw is volgens de Chinese overheid een strategische industrie. IHC Merwede mag alleen in China zelf schepen bouwen als het samenwerkt met een Chinees bedrijf. „Bij de eerste gesprekken begint de beoogde joint-venturepartner meteen over het uitwisselen van technologische kennis. Dat is voor veel Chinese bedrijven een Leitmotiv. De keuze van de partner is dus cruciaal.”

Dus worden de kaarten nu dicht tegen de borst gehouden. Klanten krijgen geen pakken papier vol technische specificaties meer, tenzij zij een geheimhoudingsverklaring tekenen. Een groter deel van de bouw wordt in eigen beheer gedaan. Het casco van de baggerschepen laat IHC Merwede in Dalian, in het noordoosten, bouwen. Daar heeft de scheepsbouwer een samenwerking met Dalian Liaonan Shipyard. In Guangzhou, in het zuidoosten, worden de machines en apparatuur gemaakt om te baggeren. „Dat is het deel van de bouw waar het meeste van onze technische expertise bij komt kijken”, zegt Hamers. Het maken van scheepsonderdelen is geen strategische industrie en dus heeft IHC Merwede in Guangzhou een eigen fabriek. „Daar werkt IHC personeel van Chinese komaf”, zegt Hamers. „Door meer zelf te bouwen, beperken wij het risico. En we hebben partners die we vertrouwen”, zegt Hamers, die niet van plan is te stoppen in China.

Machteloze EU-functionarissen in Peking adviseren bedrijven die naar China komen er in hun businessmodel rekening mee te houden dat hun producten, en soms volledige productielijnen, eerder vroeger dan later worden gekopieerd. Dat gebeurt niet alleen in het geheim door kongsi’s van bedrijven, werknemers, plaatselijke partijbazen en de maffia. Er wordt ook in het openbaar gekopieerd. In de Ikea’s van Peking en Shanghai worden de Zweedse meubels ongegeneerd gefotografeerd om bij een timmerwerkplaats op de hoek te worden nagemaakt tegen een fractie van de prijs. Ikea draait in China amper quitte.

Volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau Verical, dat in oktober een rapport schreef voor het Amerikaanse Congres, verliezen Amerikaanse en Europese economieën jaarlijks 230 miljard euro door shanzhai. De Amerikaanse minister van Handel, Gary Locke sprak, ter voorbereiding van het bezoek van president Obama aan Japan, China en Zuid-Korea, over tientallen miljarden per jaar. Obama zou er volgende week bij zijn bezoek in Peking en Shanghai op aandringen dat de autoriteiten krachtige maatregelen nemen tegen de IP-diefstal.

Daarbij gaat het allang niet meer om het symbolisch verbranden van reusachtige stapels cd’s en dvd’s, maar om toepassing van wetten, efficiënte controle en harde sancties waarvan tot nu toe nauwelijks sprake is. De Shanghaise advocaat Dominic Hui: „Op papier is de wetgeving aanzienlijk verbeterd, ook de kwaliteit van de rechters neemt toe, er is veel aandacht voor. Patentbescherming wordt tegenwoordig wel degelijk serieus genomen. Maar op het gebied van de naleving valt er nog heel veel te verbeteren”.

Dave Lamers, oprichter en eigenaar van Ecoluxx in Heerlen, heeft het met China „helemaal gehad”. Twee jaar geleden zag hij een gat in de markt. Lichtfabrikanten als Philips brachten een nieuwe tl-buis op de markt. De lamp was energiezuiniger, maar ook vijf centimeter korter dan de standaardbuis. En de buis werkte op een andere elektrische aansturing. Als bedrijven de zuinige lamp wilden gebruiken, moesten ze nieuwe tl-bakken installeren, een dure klus. Lamers vond een tussenstuk uit waarmee de nieuwe kortere buis in oude tl-bakken passen. Hij richtte een bedrijf op, Ecoluxx , en liet de armaturen in China maken om kosten te besparen.

Op zijn kantoor in Heerlen grabbelt Lamers in een bureaulade en pakt twee metalen strips. Op de strips zitten rijen spoeltjes, printplaatjes en koperen geleiderdraadjes. „Dit is de binnenkant van de elektrische aansturing”, zegt Lamers. „Een cruciaal onderdeel van mijn uitvinding.” Op het eerste gezicht lijken de strips identiek. Maar de één is hard en onbuigzaam. De andere strip buigt als een goedkope meetlat, de koperen draadjes van de spoeltjes zijn onbedekt, evenals de printplaten. „Precies mijn uitvinding, maar dan tien keer goedkoper nagemaakt”, zegt de directeur van Ecoluxx.

Achteraf geeft Lamers toe dat hij niets wist van zakendoen in China. Hij vertrouwde op een zakenpartner die voor Nederlandse multinationals jarenlang in China was gestationeerd. Die zou de productie regelen. In een stad in centraal China liet Lamers de opzetstukken maken. Aanvankelijk liep alles goed. Totdat de imitaties opdoken. Eerst alleen op de Chinese markt. Daar kon Lamers mee leven. Hij produceerde immers voor de export naar Europa. Begin dit jaar kreeg hij een boos telefoontje van een Nederlands bedrijf. „Een man had een opzetstuk van Ecoluxx geïnstalleerd. De lamp was doorgebrand en van een paar meter hoogte gevallen, rakelings langs een klant. Wat bleek? Het was goedkope namaak verkocht onder onze merknaam.’’

Lamers heeft zijn productie teruggehaald naar Heerlen en advocaten ingeschakeld om de verkoop van imitaties onder zijn bedrijfsnaam in Nederland stop te zetten. „Maar in China juridische stappen zetten is te moeilijk. Ik heb de tijd en het geld niet om én in Nederland én in China een leger advocaten in te huren.”

Lamers ontdekte wat ondernemingen als Nokia, Apple, maar ook farmaceutische bedrijven als Novartis ondervinden. Shanzhai-producten blijven niet binnen de grenzen van China, maar zoeken nieuwe, buitenlandse markten op. Nokia en Apple wijten verlies van marktaandeel in Azië en Afrika aan de export van Chinese imitaties.

Gevraagd naar zijn reactie zegt vice-president Zhang Haizhen van HiPhone, telefonisch vanuit Shenzhen, zich trots te voelen toen hij over het afzetverlies van Nokia hoorde. „Wij weten dat we het risico lopen vervolgd te worden door Nokia en Apple, maar we gaan door met kopiëren van grote merken”, zegt hij. Soortgelijke opmerkingen maakte hij eerder deze zomer ook in het Volksdagblad, waardoor de indruk ontstaat dat hij over politieke rugdekking beschikt. Daar wil hij nu niet op ingaan. „We moeten overleven en op deze manier kunnen we onze eigen R&D versterken zodat we in de toekomst met eigen vindingen kunnen komen.”

Shanzhai is, suggereert hij, een patriottische daad. „Kopiëren is goed voor de Chinese economie, voor ons innovatieve vermogen, en voor alle armen in China en de rest van de wereld. Zij hebben ook recht op een goede mobiele telefoon”, zegt Zhang. Om daar zonder een spoor van ironie aan toe te voegen: „Eigenlijk is kopiëren een plicht van iedere Chinese onderneming.”