'Mijn vader was geen handige man'

De vader van Jaap Kleve (1926) werd op staande voet ontslagen. ‘Mijn moeder fluisterde dat we hem niks mochten vragen.’

‘Ik denk dat dit onze laatste gezinsvakantie was. We zaten drie of vier weken op Ameland, in een houten huisje op palen met een veranda rondom. Mijn vader was er de eerste week bij, en kwam daarna alleen in de weekends uit Groningen over. Op de dag van de foto gingen we met een bolderwagen naar ’t Oerd, een duingebied. We hadden ons er heel wat van voorgesteld, maar het viel tegen. Het was er nogal kaal.

„Mijn vader kwam uit een familie van kleine ondernemers. Na de handelsschool kon hij als jongste bediende aan de slag bij een kunstmesthandel in Groningen. Hij klom er op in de rangen, en toen de eigenaar onverwachts overleed werd mijn vader directeur. Het waren de crisisjaren; veel boeren konden hun rekeningen niet betalen. Mijn vader loodste het bedrijf er goed doorheen.

„Toen de twee zonen van de eigenaar volwassen waren, ontstond er een probleem. Zij wilden de leiding overnemen en hadden daar ook het recht toe, want ze waren de eigenaars. Mijn vader wilde er niet van weten, en verzette zich ook tegen de modernisering die de jongens wilden doorvoeren: vrachtwagens in plaats van paard en wagen. Het leidde tot een arbeidsconflict waar wij het fijne nooit van te weten zijn gekomen, maar dat eindigde met vaders ontslag op staande voet.

„Het was heel verwarrend: hij had net een receptie gekregen omdat hij 25 jaar bij de firma werkte. Hij kreeg een prachtig bureau. Ik herinner me heerlijke taartjes. Kort daarna kwamen we een keer om twaalf uur uit school voor het middageten, en toen zagen we mijn vader in de voorkamer in een stoel uit het raam zitten staren. Mijn moeder fluisterde dat we hem niks mochten vragen. Hij is dagen op de uitkijk gebleven, totdat duidelijk werd dat niemand van de zaak hem terug zou komen halen. Toen moest hij bwel op zoek naar ander werk.

„Via een kennis met een accountantskantoor kon hij administraties van boerenbedrijven gaan doen. Hij moest de papieren zelf op de fiets bij die boeren gaan halen. Het betaalde beduidend minder goed, maar het was tenminste iets. Mijn vader beheerde ook een paar panden in de stad voor een man die in Leerdam woonde. Op zaterdag moest hij langs de deuren om de huur te innen, en als er bewoners weggingen, wat door de crisis nogal eens voorkwam, moest hij snel nieuwe zien te vinden. Die verantwoordelijkheid drukte zwaar op hem. ‘Leerdam’ werd een beladen term bij ons thuis.

„Rijk waren we nooit geweest; ons gezin behoorde tot de kleine middenstand. Maar van de jaren na het ontslag herinner ik me een zekere austeriteit. Taartjes waren er niet meer bij, en vakanties ook niet. Jis, onze hulp in de huishouding, bleef wel bij ons. Ze heeft zelfs even zonder salaris gewerkt, zo trouw was ze.

„Mijn vader was geen handige man. Ook letterlijk niet: hij kon nog geen pot thee zetten. Mijn moeder was slimmer, daadkrachtiger. Voor haar huwelijk had ze als naaister bij gegoede families gewerkt. Na het ontslag zorgde zij ervoor dat we gratis naar het ziekenhuis konden, en dat ik een keer mee mocht naar een vakantiekolonie. Het sociale vangnet was veel minder ontwikkeld in die dagen, maar mijn moeder wist alle beschikbare voorzieningen te vinden.

„Ik was een verlegen jongen, vroeger. Ik droomde van verre landen. Ik las veel boeken uit de buurtbibliotheek en ik was dol op vogels bestuderen in de natuur. Na de hbs-a kon ik als enige uit het gezin gaan studeren, dankzij het beurzensysteem. Mijn ouders steunden me daarin. Het klonk ook wel goed natuurlijk, hè.”

Op het grasveld voor de boerderij struikel je over de stoofpeertjes. Neem toch mee, zegt zijn vrouw, en ze haalt een plastic zak. Binnen ligt een vloerkleed uit Kazachstan voor een houten bank uit Tunis. Het daglicht valt precies op een spelletje scrabble.

Heeft u ook een interessante familiefoto?Mail naar weekblad@nrc.nl