Lome warmte

In ‘Het Binnenhuis’ vandaag het tropische appartement van Clarisse Buma.

Op het toilet staat een cactusvormige wc-borstel. In de woonkamer klinkt de stem van Juan Luis Guerra, de Dominicaanse merenguezanger. En in de slaapkamer zijn de muren behangen met een fotoprint van een zonovergoten palmenstrand. Het huis van Clarisse Buma in Amsterdam-Slotervaart voelt als een warm, tropisch bad. „Ik ben een burgemeestersdochter uit Friesland die haar vleugels heeft uitgeslagen”, zegt de bewoonster.

In de jaren negentig woonde Clarisse Buma als correspondente voor het Algemeen Dagblad drie jaar in Suriname en twee jaar op Curaçao. „Toen ik de eerste keer ging snorkelen, wist ik niet wat ik zag. Ik heb daar zo lekker geleefd.”

Toen ze naar Nederland terugkeerde, had ze heimwee naar de stralende zon, de lome warmte en het „laid back-gevoel” van de tropen. Buma: „De vrijheid van op je blote voeten door het huis lopen. De ramen open, een bankje op het balkon. Dat alles wilde ik vasthouden. Kou is beklemmend. Ik besloot om me in Amsterdam te omringen met de tropen.”

Ze kocht een vierkamerappartement in Amsterdam-Slotervaart, waarvan ze de indeling met hulp van een bevriende architect enigszins veranderde. Eindeloos bladerde ze daarna door interieurboeken als Caribbean Style en Landhuizen op Curaçao, waarin foto’s staan van landgoederen met namen als Klein Bloempot of Brievengat.

Ze had weinig meubels en een klein budget, dus ze moest inventief zijn, zegt Buma. Ze wilde haar appartement schilderen in de warme kleuren die op de Caraïbische eilanden zo vanzelfsprekend zijn. Makkelijker gezegd dan gedaan, merkte ze. Pas de derde tint geel die ze op de muur smeerde, stemde overeen met haar herinnering. „Het moest precies zoals ik het voor ogen had.”

Meubels vond ze op verschillende plekken. Een oude Friese kast van een tante beitste ze in een koloniaal bruin. In een kringloopwinkel vond ze een geschikte houten tafel, bij het grof vuil een statige stoel. En het pronkstuk in de woonkamer, een grote Mexicaanse levensboom, kreeg ze van de bevriende architect cadeau. Hij had de keramische kandelaar jaren eerder in stukken gevonden bij de vuilnisbak van de Mexicaanse ambassade in Den Haag. Op verzoek van Buma ontwierp hij voor het staaltje volkskunst een houten uitstalkast.

Eindeloos, zegt ze, schoof ze met de meubels. De stoelen en de bank stonden pas naar haar zin toen ze een plek kregen „met de focus naar het balkon”. Vanaf de bank kijkt Buma nu, door de grote ramen, tegen de kruinen van de bomen in het plantsoen naast haar flat. „Mijn eigen tropisch regenwoud”, zegt ze met een lach.

Het appartement hangt vol met kunst. Grafiek uit Brazilië, een schilderij van de Surinaamse schilder Rinaldo Klas en houtsnijwerk van Saramaccaanse bosnegers uit de binnenlanden van Suriname combineert Buma met een oud staatsieportret van koningin Juliana en prins Bernhard gemaakt door fotograaf Marius Meijboom. Nee, ze dweept niet met het koningshuis, zegt Buma. „Op deze inhuldigingsfoto ziet Juliana er zo lief en zachtmoedig uit, heel aandoenlijk. Maar als ik deze foto niet had geërfd, had daar misschien een foto van een walvis gehangen.”

Dat in de gang een portret hangt van de marxistische guerrillastrijder Che Guevara, daar dient evenmin veel betekenis aan te worden gehecht. „Die foto zegt niets over mijn politieke voorkeur. Het is een souvenir van een vakantie op Cuba.”

Buma omschrijft haar interieur als „Caraïbisch”. Maar haar vriend, een geboren Curaçaoënaar, is het daar niet mee eens, vertelt ze. „Hij zegt altijd: ‘Dit is niet Curaçao.’ Als we gaan samenwonen wordt dit interieur pas echt interessant.”

Waarom ze haar interieur laat fotograferen? Buma: „Ik hoop dat ik lezers inspireer om meer met kleur te doen. En ik hoop te bewijzen dat je met eenvoudige middelen een leuk interieur kunt maken.”