Lichte aardschokken voorspellen zware bevingen niet goed

Kleine aardschokken op het midden van continenten, ver verwijderd van de grenzen van tektonische platen, zijn niet geschikt om risico’s op zware aardbevingen in te schatten. Seismologen die kaarten maken van aardbevingsrisico’s gaan er ten onrechte vanuit dat lichte bevingen wijzen op spanningen in de aardkorst. Mede daardoor slaagden zij er niet in om een zware schok te voorspellen zoals de aardbeving langs de Longmenshan-breuklijn ten zuidoosten van Tibet die in mei van het vorig jaar ruim 87.000 mensen het leven kostte. In dit gebied waren lichte bevingen vrij zeldzaam. Volgens de Amerikaanse aardwetenschappers Seth Stein en Mian Liu zijn lichte aardschokken vaak naschokken van zware bevingen uit het verleden. Mondiale risicokaarten voor aardbevingen kloppen daarom niet, zo concluderen zij uit een statistische analyse van 16 zware aardbevingen en de bijbehorende naschokken (Nature, 5 november).

Risico’s op aardbevingen langs de grenzen van de tektonische platen in de buitenste schil van onze aarde zijn goed bekend. Maar er lopen ook breuklijnen dwars door die schollen heen, soms markeren die lijnen continenten die vroeger hebben bestaan.

De statistieken van Stein en Liu van Northwestern University en de universiteit van Missouri laten zien dat naschokken van een zware beving op een continent nog honderden jaren later kunnen optreden, terwijl naschokken van bevingen langs plaatgrenzen binnen enkele decennia voorbij zijn.

In een bespreking van de studie schrijft Tom Parsons van de US Geological Service dat de kaart met aardbevingsrisico’s van de Verenigde Staten veranderd moet worden als Stein en Liu gelijk hebben. Hij waarschuwt wel dat betrouwbare gegevens over schokken en naschokken over betrekkelijk korte perioden beschikbaar zijn. Dat bemoeilijkt harde conclusies.

Michiel van Nieuwstadt