Laat Wijffels het kabinet tot een goed einde leiden

Volgens vicepremier Bos willen alle ministers dat Balkenende in Nederland blijft (NRC Handelsblad, 31 oktober). Waarschijnlijk speelt bij hen de vrees dat er anders nieuwe verkiezingen moeten worden gehouden. Maar volgens de Grondwet behoeft een kabinet bij wisseling van zijn voorzitter geenszins af te treden en verkiezingen uit te schrijven. En de naoorlogse geschiedenis geeft ook geen aanleiding te veronderstellen dat dat constitutioneel gewoonterecht is. Nadat Marijnen wegens verschil van mening over het omroepbeleid op 14 april 1965 was afgetreden werd hij, zonder nieuwe verkiezingen, opgevolgd door Cals. En de voorzitter van dit kabinet, waarvan de samenstelling nauwelijks afweek van die van het kabinet-Marijnen, werd, wederom zonder Kamerverkiezingen, op 22 november 1965 vervangen door Zijlstra. Minister-president Van Agt had zijn vierde kabinet gereed, toen hij er na een paar weken de brui aan gaf en op 4 november 1982 het stokje doorgaf aan Lubbers, zonder zelfs maar over verkiezingen te peinzen.

Maar Balkenende zou als formateur zo zijn stempel op zijn huidige kabinet hebben gedrukt dat het bestaansrecht daarvan bij zijn verdwijnen zou wegvallen, wordt gezegd. De werkelijke formateur was echter Wijffels, die dit kabinet op een presenteerblaadje aan Balkenende heeft aangeboden. Mocht Balkenende het EU-voorzitterschap verwerven, dan lijkt Wijffels de aangewezen politicus om zijn geesteskind naar de eindstreep te begeleiden – zoals Beel in december 1958 deed met het restant van de rooms-rode coalitie, die hij tien jaar eerder met zijn eerste kabinet tot leven had gewekt, en die hij met zijn tweede kabinet ten grave heeft gedragen.

Zou er in de Tweede Kamer een meerderheid te vinden zijn die dan op grond van politiek opportunisme verkiezingen kan afdwingen? Het lijkt onwaarschijnlijk. CDA en PvdA kunnen geen heil verwachten van nieuwe verkiezingen. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat de keurige CU de oppositie zou helpen, en dat zij het land zou willen storten in een ongewisse verkiezingsstrijd en een nog desastreuzere kabinetsformatie, waarin zoals het ernaar uitziet Wilders door de koningin tot formateur zal moeten worden aangewezen – want dat de winnaar van Tweede Kamerverkiezingen als eerste kabinetsformateur wordt aangezocht, is wel constitutioneel gewoonterecht geworden.

Dr. Lambert J. Giebels

Historicus, Breda