Jullie laten Egon Krenz ook wel álles zeggen

Met stijgende verbazing lazen wij het interview met Egon Krenz, de opvolger van Erich Honecker en eerst verantwoordelijke in de DDR van oktober tot en met december 1989 (NRC Handelsblad, 29 oktober). Zonder ook maar enige vorm van tegenspraak of kritiek mag de heer Krenz zijn oude leugens en mythes weer over het voetlicht brengen.

Het interview is symptomatisch voor de (zelf-)ontkenning dat de DDR in 1990 aan interne en structurele oorzaken te gronde ging en niet door een samenloop van externe omstandigheden. In de eerste plaats de economische toestand van de DDR. Op een begroting van 64 miljard D-mark had de DDR 49 miljard schuld. Krenz én de correspondent gaan volledig voorbij aan het feit dat de DDR de gaten in de begroting stopte door te bezuinigingen op infrastructuur en productiemiddelen. Het resultaat daarvan is bekend: het Westen heeft inmiddels meer dan 1.200 miljard euro in de voormalige DDR gestoken.

In de tweede plaats is er de indoctrinatie. Krenz roemt het onderwijs, de kinderopvang en de gezondheidszorg in de DDR. Het is hopelijk iedereen wel duidelijk dat het onderwijs volledig in dienst van de overdracht van de marxistisch-leninistische partij-ideologie stond.

In de derde plaats is er de onderdrukking. Krenz noemt het leven in de DDR `geborgen`. Dat moeten we vooral letterlijk opvatten: het leven was geborgen voor de ca. 280.000 politieke gevangenen die tussen 1949 en 1989 werden opgeborgen. De rest van de bevolking mocht wel in de luwte van de Muur bivakkeren, maar niet op bezoek in de Bondsrepubliek.

Krenz maakte geen einde aan dit systeem. Dat waren de dissidenten en de demonstranten. Het was de Zivilkourage van de burgers die de dreiging van de soldaten onder bevel van Krenz trotseerden en vanaf begin oktober 1989 de straat opgingen.